A.1.1 Chirurgische behandeling

Zie ook noot 2, noot 3 en noot 4

Ablatio, mastectomie en lumpectomie

De meeste patiënten met borstkanker (90%) komen in aanmerking voor een chirurgische behandeling. De fysieke gevolgen van chirurgie voor de patiënt zijn divers en grotendeels afhankelijk van de uitgebreidheid van de operatie. De chirurgische behandeling kan bestaan uit: 1) ablatio (= verwijdering van de borst zonder okselklierdissectie), 2) mastectomie (= ablatio inclusief okselklierdissectie) en 3) lumpectomie (= borstsparende chirurgie, met of zonder okselklierdissectie, waarbij de tumor wordt weggenomen, met daaromheen voldoende marge aan gezond borstweefsel, en aansluitend radiotherapie wordt gegeven). Waar mogelijk wordt een borstsparende operatie uitgevoerd.

Zowel bij ablatio als bij de lumpectomie vindt onderzoek plaats naar eventuele lymfekliermetastasering volgens de zogeheten schildwachtklierprocedure (sentinal node procedure).

Een schildwachtklier is een lymfeklier die direct lymfe-afvloed ontvangt van het gebied in de borst waar de tumor zich bevindt. Schildwachtklieren worden opgespoord met behulp van een kleine hoeveelheid radioactieve stof. De klier wordt vervolgens verwijderd en voor onderzoek opgestuurd naar de patholoog. Indien de schildwachtklier geen (micro)metastasen bevat (en dus negatief is) wordt geen complete okselklierdissectie uitgevoerd. Als er echter metastasering in een of meer schildwachtklier(en) wordt vastgesteld, volgt een verdere behandeling van de oksel door middel van complete verwijdering van de okselklieren, eventueel gevolgd door radiotherapie van de oksel.

Een okselklierdissectie gebeurt soms direct, tijdens de eerste operatie, maar er kan ook een tweede operatie voor nodig zijn. Bij het ontbreken van metastasen in de oksel (~60-70% van de schildwachtklierprocedures), is het risico op uitzaaiingen in andere organen kleiner dan 5% (www.ikcnet.nl).

De restverschijnselen na okselklierdissectie (hoogrisicopatiënten) zijn uitgebreider dan wanneer er geen okselklierdissectie heeft plaatsgevonden. Het herstelproces zal bij deze patiënten langer duren, zeker in geval van adjuvante therapie. In de acute postoperatieve fase ontstaan vaak seroom en pijn, er is risico op een bewegingsbeperking van de schouder/arm en als een zenuw is geraakt, kan een sensibiliteitsstoornis optreden. Ook kunnen in een later stadium functiestoornissen van de arm/schouder en lymfoedeem ontstaan. Het risico daarop is groter als na de operatie is behandeld met regionale radiotherapie.

 


Lymfoedeem

Lymfoedeem is een van de ingrijpendste gevolgen van de medische behandeling van borstkanker. In een studie van Williams et al. (2005) bleek de prevalentie van lymfoedeem na een okselklierdissectie ruim 30%. Na 5 jaar was de cumulatieve incidentie 42% (Norman et al., 2009). Van de patiënten jonger dan 50 jaar rapporteerde 50% lymfoedeem; van de patiënten tussen 50-79 jaar 40% en van de patiënten ouder dan 80 jaar 26%. 80% van het lymfoedeem ontstond in de eerste 2 jaar na de diagnose borstkanker. 

Lymfoedeem wordt beschreven als een accumulatie van extracellulair vocht. Bij gezonde proefpersonen omvat het extracellulair vocht ongeveer 25% van het armvolume, bij lymfoedeem ligt dit percentage hoger, maar de precieze percentages zijn niet bekend. In latere stadia van lymfoedeem is er naast extracellulair vocht ook sprake van een depot met vetcellen en kunnen fibrotische veranderingen in het weefsel optreden. Bij de ernstigste vormen zijn ook huidveranderingen waarneembaar. Gevolgen van lymfoedeem zijn verminderde mobiliteit, tragere wondgenezing, meer risico op infectie, een strak en zwaar gevoel, paraesthesieën en pijn. Daarnaast kan lymfoedeem ook leiden tot functionele beperkingen en psychosociale problemen (Swenson et al., 2009; McKenzie & Kalda, 2003; Ernst et al., 2002).

Subjectief wordt als eerste symptoom een zwaar gevoel aangegeven (Czerniec et al., 2010, Fu & Rosedale, 2009). Andere symptomen zijn zwelling, pijn, een zeurend, stekend, brandend, doof, strak en/of moe gevoel van de arm, strak zittende sieraden of kleding, onzichtbare knokkels en/of venen in de hand en moeite met schrijven (Fu et al., 2008; Fu & Rosedale, 2009; Norman et al., 2009). Deze symptomen kunnen – voordat de klinische diagnose is gesteld – duiden op beginnend lymfoedeem. 
De over lymfoedeem geselecteerde studies zijn opgenomen in noot 2.


 

De wetenschappelijk bevindingen ten aanzien van de gevolgen van chirurgische behandelingen zijn opgenomen in noot 3.

 

Borstreconstructie

In het geval van een amputatie kan, indien wenselijk en medisch verantwoord, direct in aansluiting op de operatie (met of zonder okselklierdissectie) een borstreconstructie worden uitgevoerd (directe reconstructie). Deze vindt meestal plaats na een huidsparende borstklierverwijdering. Het is ook mogelijk om een reconstructie korte of langere tijd na de amputatie uit te voeren (secundaire reconstructie). Een reconstructie kan worden uitgevoerd met een siliconenimplantaat (al dan niet voorafgegaan door een tissue expander), een vrije lap (TRAM, DIEP, S-GAP) of met een gesteelde lap (musculus (m.) latissimus dorsi). De uiteindelijke keuze is afhankelijk van medische factoren en persoonlijke voorkeur van de patiënt. 
De meest voorkomende bijwerkingen van een borstreconstructie zijn pijn in het operatiegebied en, in de acute fase, een bewegingsbeperking van de schouder/arm. Op de langere termijn kan krachtverlies van schouder aan de geopereerde zijde voorkomen.

De wetenschappelijk bevindingen ten aanzien van borstreconstructie zijn opgenomen in noot 4 in de Verantwoording.

 


Aanbevelingen na chirurgische behandeling

  • Het verdient aanbeveling patiënten na een okselklierdissectie te verwijzen voor fysiotherapie, omdat de gevolgen voor het bewegend functioneren en het risico op het ontwikkelen van lymfoedeem significant groter zijn dan na een schildwachtklierprocedure.
  • Het verdient aanbeveling om bij controleafspraken te vragen naar schouderfunctiestoornissen, comorbiditeit (chronische veneuze insufficiëntie, diabetes mellitus), de body-mass index, arminfecties, vermoeidheid, de kwaliteit van leven, status van werkeloosheid, het activiteitenniveau, pijn en het al dan niet hebben gehad van radiotherapie, aangezien deze factoren voorspellers zijn van armproblemen. Ingeval armproblemen leiden tot een lager functioneringsniveau wordt aanbevolen deze patiënten te verwijzen voor fysiotherapie.
  • Bij onderzoek en behandeling van de schouder moet vooral rekening worden gehouden met beperkte abductie en endo/exorotatie en met verminderde spierkracht. Daarnaast komt pijn veelvuldig voor.
  • In geval van een Axillary Web Sydorme (AWS)  is het zinvol te verwijzen naar een fysiotherapeut voor adviezen/instructies/behandeling, zeker als de patiënt nog radiotherapie krijgt. (Door AWS kunnen patiënten mobiliteitsbeperkingen hebben en daardoor problemen met het innemen van de juiste houding tijdens de radiotherapie.)
  • Na een (verlate) borstreconstructie is fysiotherapeutische behandeling niet nodig. Een eenmalig consult kan zinvol zijn ten behoeve van adviezen/instructies over het gebruik van de arm en om aan te geven bij welke problemen opnieuw contact moet worden opgenomen met de fysiotherapeut.

 

Noot 2 Studies over lymfoedeem

Noot 2 Over lymfoedeem zijn zijn 4 SR’s gevonden (Devoogdt et al., 2010; Preston et al., 2009; Moseley et al., 2007; Kligman et al., 2004), 9 RCT’s (Torres Lacomba et al., 2010; Damstra & Partch, 2009; Tsai et al., 2009; Jahr et al., 2008; Todd et al., 2008; Carati et al., 2003; McKenzie & Kalda, 2003; Box et al., 2002b; Szuba et al., 2002) en 8 cohortstudies (Johansson & Branje, 2010; Stout et al., 2008; Hamner et al., 2007; Koul et al., 2007; Vignes et al., 2007; Ferrandez, 2007; Carati et al., 2003; Petrek et al., 2001).

 

Noot 3 Chirurgische behandeling

Noot 3 Er is zowel gezocht naar studies over het natuurlijk postoperatieve beloop als naar studies over de resultaten van fysiotherapeutische behandelingsmogelijkheden. Vanaf 2000 tot medio 2010 zijn hierover 4 SR’s verschenen (Tsai et al., 2009; Lee et al., 2008; Montazeri, 2008; Rietman et al., 2003), 1 richtlijn (Harris et al., 2001), 3 narratief reviews (Cheville & Tchou, 2007; Agrawal et al., 2006; Jung et al., 2003), 10 RCT’s (Helms et al., 2009; Sagen et al., 2009; Beurskens et al., 2007; Fleissig et al., 2006; Mansel et al., 2006; Rietman et al., 2006, 2004; Bendz et al., 2002; Box et al., 2002; Højris et AL., 2000;) en 15 cohortstudies (Torres Lacomba et al., 2009; McLaughlin et al., 2008; Nesvold et al., 2009, 2008; Albert et al., 2006; Wilke et al., 2006; Blomqvist et al., 2004; Lumachi et al., 2004; Engel et al., 2003; Gosselink et al., 2003; Burak et al, 2002; Moskovitz et al., 2001; Petrek et al., 2001; Ververs et al., 2001; Rowland et al., 2000).

Met name de okselklierdissectie leidde tot behandelindicaties voor fysiotherapie. De belangrijkste en meest genoemde gevolgen waren een afname in schoudermobiliteit en het ontstaan van lymfoedeem. Uit de richtlijn van Harris et al. (2001) en studies van Beurskens et al. (2007), Mansel et al. (2006), Rietman et al. (2006, 2004) en Benz et al. (2002) werd geconcludeerd dat direct postoperatief na een okselklierdissectie significant meer schouderbeperkingen (met name anteflexie, abductie en endo/exorotatie), knijpkrachtvermindering, seroom en sensibiliteitsverlies voorkwamen dan na een schildwachtklierprocedure. Helms et al. (2009) vonden dat patiënten 6 maanden tot 3 jaar postoperatief na alleen een schildwachtklierprocedure subjectief significant minder klachten (mobiliteit, kracht, zwelling en pijn, vastgelegd met een vragenlijst) hadden dan na een okselklierdissectie. Dit gold ook voor objectief gemeten klachten (bewegingsbeperking, krachtverlies, lymfoedeem en sensibiliteitsstoornissen).

De duur van de disfunctie van de bovenste extremiteit na chirurgische behandeling liep sterk uiteen (1-20 jaar), evenals het percentage patiënten dat last had van een dergelijke disfunctie. Tsai et al. (2009) en Rietman et al. (2003) concludeerden in hun review dat een okselklierdissectie bij 1-67% van de patiënten leidde tot een bewegingsbeperking en een verminderde spierkracht van de bovenste extremiteit en dat het risico op lymfoedeem was vergroot (RR = 2,99). 
Recente studies uit het review van Lee et al. (2008) en Sagen et al. (2009) lieten zien dat na een okselklierdissectie bij 60% van de patiënten ten minste een van de volgende klachten voorkwam: bewegingsbeperking, pijn (schouderregio/litteken), lymfoedeem, stijfheid, spierzwakte en gevoelloosheid. Pijnklachten, spierkrachtvermindering en lymfoedeem bleken bij respectievelijk 9-68%, 9-28% en 0-34% van de patiënten nog aanwezig te zijn tot 6-7 jaar postoperatief. Een opmerkelijke bevinding van Lee et al. (2008) was dat de laagste prevalentie van schouderbeperkingen werd gemeld in onderzoeken waar de chirurg deze observeerde én registreerde, echter, zonder dit objectief te meten. Verder waren een hogere leeftijd, postoperatieve wondinfecties (of latere infecties aan de aangedane zijde) en obesitas extra risicofactoren voor lymfoedeem.

In een grote cohortstudie (n = 263) van Petrek et al. (2001) bleek dat 20 jaar na een okselklierdissectie 49% van de patiënten lymfoedeem aangaf. Dit lymfoedeem was in de eerste 3 jaar postoperatief ontstaan bij 77% van de patiënten, waarna het aantal patiënten met lymfoedeem jaarlijks toenam met 1% per jaar. Infecties aan de arm en gewichtstoename na de operatie waren significant geassocieerd met het ontstaan van lymfoedeem. Ook Box et al. (2002) beschreven dat vrouwen met een body-mass index (BMI) > 25 een significant groter risico op lymfoedeem hadden, terwijl het risico bij vrouwen met een betaalde baan juist lager lag.

Een prospectieve cohortstudie van Burak et al. (2002) liet zien dat patiënten na een schildwachtklierprocedure 10 keer sneller hun adl-activiteiten oppakten dan na een okselklierdissectie.

Een RCT van Fleissig et al. (2006) toonde aan dat de prevalentie van lymfoedeem na een okselklierdissectie 1 maand postoperatief 28,3% was en 18 maanden postoperatief 14%. Na een schildwachtklierprocedure waren die percentages respectievelijk 8,8% en 3,5%. Ook hadden op elk meetmoment tussen 1 maand en 3 jaar postoperatief significant meer patiënten na een okselklierdissectie last van mobiliteitsbeperkingen (1 maand postoperatief 53-73% versus 0-24% van de patiënten na een schildwachtprocedure, 18 maanden postoperatief 28% versus 17%). Drie jaar postoperatief hadden patiënten na een okselklierdissectie significant meer lymfoedeem van de onderarm. Verder hadden jongere patiënten op deze meetmomenten een significant verminderde kwaliteit van leven (met name vanwege angst), wat ook terug te vinden is bij Montazeri (2008). Montazeri liet daarnaast zien dat patiënten die een lumpectomie met een okselklierdissectie ondergingen een betere kwaliteit van leven hadden dan patiënten na een mastectomie.

In cohortstudies van Nesvold et al. (2008), McLaughlin et al. (2008) en Gosselink et al. (2003) werd beschreven dat na een okselklierdissectie meer mobiliteitsbeperkingen en pijnklachten voorkwamen. Verder bleken schouderproblemen geassocieerd met radiotherapie van de oksel, slechtere conditie, lymfoedeem, hoog BMI, geen werk en een lagere kwaliteit van leven.

Pijn kan ook op langere termijn blijven bestaan. Het postmastectomie pijnsyndroom (PMPS) wordt gedefinieerd als pijn in het geopereerde gebied of de ipsilaterale arm, minimaal 4 dagen per week aanwezig, met een intensiteit van > 3 op de numerieke pijnschaal. Volgens onderzoek van Vilholm et al. (2008) is de prevalentie van PMPS bij borstkankerpatiënten 23,9%. Risicofactoren voor het ontstaan van chronische pijn zijn eerdere behandeling voor borstkanker (OR 8,12), tumorlocatie in het bovenste laterale kwadrant van de borst (OR 6,48), jongere leeftijd (OR 1,04) en okselklierverwijdering (OR 1,99) Daarnaast werd er werd meer pijn gerapporteerd na radiotherapie supraclaviculair of van de oksel.
Rietman et al. (2003) gaven een overzicht van de late gevolgen (> 1 jaar) na chirurgie met betrekking tot pijn, adl en kwaliteit van leven. Eén jaar postoperatief ervoer 12-51% van de patiënten nog pijn. Slapen op de geopereerde zijde, reiken en huishoudelijk werk waren significant gecorreleerd aan chronische pijn. Verder bleek de kwaliteit van leven een voorspeller te zijn van de overleving bij patiënten met metastasen. De auteurs concludeerden dat er een grote diversiteit was in de prevalentie van pijn (12-51%) en lymfoedeem (6-43%). Dit laatste is ook terug te vinden in studies van Blomquist et al. (2004) en Højris et al. (2000).

Rietman et al. (2006), Engel et al. (2003), Albert et al. (2006) en Nesvold et al. (2009) beschreven als voorspellers van late armproblemen (12 maanden): vroege beperkingen (3-6 maanden), aantal verwijderde klieren, hogere leeftijd, vergevorderd stadium (hogere TNM-classificatie) van borstkanker, soort operatie (ablatio versus lumpectomie), comorbiditeit (chronische veneuze insufficiëntie (CVI), diabetes mellitus (DM), hoge BMI en preoperatieve schouderklachten), werkeloosheid, laag activiteitenniveau, gebruik van pijnstillers en radiotherapie van de oksel. 
Er is weinig onderzoek gevonden over de verandering van de sensibiliteit. Alleen Mansel et al. (2006) en Jung et al. (2003) beschreven dat het sensibiliteitsverlies na een okselklierdissectie groter was dan na een schildwachtklierprocedure. Sparen van de nervus intercostobrachialis tijdens de operatie gaf minder sensibiliteitsverlies.

Prospectieve cohortstudies van Wilke et al. (2006) en Ververs et al. (2001) beschreven een hogere leeftijd en meer verwijderde klieren als voorspellers van verergering van het seroom. Agrawal et al. (2006) en Lumachi et al. (2004) toonden aan dat de incidentie van seroom 15-81% was, maar dat de pathofysiologie ervan nauwelijks bekend was. Seroom bleek gecorreleerd te zijn met tumorgrootte, het aantal verwijderde klieren en de hoeveelheid gedraineerd vocht in de eerste 24 uur postoperatief; seroom bleek het genezingsproces te vertragen.

In studies van Torres Lacomba et al. (2009), Cheville & Tchou (2007) en Moskovitz et al. (2001) is het voorkomen van axillary web syndroom (AWS) onderzocht. De incidentie van AWS na een schildwachtklierprocedure was 20% en na een okselklierdissectie 72%. AWS ontstond meestal 12-22 dagen postoperatief en gaf, met name bij slankere en jongere vrouwen, schouderbeperkingen (abductie, anteflexie) en pijn. In de meeste gevallen verdween het AWS spontaan na 3 maanden.

Voor het optreden van adhesies na een chirurgische ingreep bij borstkanker zijn geen aanwijzingen gevonden in de selecteerde studies. Alleen Rowland et al. (2000) vonden in hun cohortstudie dat na een ablatio meer adhesies voorkwamen dan na een lumpectomie.

 

Niveaus van bewijs

Niveau 1. Het is aangetoond dat een okselklierdissectie het risico verhoogt op mobiliteitsbeperkingen van de bovenste extremiteit, lymfoedeem, seroom, knijpkrachtvermindering en dat een okselklierdissectie sensibiliteitsverlies geeft en de kwaliteit van leven vermindert. Het sparen van de nervus intercostobrachialis tijdens de operatie geeft minder sensibiliteitsverlies en pijnklachten. Het minste risico op problemen van de bovenste extremiteit bestaat bij een schildwachtklierprocedure zonder radiotherapie. (A1: Tsai et al., 2009; Montazeri, 2008. A2: Helms et al., 2009; Beurskens et al., 2007; Fleissig et al., 2006; Rietman et al., 2006, 2004; Jung et al., 2003; Benz et al., 2002; Harris et al., 2001; Chetty et al., 2000. B: Lauridsen et al., 2008; Vilholm et al., 2008; Langer et al., 2007.) Het is aangetoond dat na een okselklierdissectie mobiliteitsbeperkingen van de schouder (m.n. abductie, anteflexie en exorotatie) en lymfoedeem van de bovenste extremiteit tot 20 jaar postoperatief kunnen voorkomen. (A1: Lee et al., 2008. A2: Rietman et al., 2006. B: Nesvold et al., 2009.) Het is aangetoond dat tot 4 jaar postoperatief nog een functieverlies van de bovenste extremiteit kan bestaat van 1-67%, dat 6-43% van de patiënten lymfoedeem kan hebben en dat 9-72% nog pijn kan ervaren. Slapen op de geopereerde zijde, reiken en huishoudelijk werk zijn significant gecorreleerd met chronische pijn. De prevalentie van PMPS bij borstkankerpatiënten is 23,9%. (A1: Rietman et al., 2003; Lee et al., 2008. A2: Højris et al., 2000. B: Sagen et al., 2009; Vilholm et al., 2008; Blomqvist et al., 2004.)

Niveau 2. Het is aannemelijk dat voorspellers van armproblemen zijn: vroege schouderfunctiestoornissen (3-6 maanden postoperatief), hogere leeftijd, vergevorderd stadium van borstkanker, soort operatie (okselklierverwijdering versus schildwachtklierprocedure), comorbiditeit (chronische veneuze insufficiëntie, diabetes mellitus, hoge body-mass index, preoperatieve schouderklachten), arminfecties, vermoeidheid, een lagere kwaliteit van leven, werkeloosheid, laag activiteitenniveau, pijn en radiotherapie. (B: Nesvold et al., 2009, 2008; McLaughlin et al., 2008; Albert et al., 2006; Rietman et al., 2006; Wilke et al., 2006; Engel et al., 2003; Gosselink et al., 2003; Box et al., 2002; Petrek et al., 2001.) Het is aannemelijk dat er na chirurgie seroom kan ontstaan bij 15-81% van de patiënten, wat het genezingsproces vertraagt. Seroom is gecorreleerd met de tumorgrootte, een hogere leeftijd, het aantal verwijderde klieren en de hoeveelheid gedraineerd vocht. (A2: Agrawal et al., 2006. B: Wilke et al., 2006; Lumachi et al., 2004; Ververs et al., 2001.) Het is aannemelijk dat de incidentie van AWS groter is na een okselklierdissectie en doorgaans ontstaat 12-22 dagen postoperatief. AWS geeft mobiliteitsbeperkingen en pijn, vooral bij jongere, slankere patiënten, en verdwijnt in de meeste gevallen spontaan na 3 maanden. (A1: Cheville & Tchou, 2007. B: Torres Lacomba et al., 2009. C: Moskovitz et al., 2001.)

Niveau 3. Er zijn aanwijzingen dat patiënten na een schildwachtklierprocedure 10 keer sneller hun adl weer oppakken dan na een okselklierdissectie. (B: Burak et al., 2002.) Er zijn aanwijzingen dat er na een ablatio meer adhesies voorkomen dan na een lumpectomie. (B: Rowland et al., 2000.)

 

Noot 4 Borstreconstructie

Noot 4 In de literatuur zijn weinig gegevens te vinden over reconstructieve chirurgie bij borstkanker en de consequenties hiervan voor verwijzing naar een fysiotherapeut. In relatie tot fysiotherapie zijn slechts studies gevonden over de TRAM en de m. latissimus dorsi lap.

Prospectieve cohortstudies van Dell et al. (2008), Veiga et al. (2004) en Gui et al. (2003) lieten zien dat vrouwen 4 weken na een borstreconstructie pijn hadden in het geopereerde gebied en dat sprake was van adl-beperkingen. Over het algemeen waren de klachten 8 weken postoperatief verdwenen. Vrouwen gaven meer pijn aan na een borstreconstructie met een vrije lap (TRAM) dan na een reconstructie door middel van een m. latissimus dorsi lap. Complicaties (infectie, hematoom, loslaten van implantaat) traden weinig op en de kwaliteit van leven nam toe na een reconstructie. Paskett et al. (2007) beschreven in hun prospectief cohortonderzoek dat 54% van de (premenopauzale) vrouwen 3 jaar na de operatie lymfoedeem had; in deze groep had 60% een directe borstreconstructie ondergaan. De correlatie tussen een reconstructie en lymfoedeem was echter niet significant (0,08). Avraham et al. (2010) concludeerden echter dat ‘tissue expanders’ na een borstreconstructie niet geassocieerd zijn met een verhoogd risico op lymfoedeem. In deze groep kwam lymfoedeem zelfs significant minder voor.
Een retrospectieve studie van Adams et al. (2004) liet zien dat na een reconstructie door middel van de m. latissimus dorsi de sensibiliteit in het operatiegebied bij 50% van de patiënten was veranderd.
Bewegingsonderzoek van de Haan et al. (2007) bijna een jaar na de primaire reconstructie (huidsparende mastectomie in combinatie met een subpectoraal implantaat) toonde een krachtverlies van de schoudermusculatuur aan.

 

Niveaus van bewijs

Niveau 2. Het is aannemelijk er na een reconstructie (met name na een vrije lap, TRAM) pijn bestaat in het geopereerde gebied en dat de adl beperkt is tot 8 weken postoperatief. Er zijn echter weinig complicaties en de kwaliteit van leven neemt toe na een reconstructie. (B: Dell et al., 2008; Veiga et al., 2004. C: Gui et al., 2003.) 

Niveau 3. Er zijn aanwijzingen dat een primaire reconstructie (huidsparende mastectomie in combinatie met een subpectoraal implantaat) leidt tot krachtverlies van de schoudermusculatuur. (C: De Haan et al., 2007.) Ten aanzien van het ontstaan van lymfoedeem na een borstreconstructie zijn de bevindingen tegenstrijdig. (B: Avraham et al., 2010 versus Paskett et al., 2007.) Er zijn aanwijzingen dat na een reconstructie met behulp van de m. latissimus dorsi de sensibiliteit in het geopereerde gebied is verminderd. (C: Adams et al., 2004.)

    • Adams PW Jr, Lipschits AH, Ansari M, Kenkel JM, Rohrich RJ. Functional donor site morbidity following latissimus dorsi muscle flap transfer. Ann of Plas Surg. 2004;53:6-11.
    • Agrawal A, Ayantunde AA, Cheung KL. Concepts of seroma formation and prevention in breast cancer surgery. ANZ J Surg. 2006;76:1088-95.
    • Ahmed RL, Thomas W, Yee D, Schmitz KH. Randomized controlled trial of weight training and lymphedema in breast cancer survivors. J Clin Oncol. 2006;24:2765-72.
    • Albert US, Koller M, Kopp I, Lorenz W, Schuylz KD, Wagner U. Early self-reported impairments in arm functioning of primary breast cancer patients predict late side effects of axillary lymph node dissection: results from a population-based cohort study. Breast Cancer Res Treat. 2006;100:285-92.
    • Armer JM, Steward BR. A comparison of four diagnostic criteria for lymphedema in a post-breast cancer population. Lymphatic Research Biology. 2005;3:208-17.
    • Badger CMA, Peacock JL, Mortimer PS. A randomized, controlled, parallel-group clinical trial comparing multilayer bandaging followed by hosiery versus hosiery alone in the treatment of patients with lymphedema of the limb cancer. 2000;88:2832-7.
    • Bendz I, Fagevik Olsen M. Evaluation of immediate versus delayed shoulder exercises after breast cancer surgery including lymph node dissection – a randomised controlled trial. The Breast. 2002;11:241-8.
    • Beurskens CHG, Uden CJT van, Strobbe LJA, Oostendorp RAB, Wobbes T. The efficacy of physiotherapy upon shoulder function following axillary dissection in breast cancer, a randomized controlled study. BMC Cancer. 2007;7(166):Epub.
    • Bicego D, Brown K, Ruddick M, Storey D, Wong C, Harris SR. Exercise for women with or at risk for breast cancer-related lymphedema. Phys Ther. 2006;86:1398-405.
    • Billhult A, Stener-Victorin E, Bergbom I. The experience of massage during chemotherapy treatment in breast cancer patients. Clin Nurs Res. 2007;16:85-99.
    • Blanchard CM, Courneya KS, Laing D. Effects of acute exercise on state anxiety in breast cancer survivors. Oncol Nurs Forum. 2001;28:1617-21.
    • Blomqvist L, Stark B, Engler N, Malm M. Evaluation of arm and shoulder mobility and strength after modified radical mastectomy and radiotherapy. Acta Oncol. 2004;43:280-3.
    • Bohannon RW. Hand-held dynamometry: factors influencing reliability and validity. Clin Rehab. 1997;11:263-4.
    • Bohannon RW, Peolsson A, Massy-Westropp N. Review: reference values for adult grip strength measured with a Jamar dynamometer: a descriptive meta-analysis. Physiotherapy. 2006; 92:11-5.
    • Bot SDM, Terwee CB, Windt DAWM van der, Bouter LM, Dekker J, Vet HCW de. Clinimetric evaluation of shoulder disability questionnaires: a systematic review of the literature. Ann Rheum Diseases. 2004;63:335-41.
    • Box RC, Reul-Hirche HM, Bullock-Saxton JE, Furnival CM. Physiotherapy after breast cancer surgery: results of a randomised controlled study to minimise lymphoedema. Breast Cancer Res Treat. 2002;75:51-64.
    • Box RC, Reul-Hirche HM, Bullock-Saxton JE, Furnival CM. Shoulder movement after breast cancer surgery: results of a randomised controlled study of postoperative physiotherapy. Breast Cancer Res Treat. 2002;75:35-50.
    • Brach M, Cieza A, Stucki G, Füßl M, Cole A, Ellerin BE, Fialka-Moser V, Kostanjsek N, Melvin J. ICF Core sets for breast cancer. J Rehabil Med. 2004; Suppl. 44:121-7.
    • Browall M, Ahlberg K, Karlsson P, Danielson E, Persson LO, Gaston-Johansson F. Health-related quality of life during adjuvant treatment for breast cancer among postmenopausal women. Eur J Oncol Nurs. 2008;12:180-9.
    • Burak WE, Hollenbeck ST, Zervos EE, Hock KL, Kemp LC, Donn CNP, Young DC. Sentinel lymph node biopsy results in less postoperative morbidity compared with axillary lymph node dissection form breast cancer. Am J Surg. 2002;183:23-7.
    • Carati CJ, Anderson SN, Gannon BJ, Piller NB. Treatment of postmastectomy lymphedema with low-level laser therapy. Cancer. 2003;98:1114-22.
    • Cheema B, Gaul CA, Lane K, Fiataronne Singh MA. Progressive resistance training in breast cancer: a systematic review of clinical trials. Breast Cancer Res Treat. 2008;109:9-26.
    • Chetty U, Jack W, Prescott RJ, Tyler C, Rodger A. Management of the axilla in operable breast cancer treated by breast conservation: a randomized clinical trial. Brit J Surg. 2000;87:163-9.
    • Cheville AL, Tchou J. Barriers to rehabilitation following surgery for primary breast cancer. J Surg Oncol. 2007;95:409-18.
    • Chlebowski RT, Aiello E, McTiernan A. Weight loss in breast cancer patient management. J Clin Oncol. 2002;20:1128-43.
    • Cinar N, Seckin U, Keskin D, Bodur H, Bozkurt B, Cengiz O. The effectiveness of early rehabilitation in patients with modified radical mastectomy. Cancer Nurs. 2008;31:160-5.
    • Collette S, Collette L, Budiharto T, Horiot JC, Poortmans PM, Struikmans H, et al. Predictors of the risk of fibrosis at 10 years after breast conserving therapy for early breast cancer: a study based on the EORTC Trial 22881-10882 ‘boost versus no boost’. Eur J Cancer. 2008;44:2587-99. Erratum: Eur J Cancer. 2009;45:2061.
    • Courneya KS, Mackey JR, Bell GJ, Jones LW, Field CJ, Fairey AS. Randomized controlled trial of exercise training in postmenopausal breast cancer survivors: cardiopulmonary and quality of life outcomes. J Clin Oncol. 2003;21:1660-8.
    • Courneya KS, McKenzie DC, Mackey JR, Gelmon K, Reid RD, Friedenreich CM, et al. Moderators of the effects of exercise training in breast cancer patients receiving chemotherapy: a randomized controlled trial. Cancer. 2008;112:1845-53.
    • Czerniec SA, Ward LC, Refshauge KM, Beith J, Lee MJ, York S, Kilbreath SL. Assessment of breast cancer-related arm lymphedema-comparison of physical measurement methods and self-report. Cancer Invest. 2010;28:54-62.
    • Damstra RJ, Glazenburg EJ, Hop CJ. Validation of the inverse water volumetry method: a new gold standard for arm volume measurements. Breast Cancer Res Treat. 2006;99:267-73.
    • Damstra RJ, Partch H. Compression therapy in breast cancer-related lymphedema: A randomized, controlled comparative study of relation between volume and interface pressure changes. J Vasc Surg. 2009;49:1256-63.
    • de Bruin GSJT, Aa JHCG van der, Elvers JWH, Oostendorp RAB. Ned Tijdschr Fysiother. 1996;6:167-77.
    • de Haan A, Toor A, Hage JJ, Veeger HEJ, Woerdeman LAE. Function of the pectoralis major muscle after combined skin-sparing mastectomy and immediate reconstruction by subpectoral implantation of a prosthesis. Ann Plast Surg. 2007;59:605-10.
    • Dell DD, Weaver C, Kozempel J, Barsevick A. Recovery after transverse rectus abdominis myocutaneous flap breast reconstruction surgery. Oncol Nurs Forum. 2008;35:189-96.
    • Demark-Wahnefried W, Clipp EC, Morey MC, Pieper CF, Sloane R, Clutter Snyder Dk, et al. Lifestyle intervention development study to improve physical function in older adults with cancer: outcomes from Project LEAD. J Clin Oncol. 2006;24:3465-73.
    • den Oudsten BL, Heck GL van, Steeg AFW van der, Roukema JA, Vries J de. The WHQOL-100 has good psychometric properties in breast cancer patients. J Clin Epidemiol. 2009;62:195-205.
    • de Rezende LF, Franco RL, Rezende MF de, Beletti PO, Morais SS, Gurgel MS. Two exercise schemes in postoperative breast cancer: comparison of effects on shoulder movement and lymphatic disturbance. Tumori. 2006;92:55-61.
    • Devoogdt N, Kampen van M, Geraerts I, Coremans T, Christiaens M-R. Different physical treatment modalities for lymphoedema developing after adillary lymph node dissection for breast cancer: A Review. Eur J Obstet & Gynecol. 2010;149:3-9.
    • Engel J, Kerr J, Schlesinger-Raab A, Sauer H, Hölzel D. Axilla surgery severely affects quality of life: results of a 5-year prospective study in breast cancer patients. Breast Cancer Res Treat. 2003;79:47-57.
    • Erickson VS, Pearson ML, Ganz PA, Adams J, Kahn KL. Arm Edema in Breast Cancer Patients. J Natl Cancer Inst. 2001;93:96-111.
    • Erim Y, Beckmann M, Gerlach G, Kümmel S, Oberhoff C, Senf W, Kimmig R. Screening for distress in women with breast cancer diagnosed for the first tim: employment of HADS-D and PO-Bado. Z Psychosom Med Psychother. 2009;55:248-62.
    • Ernst MF, Voogd AC, Balder W, Klinenbijl JHG, Roukema JA. Early and late morbidity associated with axillary levels I-III dissection in breast cancer. J Surg Oncol. 2002;79:151-5.
    • Ferrandez J-C. Evaluation de l’efficacite de deux types de bandages de decongestion du lymphoedeme secondaire du membre superieur: etude prospective multicentrique. Kinesither La Revue. 2007;5:30-5.
    • Fleissig A, Fallowfield LJ, Langridge CI, Johnson L, Newcombe RG, Dixon JM, et al. Post-operatie arm morbidity and quality of life. Results of the ALMANAC randomised trial comparing sentinel node biospsy with standard axillary treatment in the management of patients with early breast cancer. Breast Cancer Res Treat. 2006;95:279-93.
    • Fontaine C, Parijs H van, Decoster L, Anderieaenssens D, Schallier DC, Vanhoey M, et al. A prospective analysis of the incidence of postoperative lymphedema 1 to 2 years after surgery and axillary dissection in early breast cancer (BC) patients treated with concomitant irradiation and antthracyclines followed by paclitaxel. J Clin Oncol. 2010;28:suppl;e11059.
    • Fu MR, Axelrod D, Haber J. Breast-cancer-related lymphedema: information, symptoms, and risk-reduction behaviors. J Nurs Scholorship. 2008;40:341-8.
    • Fu MR, Rosedale M. Breast cancer survivors experiences of lymphedema-related symptoms. J Pain Symptom Manage. 2009;38:849-59.
    • Gebruers N, Truijen S, Engelborghs S, DeDeyn PP. Volumetric evaluation of upper extremities in 250 healthy persons. Clin Physiol funct Imaging. 2007;27:17-22.
    • Gordon LG, Battistutta D, Scuffham P, Tweeddale M, Newman B. The impact of rehabilitation support services on health-related quality of life for women with breast cancer. Breast Cancer Res Treat. 2005;93:217-26.
    • Gosselink R, Rouffaer L, Vanhelden P, Piot W, Troosters T, Christiaens MR. Recovery of upper limb function after axillary dissection. J surg Oncol. 2003;83:204-11.
    • Gui GPH, Tan SM, Faliakou EC, Choy C, A`Hern R, Ward A. Immediate breast reconstruction using biodimensional anatomical permanent expander implants: a prospective analysis of outcome and patient satisfaction. Plast Reconstr Surg. 2003;111:125-38;disc:139-40.
    • Hamner JB, Fleming MD. Lymphedema therapy reduces the volume of edema and pain in patients with breast cancer. Ann Surg Oncol. 2007;14:1904-8.
    • Harris SR, Hugi MR, Olivotto IA, Levine M. Clinical practice guidelines for the care and treatment of breast cancer: 11. Lymphedema. CMAJ. 2001;164:191-9.
    • Hayes S, Janda M, Cornish B, Battistutta D, Newman B. Lymphedema secondary to breast cancer: how choice of measure influences diagnosis, prevalence, and identifiable risk factors. Lymphology. 2008;41:18-28.
    • Hayes SC, Reul-Hirche H, Turner J. Exercise and secondary lymphedema: safety, potential benefits, and research issues. Med Sci Sports Exerc. 2009;41:483-9.
    • Headley JA, Ownby KK, John LD. The effect of seated exercise on fatigue and quality of life in women with advanced breast cancer. Oncol Nurs Forum. 2004;31:977-83.
    • Helms G, Kühn T, Mosre L, Remmel E, Kreienberg R. Shoulder-arm morbidity in patients with sentinel node biopsy and complete axillary dissection – data from a prospective randomised trial. EJSO. 2009;35:696-701.
    • Hernandez-Reif M, Ironson G, Field T, Hurley J, Katz G, Diego M, et al. Breast cancer patients have improved immune and neuroendocrine functions following massage therapy. J Psychosomatic Research. 2004;57:45-52.
    • Højris I, Andersen J, Overgaard M, Overgaard J. Late treatment-related morbidity in breast cancer patiënt randomized to postmastectomy radiotherapy and systemic treatment versus systemic treatment alone. Acta Oncologica. 2000;39:355-72.
    • Holmes HD, Chen WY, Feskanich D, Kroenke CH, Colditz GA. Physical activity and survival after breast cancer diagnosis. JAMA. 2005;293:2479-86.
    • Hutnick NA, Williams NI, Kraemer WJ, Orsega-Smith E, Dixon RH, Bleznak AD, et al. Exercise and lymphocyte activation following chemotherapy for breast cancer. Med Sci Sports Exerc. 2005;37:1827-35.
    • Hwang JH, Chang HJ, Shim YH, Park WH, Park W, Huh SJ, et al. Effects of supervised exercise therapy in patients receiving radiotherapy for breast cancer. Yonsei Med J. 2008;49:443-50.
    • International Society of Lymphology. The diagnosis and treatment of peripheral lymphedema. 2009 Concensus Document Internat Soc Lymphol. 2009;42:51-60.
    • Jahr S, Schoppe B, Reisshauer A. Effect of treatment with low-intensity and extremely low-frequency electrostatic fields (Deep Oscillation) on breast tissue and pain in patients with secondary breast lymphoedema. J Rehabil Med. 2008;40:645-50.
    • Johansson K, Branje E. Arm lymphoedema in a cohort of breast cancer survivors 10 years after diagnosis. Acta Oncologica. 2010;49:166-73.
    • Johansson K, Holmström H, Nilsson I, Ingvar C, Albertsson M, Ekdahl C. Breast cancer patients` experiences of lymphoedema. Scand J Caring Sci. 2003;17:35-42.
    • Johansson K, Ingvar C, Albertsson M, Ekdahl C. Arm lymphoedema, shoulder mobility and muscle strength after breast cancer treatment - a prospective 2-year study. Adv Physiotherapy. 2001;3:55-66.
    • Johansson K, Tibe K, Weibull A, Newton RC. Low intensity resistance exercise for breast cancer patients with arm lymphedema with or without compression sleeve. Lymphology. 2005;38:167-80.
    • Johnsson A, Fornander T, Olsson M, Nysted M, Johansson H, Rutqvist LE. Factors associated with return to work after breast cancet treatment. Acta Oncologica. 2007;46:90-6.
    • Jones LW, Courneya KS, Fairey AS, Mackey JR. Effects of an oncologist`s recommendation to exercise on self-reported exercise behavior in newly diagnosed breast cancer survivors: a single-blond, randomized controlled trial. Ann Behav Med. 2004;28:105-13.
    • Jones LW, Haykowsky M, Pituskin EN, Jendzjowsky NG, Tomczak CR, Haennel RG, et al. Cardiovascular reserve and risk profile of postmenopausal women after chemoendocrine therapy for hormone receptor-positive operable breast cancer. Oncologist. 2007;12:1156-64.
    • Jong N de, Candel MJJM, Schouten HC, Huijer Abu-Saad H, Courtens AM. Prevalence and course of fatigue in breast cancer patients receiving adjuvant chemotherapy. Ann Oncol. 2004;15:896-905.
    • Josenhans E. Physiotherapeutic treatment for axillary cord formation following breast cancer surgery. ZVK science price. 2007.
    • Jung BF, Ahrendt GM, Oaklander AL, Dworkin RH. Neuropathic pain following breast cancer surgery: proposed classification and research update. Pain. 2003;104:1-13.
    • Karges JR, Mark BE, Stikeleather SJ, Worrell TW. Concurrent validity of upper-extremity volume estimates: comparison of calculated volume derived from girth measurements and water displacement volume. Phys Ther. 2003;83:134-45.
    • Kärki A, Anttila H, Tasmuth T, Rautakorpi UM. Lymphoedema therapy in breast cancer patients - a systematic review on effectiveness and a survey of current practices and costs in Finland. Acta Oncologica. 2009;48:850-9.
    • Karki A, Simonen R, Malkia E, Selfe J. Efficacy of physical therapy methods and exercise after a breast cancer option: a systematic review. Crit Rev Phys Rehab Med. 2001;13:159-90.
    • Kellen E, Vansant G, Christiaens MR, Nev en P, Limbergen E van. Lifestyle changes and breast cancer prognosis: a review. Breast Cancer Res Treat. 2009;114:13-22.
    • Kelly AM. Does the clinically significant difference in visual analog scale pain scores vary with gender, age or cause of pain. Acad Emerg Med. 1998;5:1086-90.
    • Kelly AM. The minimum clinically significant difference in visual analogue scale pain score does not differ with severity of pain. Acad Emerg Med. 2001;18:205-7.
    • Kligman L, Wong RKS, Johnston M, Laetsch NS. The treatment of lymphedema related to breast cancer: a systematic review and evidenc summery. Support Care Cancer. 2004;12:421-31.
    • Knobf TM, Insogna K, DePietro L, Fennie K, Siobhan Thompson A. An aerobic weight-loaded pilot exercise intervention for breast cancer survivors: bone remodeling and body composition outcomes. Biol Research Nurs. 2008;10:34-43.
    • Köke AJA, Heuts PHTG, Vlaeyen JWS, Weber WEJ. Meetinstrumenten chronische pijn. Deel 1 functionele status. Pijn Kennis Centrum. Maastricht; 1999.
    • Kootstra J, Hoekstra-Weebers JE, Rietman H, de Vries J, Baas P, Geertzen JH, et al. Quality of life after sentinel lymph node biopsy or axillary lymph node dissection in stage I/II breast cancer patients: a prospective longitudinal study. Ann Surg Oncol. 2008;15:2533-41.
    • Koul R, Dufan T, Russell C, Guenther W, Nugent Z, Sun X, et al. Efficacy of complete decongestive therapy and manual lymphatic drainage on treatment-related lymphedema in breast cancer. Int J Radiaton Oncology Biol Phys. 2007;67:841-6.
    • Lane KN, Dolan LB, Worsley D, McKewzie DC. Upper extremity lymphatic function at rest and during exercise in breast cancer survivors with and without lymphedema compared with healthy controls. J Appl Physiol. 2007;103:917-25.
    • Langer I, Guller U, Berclaz G, Koechli OR, Schaer G, Fehr MK, et al. Morbidity of sentinel lymph node biopsy (SLN) alone versus SLN and completion axillary lymph node dissection after breast cancer surgery. Ann of Surg. 2007;245:452-61.
    • Lauridsen MC, Christiansen P, Hessov I. The effect of physiotherapy on shoulder function in patients surgically treated for breast cancer: a randomized study. Acta Oncol. 2005;44:449-57.
    • Lauridsen MC, Overgaard M, Overgaard J, Hessov IB, Cristiansen P. Shoulder disability and late symptoms following surgery for eauly breast cancer. Acta Oncol. 2008;47:569-75.
    • Lee SA, Kang JY, Kim YD, An AR, Kim SW, Kim YS, et al. Effects of a scapula-oriented shooulder exercise programme on upper limb dysfunction in breast cancer survivors: a randomized controlled pilot trial. Clin rehabil. 2010;7:600-13.
    • Lee TS, Kilbreath SL, Refshauge KM, Herbert RD, Beith JM. Prognosis of the upper limb following surgery and radiation for breast cancer. Breast Cancer Res Treat. 2008;110:19-37.
    • Lee TS, Kilbreath SL, Sillivan G, Refshauge KM, Beith JM, Harris LM. Factors That Affect Intention to Avoid Strenuous Arm Activity After Breast Cancer Surgery. Oncol Nursing Forum. 2009;4;454-62.
    • Leidenius M, Leppänen E, Krogerus L, von Smitten K. Motion restriction and axillary web syndrome after sentinel node biopsy and axillary clearance in breast cancer. Am J of Surg. 2003;185:127-30.
    • Loprinzi CL, Wolf SL, Barton DL, Laack NN. Symptom management in premenopausal patients with breast cancer. Lancet Oncol. 2008;9:993-1001.
    • Lumachi F, Brandes AA, Burelli P, Basso SM, Iacobone M, Ermani M. Seroma prevention following axillary dissection in patients with breast cancer by using ultrasound scissors: a prospective clinical study. Eur J Surg Oncol. 2004;30:526-30.
    • Mansel RE, Fallowfiels L, Kissin M, Goyal A, Newcombe RG, Dixon JM, et al. Randomized multicenter trial of sentinel node biopsy versus snadard axillary treatment in operable breast cancer: The ALMANAC Trial. J Natl Cancer Inst. 2006;98:599-609.
    • Markes M, Brockow T, Resch KL. Exercise for women receiving adjuvant therapy for breast cancer. Cochrane Database Syst Rev. 2006;Issue 4.
    • McKenzie DC, Kalda AL. Effect of upper extremity exercise on secondary lymphedema in breast cancer patients: a pilot study. J Clin Oncol. 2003;3:463-6.
    • McLaughlinSA, Wright MJ, Morris KT, Giron GL, Sampson MR, Brockway JP, et al. Prevalence of lymphedema in women with breast cancer 5 years after sentinel lymph node biopsy or axillary dissection: objective measurements. J Clin Oncol. 2008;26:5213-19.
    • McNeely ML, Cambell K, Courneya K, Dabbs K, Klassen TP, Mackey J. Exercise Interventions for upper limb dysfunction due to breast cancer surgery. The Cochrane Library. 2010;Issue 6.
    • Meijer RS, Rietman JS, Geertzen JHB, Bosmans JC, Dijkstra PU. Validity and intra- and interobserver reliability of an indirect volume measuremts in patients with upper extremity lymphedema. Lymphology. 2004;37:127-33.
    • Molassiotis A, Yung HP, Yam BMC, Chan FYS, Mok TSK. The effectiveness of progressive muscle relaxation training in managing chemotherapy-induced nausea and vomiting in Chinese breast cancer patients: a randomised controlled trial. Support Care Cancer. 2002;10:237-46.
    • Mondry TE, Riffenburgh RH, Johnstone PAS. Prospective trial of complete decongestive therapy for upper extremit lymphedema after breast cancer therapy. Cancer Journal. 2004;10:42-8.
    • Montazeri A. Health-related quality of life in breast cancer patients: a bibliographic review of the literature from 1974 to 2007. J Exp Clin Cancer Res. 2008;29:27-32.
    • Moseley AL, Carati CJ, Piller NB. A systematic review of common conservative therapies for arm lymphoedema secondary to breast cancer treatment. Ann of Oncol. 2007;18:639-46.
    • Moskovitz AH, Anderson BO, Yeung R, Byrd DR, Lawton TJ, Moe RE. Axillary web syndrome after axillary dissection. Am J of Surg. 2001;181:434-9.
    • Nedstrand E, Wijma K, Wyon Y, Hammar M. Vasomotor symptoms decrease in women with breast cancer randomized to treatment with applied relaxation or electro-acupuncture: a preliminary study. Climacteric. 2005;8:243-50.
    • Nesvold IL, Dahl AA, Løkkevik E, Marit Mengshoel A, Fosså SD. Arm and shoulder morbidity in breast cancer patients after breast-conserving therapy versus mastectomy. Acta Oncol. 2008;47:835-42.
    • Nesvold IL, Fosså SD, Holm I, Naume B, Dahl AA. Arm/shoulder problems in breast cancer survivors are associated with reduced health and poorer physical quality of life. Acta Oncol. 2010;49:347-53.
    • Nesvold IL, Fosså SD, Naume B, Dahl AA. Kwan`s arm problem scale: psychometric examination in a sample of stage II breast cancer survivors. Breast Cancer Res Treat. 2009;17:281-8.
    • Norman SA, Localio AR, Patshnik SL, Simoes Torpey HA, Kallan MJ, Weber AL, et al. Lymphedema in breast cancer survivors: incidence, degree, time course, treatment, and symptoms. J Clin Oncol. 2009; 27:390-7.
    • Nystedt M, Berglund G, Bolund C, Fornander T, Rutqvist LE. Side effects of adjuvant endocrine treatment in premenopausal breast cancer patients: a prospective randomized study. J Clin Oncol. 2003;21:1836-44.
    • Oldervol LM, Loge JH, Paltiel H, May B, Vidvei U, Wiken AN, et al. The effect of a physical exercise program in palliative care: a phase II study. J Pain Symptom Manage. 2006;31:421-30.
    • Ostelo RWJG, Vet HCW de. Clinically important in low back pain. Clin Rheum. 2005;19: 593-607
    • Pain SJ, Purushotham AD. Lymphoedema following surgery for breast cancer. BJS. 2000;87:1128-41.
    • Paskett ED, Naughton M, McCoy TP, Case LD, Abbott JM. The epidemiology of arm and hand swellling in premenopausal breast cancer survivors. Cancer Epidemiol Biomarkers Prev. 2007;16:775-82.
    • Petrek JA, Senie RT, Peters M, Rosen PP. Lymphedema in a cohort of breast carcinoma survivors 20 years after diagnosis. Cancer. 2001;92:1368-77.
    • Peuckmann V, Ekholm O, Sjøgren P, Rasmussen NK, Christiansen P, Møller S, et al. Health care utilisation and characteristics of long-term breast cancer survivors: nationwide survey in Denmark. Eur J Cancer. 2009;45:625-33.
    • Pickett M, Mock V, Ropka ME, Cameron L, Coleman M, Podewils L. Adherence to moderate-intensity exercise during breast cancer therapy. Cancer Pract. 2002;10:284-92.
    • Pocock SJ. Clinical trials: a practical approach. Chichester: Wiley; 1983.
    • Poage E, Singer M, Armer J, Poudall M, Shellabarger MJ. Demystifying Lymphedema: Development of the lymphdedema putting evidence into practice card. Clin J Oncol Nurs. 2008;12:951-64.
    • Preston NJ, Seers K, Mortimer PS. Physical therapies for reducing and controlling lymphoedema of the limbs. The Cochrane Library. 2009:Issue 4.
    • Ridner SH, Dietrich MS, Deng J, Bonner CM, Kidd N. Bioelectrical impedance for detecting upper limb lymphedema in nonlaboratory settings. Lymphat Res Biol. 2009;7:11-5.
    • Ridner SH. Quality of life and a symptom cluster associated with breast cancer treatment-related lymphedema. Support Care Cancer. 2005;13:904-11.
    • Rietman JS, Dijkstra PU, Geertzen JHB, Baas P, de Vries J, Dolsma WV, et al. Treatment-related upper limb morbidity 1 year after sentinel lymph node biopsy or axillary lymph node dissection for stage I or II breast cancer. Ann of Surg Oncol. 2004;11:1018-24.
    • Rietman JS, Dijkstra PU, Hoekstra HJ, Eisma WH, Szabo BG, Groothoff JW. Late morbidity after treatment of breast cancer in relation to daily activities and quality of life: a systematic review. EJSO. 2003;29:229-38.
    • Rietman JS, Geertzen JHB, Hoekstra HJ, Baas P, Dolsma WV, de Vries J, et al. Long term treatment related upper limb morbidity and quality of life after sentinel lymph node biopsy for stage I or II breast cancer. EJSO. 2006;32:148-52.
    • Robb K, Oxberry SG, Bennett MI, Johnson MI, Simpson KH, Searle RD. A Cochrane systematic review of transcutaneous electrical nerve stimulation for cancer pain. J Pain Symptom Manage. 2009;37:746-53.
    • Rogers LQ, Hopkins-Price P, Vicari S, Pamenter R, Courneya KS, Markwell S, et al. A randomized trial to increase physical activity in breast cancer survivors. Med Sci Sports Exerc. 2009;41:935-46.
    • Rönkä RH, Pamilo MS, von Smitten KAJ, Leidenius MHK. Breast lymphedema after breast conserving treatment. Acta Oncologica. 2004;43:551-7.
    • Rowland JH, Desmond KA, Meyerowitz BE, Belin TR, Wyatt GE, Ganz PA. Role of breast reconstructive surgery in physical and emotional outcomes among breast cancer survivors. J Natl Cancer Inst. 2000;92:1422-9. Erratum: J Nat Cancer Inst. 2001;93:68.
    • Roy JS, MacDermind JC, Woodhouse LJ. Measuring Shoulder Function: A systematic Review of Four Questionnaires. Arthritis Rheumatism. 2009; 61:623-32.
    • Roy MAG, Doherty TJ. Reliability of hand-held dynamometry in assessment of knee extensor strength after hip fracture. Am J Phys Med Rehab. 2004;83:813-8.
    • Ryf C, Weymann A. Range of Motion - AO Neutral-0-Method; measurement and documentation. Stutgart: Thieme; 1999.
    • Sagen Å, Kåresen R, Sandvik L, Risberg MA. Changes in arm morbidities and health-related quality of life after breast cancer surgery – a five-year follow-up study. Acta Oncol. 2009;48:1111-8.
    • Sagen Å, Kåresen R, Sandvik L, Risberg MA. Physical activity for the affected limb and arm lymphedema after breast cancer surgery. A prospective, randomized controlled trial with two years follow-up. Acta Oncol. 2009;48:1102-10.
    • Sander AP, Hajer NM, Hemenway K, Miller AC. Upper-extremity volume measurements in women with lymphedema: a comparison of measurements obtained via water displacement with geometrically determined volume. Phys Ther. 2002;82:1201-12.
    • Schmitz KH, Ahmed RL, Troxel A, Cheville A, Smith R, Lewis-Grant L, et al. Weight lifting in women with breast-cancer-related lymphedema. N Engl J Med. 2009;361:664-73.
    • Schwartz AL, Winters-Stone K, Gallucci B. Exercise effects on bone mineral density in women with breast cancer receiving adjuvant chemotherapy. Oncol Nurs Forum. 2007;34:627-33.
    • Shamley DR, Barker K, Simonite V, Beardshaw A. Delayed versus immediate exercises following surgery for breast cancer: a systematic review. Breast Cancer Res Treat. 2005;90:263-71.
    • Smits-Engelsman BCM, Bekkering GE, Hendriks HJMKNGF- richtlijn osteoporose. Supplement Ned Tijdschr Fysiother. 2001;111(3).
    • Soran A, Dángelo G, Begovic M, Ardic F, Harlak A, Wieand HS, et al. Breast cancer-related lymphedema - what are the significant predictors and how they affect the severity of lymphedema? The Breast J. 2006;12:536-43.
    • Springer BA, Levy E, McGarvey C, Pfalzer LA, Stout NL, Gerber LH, et al. Pre-operative assessment enables early diagnosis and recovery of shoulder function in patients with breast cancer. Breast Cancer Res Treat. 2010;120:135-47.
    • Stemmer R. Stemmer’s sign-possibilities and limits of clinical diagnosis of lymphedema. Wiener Mediz Wochenschrift. 1999;149:85-6.
    • Stout Gergich NL, Pfalzer LA, McGarvey C, Springer B, Gerber LH, Soballe P. Preoperative assessment enables the early diagnosis and successful treatment of lymphedema. Cancer. 2008;112:2809-19.
    • Stuiver MM, Wittink HM, Velthuis MJ, Kool N, Jongert WAM. KNGF-standaard Beweeginterventie oncologie. Amersfoort: Koninklijk Nederlands Genootschap voor Fysiotherapie; 2011.
    • Sturgeon M, Wetta-Hall R, Hart T, Good M, Dakhil S. Effects of therapeutic massage on the quality of life among patients with breast cancer during treatment. J Altern Complement Med. 2009;15:373-80.
    • Swenson KK, Nissen MJ, Leach JW, Post-White J. Case control study to evaluate predictors of lymphedema after breast cancer surgery. Oncol Nurs Forum. 2009;36;185-93.
    • Szuba A, Achalu R, Rockson SG. Decongestive lymphatic therapy for patients with breast carcinoma-associated lymphedema. A randomized, prospective study of a role for adjunctive intermittent pneumatic compression. Cancer. 2002;95:2260-7.
    • Thomas-MacLean R, Miedema B, Tatemichi SR. Breast cancer-related Lymphedema – Women`s experiences with an underestimated condition. Can Fam Physician. 2005;51:246-7.
    • Tidhar D, Katz-Leurer M. Aqua lymphatic therapy in women who suffer from breast cancer treatment-related lymphedema: a randomized controlled study. Support Care Cancer. 2010;18:383-92.
    • Todd J, Scally A, Dodwell D, Horgan K, Topping A. A randomised controlled trial of two programmes of shoulder exercise following axillary node dissection for invasive breast cancer. Physiotherapy. 2008;94:265-73.
    • Todd KH, Funk KG, Funk JP, Bonacci R. Clinical significance of reported changes in pain severity. Annals Emergency Medicine. 1996;27:485-9.
    • Torres Lacomba M, Mayoral del Moral O, Coperias Zazo JL, Yuste Sánchez MJ, Ferrandez J-C, Zapico Goñi Á. Axillary web syndrome after axillary dissection in breast cancer: a prospective study. Breast Cancer Res Treat. 2009;117:625-30.
    • Torres Lacomba M, Yuste Sánchez MJ, Goñi AV, Merino DP, Mayoral del Moral O, Téllez EC, et al. Effectiveness of early physiotherapy to prevent lymphoedema after surgery for breast cancer: randomised, single blinded, clinical trial. BMJ. 2010;340:b5396.
    • Tsai HJ, Hung HC, Yang JL, Huang CS, Tsauo JY. Could Kinesio tape replace the bandage in decongestive lymphatic therapy for breast-cancer-related lymphedema? A pilot study. Support Care Cancer. 2009;17:1353-60.
    • Tsai RJ, Dennis LK, Lynch CF, Snetselaar LG, Zamba GKD, Scott-Conner C. The risk of developing arm lymphedema among breast cancer survivors: a meta-analysis of treatment factors. Ann surg Oncol. 2009;16:1959-72.
    • van der Wees PJ, Hendriks HJM, Heldoorn M, Custers JWH, Bie RA de. Methode voor ontwikkeling, implementatie en bijstelling van KNGF-richtlijnen. Amersfoort/Maastricht: KNGF/CEBP; 2007.
    • Veiga DF, Sabino Neto M, Ferreira LM, Garcia EB, Veiga Filho J, Novo NF, et al. Quality of life outcomes after pedicled TRAM flap delayed breast reconstruction. Br J Plast Surg. 2004;57:252-7.
    • Velthuis MJ, Agasi-Idenburg SC, Aufdemkampe G, Wittink HM. The effect of physical exercise on cancer-related fatigue during cancer treatment: a meta-analysis of randomised controlled trials. J Clin Oncol. 2010;22:208-21.
    • Verhagen AP, Vet HCW de, Bie RA de. The Delphi List: a criteria list for quality assessment of randomized clinical trials for conducting systematic reviews developed by Delphi consensus. J Clin Epidemiol. 1998;51:1235-41.
    • Ververs JM, Roumen RM, Vingerhoets AJ, Vreugdenhil G, Coebergh JW, Crommelin MA, et al. Risk, severity and predictors of physical and psychological morbidity after axillary lymph node dissection for breast cancer. Eur J Cancer. 2001;37:991-9.
    • Viehoff PB, Genderen FR van, Wittink H. Upper limb lymphedema 27 (ULL27): Dutch translation and validation of an illness-specific health-related quality of life questionnaire for patients with upper limb lymphedema. Lymphology. 2008;41:131-8.
    • Vignes S, Porcher R, Arrault M, Dupuy A. Long-term management of breast cancer-related lymphedema after intensive decongestive physiotherapy. Breast Cancer Res Treat. 2007;101:285-90.
    • Vilholm OJ, Sold S, Rasmussen L, Sindrup SH. The postmastectomy pain syndrome: an epidemiological study on the prevalence of chronic pain after surgery for breast cancer. Br J Cancer. 2008;99:604-10.
    • Visser J, Mans E, Visser M de, Berg-Vos RM van den, Franssen H, Jong JMBV de et al. Comparison of maximal voluntary isometric contraqction and hand-held dynamometry in measuring muscle strenght of patients with progressive lower motor neuron syndrome. Neuromusc Disorders. 2003;13:744-50.
    • Wang C-Y, Olson SL, Protas EJ. Test-retest strength reliability: Hand-held dynamometry in community-dwelling elderly fallers. Arch Phys Med Rehab. 2002;83:811-5.
    • Ward LC, Czerniec S, Kilbreath SL. Operational equivalence of bioimpedance indices and perometry for the assesment of unilateral arm lymphedema. Lymphatic Research Biology. 2009;7:81-5.
    • Ward LC, Czerniec S, Kilbreath SL. Quantitative bioimpedance spectroscopy for the assessment of lymphoedema. Breast Cancer Res Treat. 2009;117:541-7.
    • Watters JM, Yau JC, O`Rourke K, Tomiak E, Gertler SZ. Functional status is well maintained in older women during adjuvant chemotherapy for breast cancer. Ann Oncol. 2003;14:1744-50.
    • Weis J, Domann U. Interventionen in der rehabilitation von mammakarzinompatientinnen - eine methodenkritische ubersicht zum forschungsstand. Die Rehabilitation. 2006;45:129-45.
    • Whelan TJ, Levine M, Julian J, Kirkbride P, Skingley P. The effects of radiation therapy on quality of life of women with breast carcinoma. Cancer. 2000;88:2260-6.
    • Wilke LG, McCall LM, Posther KE, Whitworth PW, Reintgen DS, Leitch AM, et al. Surgical complications associated with sentinel lymph node biopsy: results from a prospective internationa cooperative group trial. Ann Surg Oncol. 2006;13:491-500.
    • Williams AF, Franks PJ, Moffat CJ. Lymphoedema: estimating the size of the problem. Palliat Med. 2005;19:300-13.
    • Yoo HJ, Ahn SH, Kim SB, Kim WK, Han OS. Efficacy of progressive muscle relaxation training and guided imagery in reducing chemotherapy side effects in patients with breast cancer and in improving their quality of life. Supportive Care Cancer. 2005;13:826-33.
    • York SL, Ward LC, Czerniec S, Lee MJ, Refshauge KM, Kilbreath SL. Single frequency versus bioimpedance spectroscopy for the assessment of lymphedema. Breast Cancer Res Treat. 2009;117:177-82.