Ga naar de inhoud

Wetenschapsrapporter: Sensorimotorische integratie bij nek- en schouderpijn

Sensorimotorische controle is een kernfunctie van het menselijk bewegingsapparaat. Hoewel dit concept in de dagelijkse fysiotherapeutische praktijk niet altijd expliciet wordt meegenomen, biedt de bestaande kennis over de nekregio een waardevol referentiekader voor de behandeling van schouderpijn, en in het bijzonder de frozen shoulder.

Sensorimotorische controle in de cervicale regio

Cervicale proprioceptie wordt hoofdzakelijk gefaciliteerd door de nekspieren, waarbij de suboccipitale musculatuur een bijzonder hoge dichtheid aan receptoren vertoont. Deze receptoren informeren het centrale zenuwstelsel continu over positie, beweging en spierkracht, in nauwe synergie met visuele en vestibulaire input. Deze integratie is essentieel voor de houdingscontrole en een nauwkeurige kinematica.

Bij patiënten met nekpijn is herhaaldelijk aangetoond dat deze proprioceptieve input verstoord is. Dit uit zich klinisch in grotere joint position errors (JPE), welke vaak correleren met de pijnintensiteit en de functionele status van de patiënt. Opvallend is dat nociceptie op zichzelf een sterk verstorende factor lijkt te zijn, onafhankelijk van structurele veranderingen.

Adaptieve versus maladaptieve motorische strategieën

Op motorisch niveau vertonen nekpatiënten een consistent patroon: een afgenomen activiteit van de diepe cervicale flexoren en extensoren, gecombineerd met een toegenomen activiteit van de oppervlakkige musculatuur en verminderde relaxatie. Het zenuwstelsel hanteert hierbij een zogenaamde ‘stiffness-strategie’ om stabiliteit te waarborgen. Hoewel dit op de korte termijn adaptief is ter bescherming van pijnlijke structuren, kan dit op de lange termijn leiden tot een verstoorde kinematica en gewijzigde krachtsverdeling.

Deze combinatie van veranderde input (proprioceptie) en aangepaste output (motoriek) kan leiden tot neuroplastische veranderingen in de somatosensorische en motorische cortex. Deze processen spelen mogelijk een cruciale rol bij het chronisch worden van klachten en vormen de basis om ook de frozen shoulder (FS) niet langer louter als een ‘capsulair probleem’ te beschouwen.

Sensorimotorische incongruentie bij frozen shoulder

Mertens et al. (2026) onderzochten recent de rol van sensorimotorische incongruentie (SMI) bij patiënten met een primaire frozen shoulder. Middels een bimanuele coördinatietest werd de reactie op afwijkende visuo-motorische input onderzocht.

De resultaten wijzen op een verhoogde sensitiviteit van het sensorimotorische systeem bij FS-patiënten. Deelnemers rapporteerden onder andere significante veranderingen in de gewaarwording van het ‘gewicht’ van de arm tijdens de tests. Deze bevindingen suggereren dat centrale sensorimotorische ontregeling en neuroplastische veranderingen een wezenlijk onderdeel zijn van het klinisch beeld bij frozen shoulder.

Vertaling naar de klinische praktijk

Wat betekenen deze inzichten voor uw handelen in de praktijk?

  • Verruim de diagnostiek: De studie ondersteunt de hypothese dat bij een subgroep van FS-patiënten nociplastische mechanismen en veranderde centrale verwerking bijdragen aan de klachten. Een eenzijdige focus op capsulaire mobiliteit is in deze gevallen vaak ontoereikend.
  • Implementatie van SMI-tests: Eenvoudige klinische tests, zoals bimanuele spiegelbewegingen of laterality-taken, kunnen helpen bij het identificeren van patiënten bij wie sensorimotorische conflict pijn of sensorische verstoringen uitlokt.
  • Integreer top-down interventies: Er is groeiend bewijs voor de effectiviteit van graded motor imagery, laterality-training en tactiele discriminatie, mits gecombineerd met pijneducatie.
  • Bewuste subgroepering: Patiënten met tekenen van centrale sensitisatie en sterke reacties op SMI profiteren waarschijnlijk meer van sensorimotorische en ’top-down’ interventies dan van louter perifere benaderingen.

Conclusie

De parallellen tussen nek- en schouderpijn onderstrepen dat sensorimotorische integratie en neuroplasticiteit centrale thema’s zijn binnen chronische musculoskeletale pijn. Voor u als fysiotherapeut betekent dit dat een geïntegreerde benadering — waarbij capsulaire mobilisaties, spierfunctie en sensorimotorische training samenkomen — de grootste kans biedt op een duurzaam herstel van pijn en functie.


Bronnen:

Qu N, et al. Front Comput Neurosci. 2022 (opent in nieuw tabblad)

Mertens MG, et al. Musculoskelet Sci Pract. 2026 (opent in nieuw tabblad)