Ga naar de inhoud

Nieuwe richtlijn voor somatisch-symptoomstoornis en FNS

De richtlijn SOLK en somatoforme stoornissen uit 2010 is herzien en geactualiseerd op basis van nieuwe inzichten en de huidige terminologie rond aanhoudende lichamelijke klachten (ALK). De term ALK wordt in de praktijk al langer gebruikt. De herziene richtlijn Somatisch-symptoomstoornis en functioneel-neurologisch-symptoomstoornis introduceert een nieuwe benadering van aanhoudende lichamelijke klachten en bevat actuele aanbevelingen voor diagnostiek, communicatie en behandeling.

Voor (psychosomatisch) fysiotherapeuten zijn met name de aanbevelingen over de behandeling van patiënten met een functioneel-neurologisch-symptoomstoornis (FNS), multidisciplinaire samenwerking en het biopsychosociale model relevant. 

In het kort

De herziene richtlijn: 

  • sluit aan bij de huidige terminologie rond aanhoudende lichamelijke klachten (ALK)
  • sluit aan bij de DSM-5, waarin het onderscheid tussen somatisch verklaarde en onverklaarde klachten is losgelaten
  • beschrijft de rol van (psychosomatische) fysiotherapie bij patiënten met een functioneel-neurologisch-symptoomstoornis (FNS)
  • benadrukt het belang van een biopsychosociale benadering  
  • onderstreept het belang van multidisciplinaire samenwerking en goede afstemming tussen zorgverleners. 

Dit verandert voor de fysiotherapeut

De richtlijn adviseert om patiënten met functionele motorische symptomen te verwijzen naar (psychosomatische) fysiotherapie. Via FNS-net (opent in nieuw tabblad) is een landelijk overzicht beschikbaar van fysiotherapeuten, oefentherapeuten, ergotherapeuten en logopedisten die zijn getraind in de klachtgerichte behandeling van FNS. Daarnaast wordt het belang benadrukt van goede educatie na het stellen van de diagnose FNS. Daarbij adviseert de richtlijn om de diagnose expliciet te benoemen, de positieve klinische kenmerken waarop deze is gebaseerd te bespreken of te demonstreren en patiënten te verwijzen naar betrouwbare schriftelijke informatie. 

Wanneer sprake is van belangrijke beïnvloedende factoren, zoals psychiatrische comorbiditeit, of wanneer een klachtgerichte behandeling onvoldoende effect heeft, adviseert de richtlijn verwijzing naar de ggz of de revalidatie voor verdere diagnostiek en behandeling volgens het biopsychosociale model. 

Multidisciplinair als dat nodig is 

Wanneer een monodisciplinaire behandeling onvoldoende effect heeft, adviseert de richtlijn een multidisciplinaire behandeling te overwegen. Daarbij wordt uitgegaan van een geïntegreerde aanpak met educatie, een gedeelde behandelvisie en zowel een psychologische als een fysieke (lichaamsgerichte) behandelcomponent. De behandeling wordt afgestemd op de individuele patiënt en diens biopsychosociale context. 

Samenwerking staat centraal

De richtlijn benadrukt het belang van goede samenwerking tussen zorgverleners. Een gezamenlijke visie, duidelijke communicatie, heldere rolverdeling en regelmatig interdisciplinair overleg dragen volgens de richtlijn bij aan passende zorg voor patiënten met een somatisch-symptoomstoornis of functioneel-neurologisch-symptoomstoornis.

Daarnaast besteedt de richtlijn aandacht aan het betrekken van naasten, arbeidsparticipatie en re-integratie, en het afstemmen van de zorg tussen alle betrokken disciplines. 

De volledige richtlijn bevat aanbevelingen over preventie, communicatie, diagnostiek, behandeling, multidisciplinaire samenwerking, organisatie van zorg, betrokkenheid van naasten, herstel, participatie en re-integratie. 

Betrokkenheid KNGF en NFP

Het KNGF en de Nederlandse Vereniging voor Fysiotherapie binnen de Psychosomatiek (NFP) hebben actief bijgedragen aan de ontwikkeling van de richtlijn. Namens beide verenigingen nam dr. Els van Westrienen deel aan de werkgroep en namens het KNGF en NFP zat drs. Bart van Buchem in de klankbordgroep. Daarnaast leverden het KNGF en de NFP, in samenwerking met drs. Mariëlle Dekker, inhoudelijk commentaar tijdens de commentaarfase. Deze opmerkingen zijn verwerkt in de definitieve richtlijn.