B.1 De ICF Core set Borstkanker met meetinstrumenten van keuze

Zie ook noot 10 en noot 11 - Een aantal domeinen uit de ICF Core set Borstkanker (Brach et al., 2004) wordt door meer dan 50% van de patiënten en behandelaars genoemd als hulpvraagdomeinen bij de fysiotherapeutische behandeling.

Voor elk van deze domeinen zijn de meetinstrumenten van keuze geselecteerd voor het objectiveren van de klachten binnen het desbetreffende domein, de zogeheten core set meetinstrumenten. Tevens staat de relevante ICF-codering vermeld.

De core set meetinstrumenten die voor het onderzoeken van patiënten met borstkanker is geselecteerd, sluit aan bij de meest frequent voorkomende gevolgen van de medische interventies, die relevant zijn voor de fysiotherapie (hoofdstuk A). Tevens is in de selectie betrokken dat veranderingen in vorm en functie van invloed kunnen zijn op activiteiten en participatie. Er zijn alleen meetinstrumenten geselecteerd waarvan de klinimetrische eigenschappen voldoende zijn, die internationaal gelden als aanbevolen meetinstrumenten en waarvan de Nederlandse versie is gevalideerd. Ook is geselecteerd op praktische toepasbaarheid van het instrument. De selectie sluit aan bij de systematische review van McNeely et al. (2010) over oefentherapie bij borstkanker.

Behandeling van borstkankerpatiënten vindt multidisciplinair plaats. Bij selectie van de core set meetinstrumenten is rekening gehouden met gegevensuitwisseling tussen de fysiotherapeut en andere disciplines.

 

Gewrichten en bewegingsfunctie

b710: gewrichtsmobiliteit
s720: structuur van de schouderregio

De mobiliteit (Range of Motion (ROM)) van de schouder (anteflexie, abductie, endo- en exorotatie) wordt gemeten met een goniometer. Uit onderzoek blijkt dat de goniometer een betrouwbaar meetinstrument is, mits door 1 beoordelaar gestandaardiseerd uitgevoerd (Smits-Engelsman et al., 2001). Bij de goniometrie wordt de internationaal aanbevolen notatie gehanteerd; iedere beweging wordt beschreven door 3 getallen. De nulpositie is de neutrale stand. Genoteerd worden de 2 eindstanden en de nulstand, bijvoorbeeld 15-0-40. Daarnaast wordt genoteerd of de beweging actief of passief wordt uitgevoerd (Ryf et al., 1999).

 

Spierkracht

b730: spiersterkte
De spierkracht van de schoudermusculatuur kan worden beoordeeld met een Hand-held dynamometer of een Handknijpkrachtmeter.

Met behulp van de Hand-held dynamometer kan de isometrische spierkracht van de anteflexoren, abductoren en exo/endorotatoren worden bepaald. De fysiotherapeut plaatst de Hand-held dynamometer tegen het te testen lichaamsdeel op een gestandaardiseerde wijze en levert weerstand. De patiënt wordt gevraagd met de desbetreffende spiergroep zo hard mogelijk te duwen. De Hand-held dynamometer heeft een hoge betrouwbaarheid (Wang et al., 2002; Bohannon, 1997; Roy et al., 2004; Visser et al., 2003).

Met de Handknijpkrachtmeter kan een goede inschatting worden gemaakt van de perifere spierfunctie, gerelateerd aan de totale hoeveelheid spiermassa in het lichaam. Het is belangrijk dat de houding van de patiënt is gestandaardiseerd: zittend, schouder in ontspannen houding, de elleboog gebogen in een hoek van 90º, de bovenarm los van het lichaam. Bohannon (2006) geeft een overzicht van alle referentiewaarden die zijn gepubliceerd met de Jamar handgripmeter. 
Omdat de bij de Medical Research Council (MRC)-schaal gevonden waarden slecht reproduceerbaar, weinig responsief en subjectief zijn (Bruin de et al., 1996), wordt het gebruik van dit meetinstrument niet aanbevolen.

 

Pijnsensatie en sensoriek

b280: pijngewaarwording
Pijn wordt gemeten met de lineaire VAS-schaal of met de numerieke pain rating scale (NPRS).

Lineair wordt met behulp van een 100 mm lang lijntje de pijnintensiteit van de gemiddelde, de ergste en de minste pijn gescoord van ‘helemaal geen pijn’ (score 0) tot de ‘ergst denkbare pijn’ (score 100). Numeriek wordt een getal tussen de 0 en de 10 gescoord. Beide schalen zijn een valide, betrouwbaar, sensitief en responsief instrument voor het meten van pijn in de dagelijkse praktijk en zijn in korte tijd af te nemen. Ten aanzien van dit meetinstrument is veel onderzoek gedaan en zijn er afkapwaarden vastgesteld voor het minimaal klinisch relevante verschil. Dit verschil varieert in verschillende onderzoeken, afhankelijk van het klachtengebied en of er sprake is van acute klachten (scores tussen de 6-18 (Kelly, 1998, 2001; Todd et al., 1996)) of chronische klachten (scores tussen de 20-35 (Ostelo & Vet de, 2005)).

Bij moeilijk behandelbare pijn voldoen de VAS en de NPRS-schaal niet en wordt een uitgebreidere vragenlijst geadviseerd, waarin ook niet-somatische problemen worden geïnventariseerd (www.pijnverpleegkundigen.nl). 
Sensibiliteitsveranderingen (veranderde gevoelsgewaarwording, zoals hyperesthesie, doofheid of tintelingen) kunnen worden vastgelegd door bijvoorbeeld palpatie of met Semmes-Weinstein monofilamenten. Omdat er geen bewijs is gevonden voor behandelinterventies met betrekking tot sensibiliteitsproblemen is ervoor gekozen om geen specifiek meetinstrument voor het vaststellen van de sensibiliteit aan te bevelen.

 

Lymfoedeem

b435: immunologische functies
s420: immuun systeem

Meetinstrumenten voor de detectie van lymfoedeem zijn meetlint, (omgekeerde) waterbak, perometer en bio-impedantie spectrometer (BIS). Uit onderzoek (Czerniec et al., 2010; Ridner et al., 2009; Armer & Steward, 2005; Karges et al., 2003; Meijer et al., 2004; Sander et al., 2002) bleek dat uitkomsten van de circumferentiemeting, waterbakvolumetrie en perometrie vergelijkbaar waren, maar niet inwisselbaar. De inter- en intrabeoordelaarsbetrouwbaarheid van de verschillende meetinstrumenten is goed. Verder worden er verschillende definities gehanteerd voor lymfoedeem: 200 ml verschil met eerdere meting, 200 ml verschil met de andere arm, 7-10% volumeverschil, 2 cm verschil tussen 2 metingen of tussen beide armen. BIS had een hoge correlatie met subjectieve waarnemingen van lymfoedeem (Czerniec et al., 2010). Wegens hoge aanschafkosten worden perometrie en BIS alleen in lymfoedeemcentra gebruikt. Volgens Armer & Steward (2005) worden subjectieve symptomen (zwelling, zwaar gevoel) vaak al bij minder dan 150 ml volumeverschil aangegeven. Daarom is het zinvol om bij deze vroege symptomen al te onderzoeken of er sprake is van oedeemvorming. 
De indeling van lymfoedeem in stadia volgens de ‘International Society of Lymphology’ is opgenomen in noot 10 in de Verantwoording.

Bij watervolumetrie wordt de arm in een waterbak gedompeld en het uitstromende water gewogen. Bij gebruik van de omgekeerde waterbakmethode wordt het armvolume bepaald door het gewicht van het toegevoegde water (Damstra et al., 2006; Armer & Steward, 2005).
Perometrie meet het armvolume door middel van haaks op elkaar staande infraroodstraling.
Circumferentiemeting met een meetlint blijkt een eenvoudig en betrouwbaar meetinstrument voor vroege detectie van lymfoedeem (Springer et al., 2010; Kärki et al., 2009; Cinar et al., 2008; Lee et al., 2008), maar werd in de literatuur op verschillende manieren uitgevoerd (om de 3, 4, 5, 6, 9 of 10 cm).

Om een uitspraak te kunnen doen over de omvang van het lymfoedeem worden de omtrekmetingen met een formule voor konische vormen omgezet in (berekend) volume:

 


V = (h)(C2 + Cc + c2 )/12л


 

In diverse studies (Czerniec et al., 2010; Ridner et al., 2009; Karges et al., 2003; Meijer et al., 2004; Sander et al., 2002) werd het volumeverschil aangegeven als de aangedane arm minus de gezonde arm en omgerekend in een relatief volumeratio (aangedane/gezonde arm). 

Andersen et al. (2000) berekende de verandering in absoluut oedeemvolume in vergelijking met het baseline absoluut oedeemvolume als volgt:

 


(volume lymfoedeem arm – volume contralaterale arm)baseline – (volume lymfoedeem arm – volume contralaterale arm)treatment ) / (volume van de lymfoedeem arm – volume van de contralaterale arm)baseline


 

De berekening van het relatieve volumeverschil tussen de armen is weggelaten, omdat dit in de praktijk nauwelijks wordt gebruikt. Bij omrekening naar absoluut volume blijkt het klinisch niet relevant om metingen om de 3, 6 en 9 cm uit te voeren (Sander et al., 2002). Czerniec et al. (2010) en Ridner et al. (2009) beschreven dat uitkomsten van omvangsmeting om de 10 cm vanaf de processi styloidei vergelijkbaar waren met waterbakmeting en perometrie. 
Om te weten of het verschil is gerelateerd aan een interventie of dat de verandering het gevolg is van een meetfout wordt de standard error of measurements (SEM) gebruikt. De SEM voor circumferentie was 114-188 ml, afhankelijk van het meetinterval (Sander et al., 2002; Czerniec et al., 2010). Dit betekent dat een volumeverandering minimaal 7% moet zijn om van een verandering te spreken.
Er kan worden geconcludeerd dat het meetlint een goedkoop en betrouwbaar meetinstrument is en daarom de voorkeur verdient.

Bio impedantie spectrometrie (BIS) is het enige meetinstrument dat, door middel van elektrische stroompjes, de hoeveelheid extracellulair vocht meet. Dit meetinstrument wordt nog niet op grote schaal toegepast en lijkt met name van belang bij vroegdetectie van lymfoedeem. De betrouwbaarheid is hoog (Czerniec et al., 2010; Ridner et al., 2009; Ward et al., 2009; York et al., 2009). Door patiënten zelfgerapporteerde zwelling correleert hoog met BIS en matig met andere metingen. Dit gegeven suggereert dat BIS vooral bruikbaar kan zijn bij de vroegdetectie van lymfoedeem, voordat er volumeveranderingen met circumferentie meetbaar zijn (Czerniec et al., 2010).

 

Lengte en gewicht

b530: Functie met betrekking tot instand houding van het gewicht
Overgewicht is gerelateerd aan een groter risico op terugkeer van de kanker, hogere incidentie van lymfoedeem en een slechtere wondgenezing (Swenson et al., 2009; Williams et al., 2005; Chlebowski et al., 2002). Het is dus zinvol om gewicht te monitoren en te beinvloeden. Met behulp van lengte en gewicht kan de BMI worden berekend, die een goede indicatie is van overgewicht. De BMI is gelijk aan het lichaamsgewicht in kilogrammen gedeeld door het kwadraat van de lengte in meters:


body-mass index = lichaamsgewicht (in kilogram) / lichaamslengte x lichaamslengte (in meter)


De BMI houdt alleen rekening met iemands gewicht, maar niet met de verhoudingen tussen spieren, botten en vetweefsel. Sporters die weinig vet hebben, maar wel veel spieren, zullen toch hoog scoren op de BMI. Zij hebben een hoger gewicht, maar geen ongezond gewicht, daarom kan de tailleomtrek een aanvulling zijn. Zie de volgende tabel.

Tailleomvang.

  mannen vrouwen
gezond 94 cm 80 cm
ongezond 94-99 cm 80-90 cm
heel ongezond > 100 cm > 90 cm

 

Activiteiten en participatie

d230: uitvoeren van dagelijkse routine
d445: gebruik van arm en hand
d430: tillen en dragen
d640: huishoudelijk werk
d850: verrichten van betaald werk


Voor het bepalen van de status van de functionele activiteit wordt de Patiënt Specifieke Klachten (PSK) geadviseerd. Dit is een specifiek Nederlandse vragenlijst die in de internationale literatuur niet wordt beschreven. De PSK wordt toepasbaar geacht voor meerdere diagnosegroepen, omdat de patiënt het specifieke klachtendomein kan selecteren. De patiënt kiest de 3 activiteiten die hij het liefst wil verbeteren gedurende de behandelepisode en scoort de moeite die hij bij het uitvoeren van deze activiteiten ervaart op een VAS. De uiterste waarden zijn ‘helemaal geen moeite’ (score 0) tot ‘onmogelijk’ (score 100). De PSK is een responsief instrument voor het meten van de patiëntspecifieke klacht in de dagelijkse praktijk. Er zijn nog geen waarden bekend van het minimaal klinisch relevante verschil van dit meetinstrument (Köke et al., 1999).

De Disabilities of the Arm, Shoulder and Hand- Dutch Language Version (DASH-DLV) is een vragenlijst voor symptomen en beperkingen van de bovenste extremiteit. De vragenlijst bestaat uit 30 items, verdeeld over de categorieën symptomen en beperking in activiteiten. Centraal hierbij staat de mate van klachten of beperkingen in de schouderregio gedurende de afgelopen week. De patiënt beantwoordt de vragen zelf aan de hand van een vijfpuntsschaal. Hoe hoger een patiënt scoort op de DASH, des te groter zijn de klachten/beperkingen. De scores worden opgeteld (range 30-150) waarna de ruwe score wordt omgezet in een schaalscore die varieert van 0-100. Berekening: ((som van n antwoorden / n) – 1) × 25, waarbij n gelijk is aan het aantal beantwoorde vragen. De DASH-score mag niet worden berekend als er meer dan 3 vragen niet zijn beantwoord. Optioneel kunnen 2 toegevoegde modules worden berekend voor symptomen en beperkingen in activiteiten tijdens sport/podiumkunsten (4 items) en tijdens het werk (4 items). Voor deze 2 modules wordt ook een ruwe score berekend, die ook wordt omgezet in een schaal die van 0-100 loopt. De betrouwbaarheid en validiteit van de DASH-DLV zijn goed (Bot, 2004) en het minimaal klinisch relevante verschil is 10,2 punten (Roy et al., 2009).

 

Kwaliteit van leven

De Upper Limb Lymphedema 27 (ULL27) is een kwaliteit-van-levenvragenlijst voor patiënten met lymfoedeem in de bovenste extremiteit. De vragenlijst bestaat uit 27 items en 3 dimensies (fysiek, psychologisch en sociaal). De scores (nooit, zelden, soms, vaak, altijd) worden omgezet in een schaalscore, die varieert van 0-100. Nul is een uitermate slechte kwaliteit van leven; 100 een uitstekende kwaliteit van leven. De vragenlijst is in het Nederlands vertaald en gevalideerd. De interne consistentie en validiteit zijn goed. Responsiviteit moet nog verder worden onderzocht (Viehoff et al., 2008).
Naast internationaal gevonden meetinstrumenten bestaat er de Nederlandse Lastmeter (vragenlijst) waarin, naast fysieke factoren, naar de volgende domeinen van de ICF Core set wordt gevraagd:

 

Emotie, distress, psychosociale gevolgen
b152: emoties
b130: energie en motivatie
b180: eigen ervaring en tijdwaarnemen
b134: slaap
d240: omgaan met stress en andere psychogene eisen

 

Intimiteit
b640: seksuele functies
s630: reproductief systeem

 

Relaties
d770: intieme relaties
d760: familie relaties

 

De Nederlandse Vereniging voor Psychosociale Oncologie (NVPO), de Vereniging van Integrale Kankercentra (VIKC) (het huidige Integraal Kankercentrum Nederland, IKNL) en het Koningin Wilhelmina Fonds - KWF Kankerbestrijding hebben gezamenlijk een multidisciplinaire, evidence-based richtlijn ontwikkeld Detecteren behoefte psychosociale zorg, Versie: 1.0 2010-06-07, die is gekoppeld aan een digitale lastmeter, bestaande uit een thermometer en probleemlijst.
De Distress Thermometer (DT) in combinatie met de Probleem Lijst (PL) is gevalideerd in Nederland voor oncologiepatiënten bij verschillende behandelingen. De probleemlijst bevat items over praktische problemen, gezins- en sociale problemen, emotionele problemen, religieuze/spirituele problemen en lichamelijke problemen (hieronder vallen ook vermoeidheid en sexualiteit). De DT bleek sterk gecorreleerd met de totaalscore op de PL. Bij een score van meer dan 5 wordt psychosociale hulp aanbevolen. 
De wetenschappelijke bevindingen ten aanzien van het meten van de kwaliteit van leven zijn opgenomen in noot 11 in de Verantwoording.

 


Aanbevelingen meetinstrumenten bij okselklierdissectie, radiotherapie en comorbiditeit (hoogrisicopatiënten)

  • Bij patiënten bij wie sprake is van preoperatieve schouderklachten wordt aanbevolen de ROM (goniometer) en de schouderfunctie (DASH) in kaart te brengen.
  • Voorafgaand aan een okselklierdissectie wordt aanbevolen de armomvang te meten (meetlint, (omgekeerde) volumetrie of indien beschikbaar BIS) en de BMI te berekenen en deze gegevens multidisciplinair ter beschikking te stellen.
  • 5-7 Dagen postoperatief, bij de intake voor fysiotherapie, wordt aanbevolen de ROM en de spierkracht vast te stellen (Hand-held dynamometer, Handknijpkrachtmeter), de armomvang (meetlint of BIS), pijn (VAS), de arm-schouderfunctie (DASH) en beperkingen in activiteiten (PSK). Ook sensibiliteitsstoornissen moeten worden beschreven.
  • Er worden controlemetingen aanbevolen (uit te voeren door de behandelend fysiotherapeut of op de mammacarepoli) op de volgende meetmomenten:
  • bij patiënten zonder adjuvante therapie 3 maanden na de operatie;
  • bij patiënten met adjuvante therapie voor aanvang van en na beëindiging van radiotherapie en/of chemotherapie, met vervolgmetingen geadviseerd 3 maanden en 1 jaar na beëindiging van de adjuvante therapie.
  • Er moeten in het multidisciplinaire behandelteam afspraken worden gemaakt over de afname van de lastmeter en over de BMI-bepaling en de beschikbaarheid van de uitkomsten van deze metingen.
  • Bij subjectieve klachten (zwaarte, knellende kleding/sieraden, moe gevoel, pijn) en/of berekend volumeverschil van > 150 ml of 7% tussen beide armen wordt verwijzing aanbevolen naar een collega oedeemfysiotherapeut of, indien er geen bewegingsgerelateerde problemen zijn, de huidtherapeut. 
    Bij lymfoedeem moeten in de ontstuwingsfase regelmatig (na 2, 3, 4 en 8 weken) omvangmetingen worden verricht om te kunnen bepalen wanneer de therapeutisch elastische kous (TEK) aangemeten kan worden. Aanbevolen wordt dat in de onderhoudsfase de behandelend oedeemfysiotherapeut of huidtherapeut omvangmetingen verricht voor het aanmeten van een nieuwe TEK.
  • Indien er sprake is van lymfoedeem wordt afname van de ULL 27 aanbevolen om de kwaliteit van leven te evalueren.

 

De metingen die moeten worden verricht bij hoogrisicopatiënten zijn samengevat in de volgende tabel.

Metingen bij hoogrisicopatiënten.

  preoperatief postoperatief adjuvente therapie  
    5-7 dgn. 3 mnd. ervoor erna na 1 jaar
circumferentiemeting x x x x x x
mobiliteit schouder (x) indicatie x x x x x
spierkracht schouder   x x x x x
schouderfunctie (DASH) (x) indicatie x x x x x
dgn. = dagen; mnd. = maanden.

 


Aanbevelingen meetinstrumenten bij overige behandelingen (niet-hoogrisicopatiënten)

De relevante meetinstrumenten uit de core set worden alleen gebruikt bij klachten van het bewegingsapparaat en bij lymfoedeem.


 

De lastmeter is beschikbaar via www.lastmeter.nl.

Noot 10 Stadia lymfoedeem ‘International Society of Lymphology’

Noot 10 De ‘International Society of Lymphology’ heeft lymfoedeem ingedeeld in 4 stadia, die zijn gebaseerd op de reversibiliteit van het lymfoedeem en de indrukbaarheid (pitting/niet-pitting).

 

Stadium 0 
Subklinisch stadium, geen zwelling zichtbaar ondanks verminderd lymfetransport: dit stadium kan maanden of jaren bestaan voordat lymfoedeem manifest wordt.

 

Stadium I
Accumulatie van interstitieel vocht, die vermindert door hoogleggen; in dit stadium kan sprake zijn van pitting oedeem.

 

Stadium II 
Hoogleggen vermindert nauwelijks de zwelling. Met name in laat stadium II is pitting oedeem duidelijk aanwezig door fibrosevorming in het oedeem.

 

Stadium III 
Het weefsel voelt hard aan (fibrotisch) en er is geen sprake meer van pitting; er treden huidveranderingen op, zoals verdikking, hyperpigmentatie, meer huidplooien, een vetdeposito en wratachtige woekeringen

Er is sprake van pitting oedeem als na locale druk een putje in de huid blijft bestaan nadat de druk is weggenomen (Harris et al., 2001). De toename in omvang van de arm is objectief meetbaar en bij ernstig lymfoedeem kan de huid van de hand tussen de distale kopjes van de metacarpalia I en III niet opgenomen worden (teken van Stemmer; Stemmer,1999).

 

Noot 11 Niveaus van bewijs

Noot 11

Niveau 1. Uit de literatuur en de ICF Core set Borstkanker blijkt dat meten van ROM, spierkracht, pijn, lymfoedeem, arm-schouderfunctie (adl) en kwaliteit-van-leven geïndiceerd is bij patiënten die worden verwezen voor fysiotherapie. (A1: Devoogdt et al., 2010; Tsai et al., 2009; Lee et al., 2008. A2: Torres Lacomba, 2009 et al.; Todd et al., 2008. B: Cinar et al., 2008.) Het is aangetoond dat signalering van een verhoogde BMI en/of een ongezonde tailleomvang zinvol is in relatie tot een vergroot risico op terugkeer van de kanker en hogere lymfoedeemincidentie. (A2: Chlebowski et al., 2002; Williams et al., 2005. B: Swenson et al., 2009.) Het is aangetoond dat circumferentiemeting een betrouwbaar en valide meetinstrument is voor detectie en monitoring van lymfoedeem. (A2: Meijer et al., 2004; Karges et al., 2003; Sander et al., 2002.) 

Niveau 2. Het is aannemelijk dat circumferentie, perometrie, (omgekeerde) waterbakvolumetrie en bio-impedantie spectrometrie valide meetinstrumenten zijn voor het diagnosticeren en monitoren van lymfoedeem, mits gestandaardiseerd uitgevoerd. De meetinstrumenten zijn vergelijkbaar, maar niet uitwisselbaar. (B: Czerniec et al., 2010; Ridner et al., 2009; Ward et al., 2009; York et al., 2009; Damstra et al., 2006; Karges et al., 2003; Sander et al., 2002.)

Niveau 3. Er zijn aanwijzingen dat de ULL27 een valide meetinstrument is om de kwaliteit-van-leven van patiënten met lymfoedeem in de bovenste extremiteit mee vast te stellen. (C: Viehoff et al., 2008.)

    • Adams PW Jr, Lipschits AH, Ansari M, Kenkel JM, Rohrich RJ. Functional donor site morbidity following latissimus dorsi muscle flap transfer. Ann of Plas Surg. 2004;53:6-11.
    • Agrawal A, Ayantunde AA, Cheung KL. Concepts of seroma formation and prevention in breast cancer surgery. ANZ J Surg. 2006;76:1088-95.
    • Ahmed RL, Thomas W, Yee D, Schmitz KH. Randomized controlled trial of weight training and lymphedema in breast cancer survivors. J Clin Oncol. 2006;24:2765-72.
    • Albert US, Koller M, Kopp I, Lorenz W, Schuylz KD, Wagner U. Early self-reported impairments in arm functioning of primary breast cancer patients predict late side effects of axillary lymph node dissection: results from a population-based cohort study. Breast Cancer Res Treat. 2006;100:285-92.
    • Armer JM, Steward BR. A comparison of four diagnostic criteria for lymphedema in a post-breast cancer population. Lymphatic Research Biology. 2005;3:208-17.
    • Badger CMA, Peacock JL, Mortimer PS. A randomized, controlled, parallel-group clinical trial comparing multilayer bandaging followed by hosiery versus hosiery alone in the treatment of patients with lymphedema of the limb cancer. 2000;88:2832-7.
    • Bendz I, Fagevik Olsen M. Evaluation of immediate versus delayed shoulder exercises after breast cancer surgery including lymph node dissection – a randomised controlled trial. The Breast. 2002;11:241-8.
    • Beurskens CHG, Uden CJT van, Strobbe LJA, Oostendorp RAB, Wobbes T. The efficacy of physiotherapy upon shoulder function following axillary dissection in breast cancer, a randomized controlled study. BMC Cancer. 2007;7(166):Epub.
    • Bicego D, Brown K, Ruddick M, Storey D, Wong C, Harris SR. Exercise for women with or at risk for breast cancer-related lymphedema. Phys Ther. 2006;86:1398-405.
    • Billhult A, Stener-Victorin E, Bergbom I. The experience of massage during chemotherapy treatment in breast cancer patients. Clin Nurs Res. 2007;16:85-99.
    • Blanchard CM, Courneya KS, Laing D. Effects of acute exercise on state anxiety in breast cancer survivors. Oncol Nurs Forum. 2001;28:1617-21.
    • Blomqvist L, Stark B, Engler N, Malm M. Evaluation of arm and shoulder mobility and strength after modified radical mastectomy and radiotherapy. Acta Oncol. 2004;43:280-3.
    • Bohannon RW. Hand-held dynamometry: factors influencing reliability and validity. Clin Rehab. 1997;11:263-4.
    • Bohannon RW, Peolsson A, Massy-Westropp N. Review: reference values for adult grip strength measured with a Jamar dynamometer: a descriptive meta-analysis. Physiotherapy. 2006; 92:11-5.
    • Bot SDM, Terwee CB, Windt DAWM van der, Bouter LM, Dekker J, Vet HCW de. Clinimetric evaluation of shoulder disability questionnaires: a systematic review of the literature. Ann Rheum Diseases. 2004;63:335-41.
    • Box RC, Reul-Hirche HM, Bullock-Saxton JE, Furnival CM. Physiotherapy after breast cancer surgery: results of a randomised controlled study to minimise lymphoedema. Breast Cancer Res Treat. 2002;75:51-64.
    • Box RC, Reul-Hirche HM, Bullock-Saxton JE, Furnival CM. Shoulder movement after breast cancer surgery: results of a randomised controlled study of postoperative physiotherapy. Breast Cancer Res Treat. 2002;75:35-50.
    • Brach M, Cieza A, Stucki G, Füßl M, Cole A, Ellerin BE, Fialka-Moser V, Kostanjsek N, Melvin J. ICF Core sets for breast cancer. J Rehabil Med. 2004; Suppl. 44:121-7.
    • Browall M, Ahlberg K, Karlsson P, Danielson E, Persson LO, Gaston-Johansson F. Health-related quality of life during adjuvant treatment for breast cancer among postmenopausal women. Eur J Oncol Nurs. 2008;12:180-9.
    • Burak WE, Hollenbeck ST, Zervos EE, Hock KL, Kemp LC, Donn CNP, Young DC. Sentinel lymph node biopsy results in less postoperative morbidity compared with axillary lymph node dissection form breast cancer. Am J Surg. 2002;183:23-7.
    • Carati CJ, Anderson SN, Gannon BJ, Piller NB. Treatment of postmastectomy lymphedema with low-level laser therapy. Cancer. 2003;98:1114-22.
    • Cheema B, Gaul CA, Lane K, Fiataronne Singh MA. Progressive resistance training in breast cancer: a systematic review of clinical trials. Breast Cancer Res Treat. 2008;109:9-26.
    • Chetty U, Jack W, Prescott RJ, Tyler C, Rodger A. Management of the axilla in operable breast cancer treated by breast conservation: a randomized clinical trial. Brit J Surg. 2000;87:163-9.
    • Cheville AL, Tchou J. Barriers to rehabilitation following surgery for primary breast cancer. J Surg Oncol. 2007;95:409-18.
    • Chlebowski RT, Aiello E, McTiernan A. Weight loss in breast cancer patient management. J Clin Oncol. 2002;20:1128-43.
    • Cinar N, Seckin U, Keskin D, Bodur H, Bozkurt B, Cengiz O. The effectiveness of early rehabilitation in patients with modified radical mastectomy. Cancer Nurs. 2008;31:160-5.
    • Collette S, Collette L, Budiharto T, Horiot JC, Poortmans PM, Struikmans H, et al. Predictors of the risk of fibrosis at 10 years after breast conserving therapy for early breast cancer: a study based on the EORTC Trial 22881-10882 ‘boost versus no boost’. Eur J Cancer. 2008;44:2587-99. Erratum: Eur J Cancer. 2009;45:2061.
    • Courneya KS, Mackey JR, Bell GJ, Jones LW, Field CJ, Fairey AS. Randomized controlled trial of exercise training in postmenopausal breast cancer survivors: cardiopulmonary and quality of life outcomes. J Clin Oncol. 2003;21:1660-8.
    • Courneya KS, McKenzie DC, Mackey JR, Gelmon K, Reid RD, Friedenreich CM, et al. Moderators of the effects of exercise training in breast cancer patients receiving chemotherapy: a randomized controlled trial. Cancer. 2008;112:1845-53.
    • Czerniec SA, Ward LC, Refshauge KM, Beith J, Lee MJ, York S, Kilbreath SL. Assessment of breast cancer-related arm lymphedema-comparison of physical measurement methods and self-report. Cancer Invest. 2010;28:54-62.
    • Damstra RJ, Glazenburg EJ, Hop CJ. Validation of the inverse water volumetry method: a new gold standard for arm volume measurements. Breast Cancer Res Treat. 2006;99:267-73.
    • Damstra RJ, Partch H. Compression therapy in breast cancer-related lymphedema: A randomized, controlled comparative study of relation between volume and interface pressure changes. J Vasc Surg. 2009;49:1256-63.
    • de Bruin GSJT, Aa JHCG van der, Elvers JWH, Oostendorp RAB. Ned Tijdschr Fysiother. 1996;6:167-77.
    • de Haan A, Toor A, Hage JJ, Veeger HEJ, Woerdeman LAE. Function of the pectoralis major muscle after combined skin-sparing mastectomy and immediate reconstruction by subpectoral implantation of a prosthesis. Ann Plast Surg. 2007;59:605-10.
    • Dell DD, Weaver C, Kozempel J, Barsevick A. Recovery after transverse rectus abdominis myocutaneous flap breast reconstruction surgery. Oncol Nurs Forum. 2008;35:189-96.
    • Demark-Wahnefried W, Clipp EC, Morey MC, Pieper CF, Sloane R, Clutter Snyder Dk, et al. Lifestyle intervention development study to improve physical function in older adults with cancer: outcomes from Project LEAD. J Clin Oncol. 2006;24:3465-73.
    • den Oudsten BL, Heck GL van, Steeg AFW van der, Roukema JA, Vries J de. The WHQOL-100 has good psychometric properties in breast cancer patients. J Clin Epidemiol. 2009;62:195-205.
    • de Rezende LF, Franco RL, Rezende MF de, Beletti PO, Morais SS, Gurgel MS. Two exercise schemes in postoperative breast cancer: comparison of effects on shoulder movement and lymphatic disturbance. Tumori. 2006;92:55-61.
    • Devoogdt N, Kampen van M, Geraerts I, Coremans T, Christiaens M-R. Different physical treatment modalities for lymphoedema developing after adillary lymph node dissection for breast cancer: A Review. Eur J Obstet & Gynecol. 2010;149:3-9.
    • Engel J, Kerr J, Schlesinger-Raab A, Sauer H, Hölzel D. Axilla surgery severely affects quality of life: results of a 5-year prospective study in breast cancer patients. Breast Cancer Res Treat. 2003;79:47-57.
    • Erickson VS, Pearson ML, Ganz PA, Adams J, Kahn KL. Arm Edema in Breast Cancer Patients. J Natl Cancer Inst. 2001;93:96-111.
    • Erim Y, Beckmann M, Gerlach G, Kümmel S, Oberhoff C, Senf W, Kimmig R. Screening for distress in women with breast cancer diagnosed for the first tim: employment of HADS-D and PO-Bado. Z Psychosom Med Psychother. 2009;55:248-62.
    • Ernst MF, Voogd AC, Balder W, Klinenbijl JHG, Roukema JA. Early and late morbidity associated with axillary levels I-III dissection in breast cancer. J Surg Oncol. 2002;79:151-5.
    • Ferrandez J-C. Evaluation de l’efficacite de deux types de bandages de decongestion du lymphoedeme secondaire du membre superieur: etude prospective multicentrique. Kinesither La Revue. 2007;5:30-5.
    • Fleissig A, Fallowfield LJ, Langridge CI, Johnson L, Newcombe RG, Dixon JM, et al. Post-operatie arm morbidity and quality of life. Results of the ALMANAC randomised trial comparing sentinel node biospsy with standard axillary treatment in the management of patients with early breast cancer. Breast Cancer Res Treat. 2006;95:279-93.
    • Fontaine C, Parijs H van, Decoster L, Anderieaenssens D, Schallier DC, Vanhoey M, et al. A prospective analysis of the incidence of postoperative lymphedema 1 to 2 years after surgery and axillary dissection in early breast cancer (BC) patients treated with concomitant irradiation and antthracyclines followed by paclitaxel. J Clin Oncol. 2010;28:suppl;e11059.
    • Fu MR, Axelrod D, Haber J. Breast-cancer-related lymphedema: information, symptoms, and risk-reduction behaviors. J Nurs Scholorship. 2008;40:341-8.
    • Fu MR, Rosedale M. Breast cancer survivors experiences of lymphedema-related symptoms. J Pain Symptom Manage. 2009;38:849-59.
    • Gebruers N, Truijen S, Engelborghs S, DeDeyn PP. Volumetric evaluation of upper extremities in 250 healthy persons. Clin Physiol funct Imaging. 2007;27:17-22.
    • Gordon LG, Battistutta D, Scuffham P, Tweeddale M, Newman B. The impact of rehabilitation support services on health-related quality of life for women with breast cancer. Breast Cancer Res Treat. 2005;93:217-26.
    • Gosselink R, Rouffaer L, Vanhelden P, Piot W, Troosters T, Christiaens MR. Recovery of upper limb function after axillary dissection. J surg Oncol. 2003;83:204-11.
    • Gui GPH, Tan SM, Faliakou EC, Choy C, A`Hern R, Ward A. Immediate breast reconstruction using biodimensional anatomical permanent expander implants: a prospective analysis of outcome and patient satisfaction. Plast Reconstr Surg. 2003;111:125-38;disc:139-40.
    • Hamner JB, Fleming MD. Lymphedema therapy reduces the volume of edema and pain in patients with breast cancer. Ann Surg Oncol. 2007;14:1904-8.
    • Harris SR, Hugi MR, Olivotto IA, Levine M. Clinical practice guidelines for the care and treatment of breast cancer: 11. Lymphedema. CMAJ. 2001;164:191-9.
    • Hayes S, Janda M, Cornish B, Battistutta D, Newman B. Lymphedema secondary to breast cancer: how choice of measure influences diagnosis, prevalence, and identifiable risk factors. Lymphology. 2008;41:18-28.
    • Hayes SC, Reul-Hirche H, Turner J. Exercise and secondary lymphedema: safety, potential benefits, and research issues. Med Sci Sports Exerc. 2009;41:483-9.
    • Headley JA, Ownby KK, John LD. The effect of seated exercise on fatigue and quality of life in women with advanced breast cancer. Oncol Nurs Forum. 2004;31:977-83.
    • Helms G, Kühn T, Mosre L, Remmel E, Kreienberg R. Shoulder-arm morbidity in patients with sentinel node biopsy and complete axillary dissection – data from a prospective randomised trial. EJSO. 2009;35:696-701.
    • Hernandez-Reif M, Ironson G, Field T, Hurley J, Katz G, Diego M, et al. Breast cancer patients have improved immune and neuroendocrine functions following massage therapy. J Psychosomatic Research. 2004;57:45-52.
    • Højris I, Andersen J, Overgaard M, Overgaard J. Late treatment-related morbidity in breast cancer patiënt randomized to postmastectomy radiotherapy and systemic treatment versus systemic treatment alone. Acta Oncologica. 2000;39:355-72.
    • Holmes HD, Chen WY, Feskanich D, Kroenke CH, Colditz GA. Physical activity and survival after breast cancer diagnosis. JAMA. 2005;293:2479-86.
    • Hutnick NA, Williams NI, Kraemer WJ, Orsega-Smith E, Dixon RH, Bleznak AD, et al. Exercise and lymphocyte activation following chemotherapy for breast cancer. Med Sci Sports Exerc. 2005;37:1827-35.
    • Hwang JH, Chang HJ, Shim YH, Park WH, Park W, Huh SJ, et al. Effects of supervised exercise therapy in patients receiving radiotherapy for breast cancer. Yonsei Med J. 2008;49:443-50.
    • International Society of Lymphology. The diagnosis and treatment of peripheral lymphedema. 2009 Concensus Document Internat Soc Lymphol. 2009;42:51-60.
    • Jahr S, Schoppe B, Reisshauer A. Effect of treatment with low-intensity and extremely low-frequency electrostatic fields (Deep Oscillation) on breast tissue and pain in patients with secondary breast lymphoedema. J Rehabil Med. 2008;40:645-50.
    • Johansson K, Branje E. Arm lymphoedema in a cohort of breast cancer survivors 10 years after diagnosis. Acta Oncologica. 2010;49:166-73.
    • Johansson K, Holmström H, Nilsson I, Ingvar C, Albertsson M, Ekdahl C. Breast cancer patients` experiences of lymphoedema. Scand J Caring Sci. 2003;17:35-42.
    • Johansson K, Ingvar C, Albertsson M, Ekdahl C. Arm lymphoedema, shoulder mobility and muscle strength after breast cancer treatment - a prospective 2-year study. Adv Physiotherapy. 2001;3:55-66.
    • Johansson K, Tibe K, Weibull A, Newton RC. Low intensity resistance exercise for breast cancer patients with arm lymphedema with or without compression sleeve. Lymphology. 2005;38:167-80.
    • Johnsson A, Fornander T, Olsson M, Nysted M, Johansson H, Rutqvist LE. Factors associated with return to work after breast cancet treatment. Acta Oncologica. 2007;46:90-6.
    • Jones LW, Courneya KS, Fairey AS, Mackey JR. Effects of an oncologist`s recommendation to exercise on self-reported exercise behavior in newly diagnosed breast cancer survivors: a single-blond, randomized controlled trial. Ann Behav Med. 2004;28:105-13.
    • Jones LW, Haykowsky M, Pituskin EN, Jendzjowsky NG, Tomczak CR, Haennel RG, et al. Cardiovascular reserve and risk profile of postmenopausal women after chemoendocrine therapy for hormone receptor-positive operable breast cancer. Oncologist. 2007;12:1156-64.
    • Jong N de, Candel MJJM, Schouten HC, Huijer Abu-Saad H, Courtens AM. Prevalence and course of fatigue in breast cancer patients receiving adjuvant chemotherapy. Ann Oncol. 2004;15:896-905.
    • Josenhans E. Physiotherapeutic treatment for axillary cord formation following breast cancer surgery. ZVK science price. 2007.
    • Jung BF, Ahrendt GM, Oaklander AL, Dworkin RH. Neuropathic pain following breast cancer surgery: proposed classification and research update. Pain. 2003;104:1-13.
    • Karges JR, Mark BE, Stikeleather SJ, Worrell TW. Concurrent validity of upper-extremity volume estimates: comparison of calculated volume derived from girth measurements and water displacement volume. Phys Ther. 2003;83:134-45.
    • Kärki A, Anttila H, Tasmuth T, Rautakorpi UM. Lymphoedema therapy in breast cancer patients - a systematic review on effectiveness and a survey of current practices and costs in Finland. Acta Oncologica. 2009;48:850-9.
    • Karki A, Simonen R, Malkia E, Selfe J. Efficacy of physical therapy methods and exercise after a breast cancer option: a systematic review. Crit Rev Phys Rehab Med. 2001;13:159-90.
    • Kellen E, Vansant G, Christiaens MR, Nev en P, Limbergen E van. Lifestyle changes and breast cancer prognosis: a review. Breast Cancer Res Treat. 2009;114:13-22.
    • Kelly AM. Does the clinically significant difference in visual analog scale pain scores vary with gender, age or cause of pain. Acad Emerg Med. 1998;5:1086-90.
    • Kelly AM. The minimum clinically significant difference in visual analogue scale pain score does not differ with severity of pain. Acad Emerg Med. 2001;18:205-7.
    • Kligman L, Wong RKS, Johnston M, Laetsch NS. The treatment of lymphedema related to breast cancer: a systematic review and evidenc summery. Support Care Cancer. 2004;12:421-31.
    • Knobf TM, Insogna K, DePietro L, Fennie K, Siobhan Thompson A. An aerobic weight-loaded pilot exercise intervention for breast cancer survivors: bone remodeling and body composition outcomes. Biol Research Nurs. 2008;10:34-43.
    • Köke AJA, Heuts PHTG, Vlaeyen JWS, Weber WEJ. Meetinstrumenten chronische pijn. Deel 1 functionele status. Pijn Kennis Centrum. Maastricht; 1999.
    • Kootstra J, Hoekstra-Weebers JE, Rietman H, de Vries J, Baas P, Geertzen JH, et al. Quality of life after sentinel lymph node biopsy or axillary lymph node dissection in stage I/II breast cancer patients: a prospective longitudinal study. Ann Surg Oncol. 2008;15:2533-41.
    • Koul R, Dufan T, Russell C, Guenther W, Nugent Z, Sun X, et al. Efficacy of complete decongestive therapy and manual lymphatic drainage on treatment-related lymphedema in breast cancer. Int J Radiaton Oncology Biol Phys. 2007;67:841-6.
    • Lane KN, Dolan LB, Worsley D, McKewzie DC. Upper extremity lymphatic function at rest and during exercise in breast cancer survivors with and without lymphedema compared with healthy controls. J Appl Physiol. 2007;103:917-25.
    • Langer I, Guller U, Berclaz G, Koechli OR, Schaer G, Fehr MK, et al. Morbidity of sentinel lymph node biopsy (SLN) alone versus SLN and completion axillary lymph node dissection after breast cancer surgery. Ann of Surg. 2007;245:452-61.
    • Lauridsen MC, Christiansen P, Hessov I. The effect of physiotherapy on shoulder function in patients surgically treated for breast cancer: a randomized study. Acta Oncol. 2005;44:449-57.
    • Lauridsen MC, Overgaard M, Overgaard J, Hessov IB, Cristiansen P. Shoulder disability and late symptoms following surgery for eauly breast cancer. Acta Oncol. 2008;47:569-75.
    • Lee SA, Kang JY, Kim YD, An AR, Kim SW, Kim YS, et al. Effects of a scapula-oriented shooulder exercise programme on upper limb dysfunction in breast cancer survivors: a randomized controlled pilot trial. Clin rehabil. 2010;7:600-13.
    • Lee TS, Kilbreath SL, Refshauge KM, Herbert RD, Beith JM. Prognosis of the upper limb following surgery and radiation for breast cancer. Breast Cancer Res Treat. 2008;110:19-37.
    • Lee TS, Kilbreath SL, Sillivan G, Refshauge KM, Beith JM, Harris LM. Factors That Affect Intention to Avoid Strenuous Arm Activity After Breast Cancer Surgery. Oncol Nursing Forum. 2009;4;454-62.
    • Leidenius M, Leppänen E, Krogerus L, von Smitten K. Motion restriction and axillary web syndrome after sentinel node biopsy and axillary clearance in breast cancer. Am J of Surg. 2003;185:127-30.
    • Loprinzi CL, Wolf SL, Barton DL, Laack NN. Symptom management in premenopausal patients with breast cancer. Lancet Oncol. 2008;9:993-1001.
    • Lumachi F, Brandes AA, Burelli P, Basso SM, Iacobone M, Ermani M. Seroma prevention following axillary dissection in patients with breast cancer by using ultrasound scissors: a prospective clinical study. Eur J Surg Oncol. 2004;30:526-30.
    • Mansel RE, Fallowfiels L, Kissin M, Goyal A, Newcombe RG, Dixon JM, et al. Randomized multicenter trial of sentinel node biopsy versus snadard axillary treatment in operable breast cancer: The ALMANAC Trial. J Natl Cancer Inst. 2006;98:599-609.
    • Markes M, Brockow T, Resch KL. Exercise for women receiving adjuvant therapy for breast cancer. Cochrane Database Syst Rev. 2006;Issue 4.
    • McKenzie DC, Kalda AL. Effect of upper extremity exercise on secondary lymphedema in breast cancer patients: a pilot study. J Clin Oncol. 2003;3:463-6.
    • McLaughlinSA, Wright MJ, Morris KT, Giron GL, Sampson MR, Brockway JP, et al. Prevalence of lymphedema in women with breast cancer 5 years after sentinel lymph node biopsy or axillary dissection: objective measurements. J Clin Oncol. 2008;26:5213-19.
    • McNeely ML, Cambell K, Courneya K, Dabbs K, Klassen TP, Mackey J. Exercise Interventions for upper limb dysfunction due to breast cancer surgery. The Cochrane Library. 2010;Issue 6.
    • Meijer RS, Rietman JS, Geertzen JHB, Bosmans JC, Dijkstra PU. Validity and intra- and interobserver reliability of an indirect volume measuremts in patients with upper extremity lymphedema. Lymphology. 2004;37:127-33.
    • Molassiotis A, Yung HP, Yam BMC, Chan FYS, Mok TSK. The effectiveness of progressive muscle relaxation training in managing chemotherapy-induced nausea and vomiting in Chinese breast cancer patients: a randomised controlled trial. Support Care Cancer. 2002;10:237-46.
    • Mondry TE, Riffenburgh RH, Johnstone PAS. Prospective trial of complete decongestive therapy for upper extremit lymphedema after breast cancer therapy. Cancer Journal. 2004;10:42-8.
    • Montazeri A. Health-related quality of life in breast cancer patients: a bibliographic review of the literature from 1974 to 2007. J Exp Clin Cancer Res. 2008;29:27-32.
    • Moseley AL, Carati CJ, Piller NB. A systematic review of common conservative therapies for arm lymphoedema secondary to breast cancer treatment. Ann of Oncol. 2007;18:639-46.
    • Moskovitz AH, Anderson BO, Yeung R, Byrd DR, Lawton TJ, Moe RE. Axillary web syndrome after axillary dissection. Am J of Surg. 2001;181:434-9.
    • Nedstrand E, Wijma K, Wyon Y, Hammar M. Vasomotor symptoms decrease in women with breast cancer randomized to treatment with applied relaxation or electro-acupuncture: a preliminary study. Climacteric. 2005;8:243-50.
    • Nesvold IL, Dahl AA, Løkkevik E, Marit Mengshoel A, Fosså SD. Arm and shoulder morbidity in breast cancer patients after breast-conserving therapy versus mastectomy. Acta Oncol. 2008;47:835-42.
    • Nesvold IL, Fosså SD, Holm I, Naume B, Dahl AA. Arm/shoulder problems in breast cancer survivors are associated with reduced health and poorer physical quality of life. Acta Oncol. 2010;49:347-53.
    • Nesvold IL, Fosså SD, Naume B, Dahl AA. Kwan`s arm problem scale: psychometric examination in a sample of stage II breast cancer survivors. Breast Cancer Res Treat. 2009;17:281-8.
    • Norman SA, Localio AR, Patshnik SL, Simoes Torpey HA, Kallan MJ, Weber AL, et al. Lymphedema in breast cancer survivors: incidence, degree, time course, treatment, and symptoms. J Clin Oncol. 2009; 27:390-7.
    • Nystedt M, Berglund G, Bolund C, Fornander T, Rutqvist LE. Side effects of adjuvant endocrine treatment in premenopausal breast cancer patients: a prospective randomized study. J Clin Oncol. 2003;21:1836-44.
    • Oldervol LM, Loge JH, Paltiel H, May B, Vidvei U, Wiken AN, et al. The effect of a physical exercise program in palliative care: a phase II study. J Pain Symptom Manage. 2006;31:421-30.
    • Ostelo RWJG, Vet HCW de. Clinically important in low back pain. Clin Rheum. 2005;19: 593-607
    • Pain SJ, Purushotham AD. Lymphoedema following surgery for breast cancer. BJS. 2000;87:1128-41.
    • Paskett ED, Naughton M, McCoy TP, Case LD, Abbott JM. The epidemiology of arm and hand swellling in premenopausal breast cancer survivors. Cancer Epidemiol Biomarkers Prev. 2007;16:775-82.
    • Petrek JA, Senie RT, Peters M, Rosen PP. Lymphedema in a cohort of breast carcinoma survivors 20 years after diagnosis. Cancer. 2001;92:1368-77.
    • Peuckmann V, Ekholm O, Sjøgren P, Rasmussen NK, Christiansen P, Møller S, et al. Health care utilisation and characteristics of long-term breast cancer survivors: nationwide survey in Denmark. Eur J Cancer. 2009;45:625-33.
    • Pickett M, Mock V, Ropka ME, Cameron L, Coleman M, Podewils L. Adherence to moderate-intensity exercise during breast cancer therapy. Cancer Pract. 2002;10:284-92.
    • Pocock SJ. Clinical trials: a practical approach. Chichester: Wiley; 1983.
    • Poage E, Singer M, Armer J, Poudall M, Shellabarger MJ. Demystifying Lymphedema: Development of the lymphdedema putting evidence into practice card. Clin J Oncol Nurs. 2008;12:951-64.
    • Preston NJ, Seers K, Mortimer PS. Physical therapies for reducing and controlling lymphoedema of the limbs. The Cochrane Library. 2009:Issue 4.
    • Ridner SH, Dietrich MS, Deng J, Bonner CM, Kidd N. Bioelectrical impedance for detecting upper limb lymphedema in nonlaboratory settings. Lymphat Res Biol. 2009;7:11-5.
    • Ridner SH. Quality of life and a symptom cluster associated with breast cancer treatment-related lymphedema. Support Care Cancer. 2005;13:904-11.
    • Rietman JS, Dijkstra PU, Geertzen JHB, Baas P, de Vries J, Dolsma WV, et al. Treatment-related upper limb morbidity 1 year after sentinel lymph node biopsy or axillary lymph node dissection for stage I or II breast cancer. Ann of Surg Oncol. 2004;11:1018-24.
    • Rietman JS, Dijkstra PU, Hoekstra HJ, Eisma WH, Szabo BG, Groothoff JW. Late morbidity after treatment of breast cancer in relation to daily activities and quality of life: a systematic review. EJSO. 2003;29:229-38.
    • Rietman JS, Geertzen JHB, Hoekstra HJ, Baas P, Dolsma WV, de Vries J, et al. Long term treatment related upper limb morbidity and quality of life after sentinel lymph node biopsy for stage I or II breast cancer. EJSO. 2006;32:148-52.
    • Robb K, Oxberry SG, Bennett MI, Johnson MI, Simpson KH, Searle RD. A Cochrane systematic review of transcutaneous electrical nerve stimulation for cancer pain. J Pain Symptom Manage. 2009;37:746-53.
    • Rogers LQ, Hopkins-Price P, Vicari S, Pamenter R, Courneya KS, Markwell S, et al. A randomized trial to increase physical activity in breast cancer survivors. Med Sci Sports Exerc. 2009;41:935-46.
    • Rönkä RH, Pamilo MS, von Smitten KAJ, Leidenius MHK. Breast lymphedema after breast conserving treatment. Acta Oncologica. 2004;43:551-7.
    • Rowland JH, Desmond KA, Meyerowitz BE, Belin TR, Wyatt GE, Ganz PA. Role of breast reconstructive surgery in physical and emotional outcomes among breast cancer survivors. J Natl Cancer Inst. 2000;92:1422-9. Erratum: J Nat Cancer Inst. 2001;93:68.
    • Roy JS, MacDermind JC, Woodhouse LJ. Measuring Shoulder Function: A systematic Review of Four Questionnaires. Arthritis Rheumatism. 2009; 61:623-32.
    • Roy MAG, Doherty TJ. Reliability of hand-held dynamometry in assessment of knee extensor strength after hip fracture. Am J Phys Med Rehab. 2004;83:813-8.
    • Ryf C, Weymann A. Range of Motion - AO Neutral-0-Method; measurement and documentation. Stutgart: Thieme; 1999.
    • Sagen Å, Kåresen R, Sandvik L, Risberg MA. Changes in arm morbidities and health-related quality of life after breast cancer surgery – a five-year follow-up study. Acta Oncol. 2009;48:1111-8.
    • Sagen Å, Kåresen R, Sandvik L, Risberg MA. Physical activity for the affected limb and arm lymphedema after breast cancer surgery. A prospective, randomized controlled trial with two years follow-up. Acta Oncol. 2009;48:1102-10.
    • Sander AP, Hajer NM, Hemenway K, Miller AC. Upper-extremity volume measurements in women with lymphedema: a comparison of measurements obtained via water displacement with geometrically determined volume. Phys Ther. 2002;82:1201-12.
    • Schmitz KH, Ahmed RL, Troxel A, Cheville A, Smith R, Lewis-Grant L, et al. Weight lifting in women with breast-cancer-related lymphedema. N Engl J Med. 2009;361:664-73.
    • Schwartz AL, Winters-Stone K, Gallucci B. Exercise effects on bone mineral density in women with breast cancer receiving adjuvant chemotherapy. Oncol Nurs Forum. 2007;34:627-33.
    • Shamley DR, Barker K, Simonite V, Beardshaw A. Delayed versus immediate exercises following surgery for breast cancer: a systematic review. Breast Cancer Res Treat. 2005;90:263-71.
    • Smits-Engelsman BCM, Bekkering GE, Hendriks HJMKNGF- richtlijn osteoporose. Supplement Ned Tijdschr Fysiother. 2001;111(3).
    • Soran A, Dángelo G, Begovic M, Ardic F, Harlak A, Wieand HS, et al. Breast cancer-related lymphedema - what are the significant predictors and how they affect the severity of lymphedema? The Breast J. 2006;12:536-43.
    • Springer BA, Levy E, McGarvey C, Pfalzer LA, Stout NL, Gerber LH, et al. Pre-operative assessment enables early diagnosis and recovery of shoulder function in patients with breast cancer. Breast Cancer Res Treat. 2010;120:135-47.
    • Stemmer R. Stemmer’s sign-possibilities and limits of clinical diagnosis of lymphedema. Wiener Mediz Wochenschrift. 1999;149:85-6.
    • Stout Gergich NL, Pfalzer LA, McGarvey C, Springer B, Gerber LH, Soballe P. Preoperative assessment enables the early diagnosis and successful treatment of lymphedema. Cancer. 2008;112:2809-19.
    • Stuiver MM, Wittink HM, Velthuis MJ, Kool N, Jongert WAM. KNGF-standaard Beweeginterventie oncologie. Amersfoort: Koninklijk Nederlands Genootschap voor Fysiotherapie; 2011.
    • Sturgeon M, Wetta-Hall R, Hart T, Good M, Dakhil S. Effects of therapeutic massage on the quality of life among patients with breast cancer during treatment. J Altern Complement Med. 2009;15:373-80.
    • Swenson KK, Nissen MJ, Leach JW, Post-White J. Case control study to evaluate predictors of lymphedema after breast cancer surgery. Oncol Nurs Forum. 2009;36;185-93.
    • Szuba A, Achalu R, Rockson SG. Decongestive lymphatic therapy for patients with breast carcinoma-associated lymphedema. A randomized, prospective study of a role for adjunctive intermittent pneumatic compression. Cancer. 2002;95:2260-7.
    • Thomas-MacLean R, Miedema B, Tatemichi SR. Breast cancer-related Lymphedema – Women`s experiences with an underestimated condition. Can Fam Physician. 2005;51:246-7.
    • Tidhar D, Katz-Leurer M. Aqua lymphatic therapy in women who suffer from breast cancer treatment-related lymphedema: a randomized controlled study. Support Care Cancer. 2010;18:383-92.
    • Todd J, Scally A, Dodwell D, Horgan K, Topping A. A randomised controlled trial of two programmes of shoulder exercise following axillary node dissection for invasive breast cancer. Physiotherapy. 2008;94:265-73.
    • Todd KH, Funk KG, Funk JP, Bonacci R. Clinical significance of reported changes in pain severity. Annals Emergency Medicine. 1996;27:485-9.
    • Torres Lacomba M, Mayoral del Moral O, Coperias Zazo JL, Yuste Sánchez MJ, Ferrandez J-C, Zapico Goñi Á. Axillary web syndrome after axillary dissection in breast cancer: a prospective study. Breast Cancer Res Treat. 2009;117:625-30.
    • Torres Lacomba M, Yuste Sánchez MJ, Goñi AV, Merino DP, Mayoral del Moral O, Téllez EC, et al. Effectiveness of early physiotherapy to prevent lymphoedema after surgery for breast cancer: randomised, single blinded, clinical trial. BMJ. 2010;340:b5396.
    • Tsai HJ, Hung HC, Yang JL, Huang CS, Tsauo JY. Could Kinesio tape replace the bandage in decongestive lymphatic therapy for breast-cancer-related lymphedema? A pilot study. Support Care Cancer. 2009;17:1353-60.
    • Tsai RJ, Dennis LK, Lynch CF, Snetselaar LG, Zamba GKD, Scott-Conner C. The risk of developing arm lymphedema among breast cancer survivors: a meta-analysis of treatment factors. Ann surg Oncol. 2009;16:1959-72.
    • van der Wees PJ, Hendriks HJM, Heldoorn M, Custers JWH, Bie RA de. Methode voor ontwikkeling, implementatie en bijstelling van KNGF-richtlijnen. Amersfoort/Maastricht: KNGF/CEBP; 2007.
    • Veiga DF, Sabino Neto M, Ferreira LM, Garcia EB, Veiga Filho J, Novo NF, et al. Quality of life outcomes after pedicled TRAM flap delayed breast reconstruction. Br J Plast Surg. 2004;57:252-7.
    • Velthuis MJ, Agasi-Idenburg SC, Aufdemkampe G, Wittink HM. The effect of physical exercise on cancer-related fatigue during cancer treatment: a meta-analysis of randomised controlled trials. J Clin Oncol. 2010;22:208-21.
    • Verhagen AP, Vet HCW de, Bie RA de. The Delphi List: a criteria list for quality assessment of randomized clinical trials for conducting systematic reviews developed by Delphi consensus. J Clin Epidemiol. 1998;51:1235-41.
    • Ververs JM, Roumen RM, Vingerhoets AJ, Vreugdenhil G, Coebergh JW, Crommelin MA, et al. Risk, severity and predictors of physical and psychological morbidity after axillary lymph node dissection for breast cancer. Eur J Cancer. 2001;37:991-9.
    • Viehoff PB, Genderen FR van, Wittink H. Upper limb lymphedema 27 (ULL27): Dutch translation and validation of an illness-specific health-related quality of life questionnaire for patients with upper limb lymphedema. Lymphology. 2008;41:131-8.
    • Vignes S, Porcher R, Arrault M, Dupuy A. Long-term management of breast cancer-related lymphedema after intensive decongestive physiotherapy. Breast Cancer Res Treat. 2007;101:285-90.
    • Vilholm OJ, Sold S, Rasmussen L, Sindrup SH. The postmastectomy pain syndrome: an epidemiological study on the prevalence of chronic pain after surgery for breast cancer. Br J Cancer. 2008;99:604-10.
    • Visser J, Mans E, Visser M de, Berg-Vos RM van den, Franssen H, Jong JMBV de et al. Comparison of maximal voluntary isometric contraqction and hand-held dynamometry in measuring muscle strenght of patients with progressive lower motor neuron syndrome. Neuromusc Disorders. 2003;13:744-50.
    • Wang C-Y, Olson SL, Protas EJ. Test-retest strength reliability: Hand-held dynamometry in community-dwelling elderly fallers. Arch Phys Med Rehab. 2002;83:811-5.
    • Ward LC, Czerniec S, Kilbreath SL. Operational equivalence of bioimpedance indices and perometry for the assesment of unilateral arm lymphedema. Lymphatic Research Biology. 2009;7:81-5.
    • Ward LC, Czerniec S, Kilbreath SL. Quantitative bioimpedance spectroscopy for the assessment of lymphoedema. Breast Cancer Res Treat. 2009;117:541-7.
    • Watters JM, Yau JC, O`Rourke K, Tomiak E, Gertler SZ. Functional status is well maintained in older women during adjuvant chemotherapy for breast cancer. Ann Oncol. 2003;14:1744-50.
    • Weis J, Domann U. Interventionen in der rehabilitation von mammakarzinompatientinnen - eine methodenkritische ubersicht zum forschungsstand. Die Rehabilitation. 2006;45:129-45.
    • Whelan TJ, Levine M, Julian J, Kirkbride P, Skingley P. The effects of radiation therapy on quality of life of women with breast carcinoma. Cancer. 2000;88:2260-6.
    • Wilke LG, McCall LM, Posther KE, Whitworth PW, Reintgen DS, Leitch AM, et al. Surgical complications associated with sentinel lymph node biopsy: results from a prospective internationa cooperative group trial. Ann Surg Oncol. 2006;13:491-500.
    • Williams AF, Franks PJ, Moffat CJ. Lymphoedema: estimating the size of the problem. Palliat Med. 2005;19:300-13.
    • Yoo HJ, Ahn SH, Kim SB, Kim WK, Han OS. Efficacy of progressive muscle relaxation training and guided imagery in reducing chemotherapy side effects in patients with breast cancer and in improving their quality of life. Supportive Care Cancer. 2005;13:826-33.
    • York SL, Ward LC, Czerniec S, Lee MJ, Refshauge KM, Kilbreath SL. Single frequency versus bioimpedance spectroscopy for the assessment of lymphedema. Breast Cancer Res Treat. 2009;117:177-82.