Ga naar de inhoud

Verslag over het kort geding tarieven

Op woensdag 10 juni 2026 heeft het kort geding plaatsgevonden tegen de vier grootste zorgverzekeraars, aangespannen door ca. 1.600 fysiotherapiepraktijken in de eerste lijn. Inzet van deze rechtszaak zijn de tarieven. Deze hebben een slechte uitwerking op de inkomsten, maar ook op andere zaken zoals investeringen, innovatie en motivatie. Dat heeft op zijn beurt effect op de uitstroom, waardoor Nederland te weinig fysiotherapeuten zal hebben.

Het waren dit soort zaken die door de advocaten van de fysiotherapeuten naar voren zijn gebracht, naast diepgaande technische en juridische aspecten die invloed hebben op de tariefvorming. De eis die op tafel ligt, is een forse bijstelling van de tarieven.

Standpunt van de verzekeraars

De advocaten van de verzekeraars gingen hier zoals verwacht lijnrecht tegenin. Volgens de verzekeraars zijn de tarieven prima in orde, is er gemiddeld genomen altijd keurig geïndexeerd, is er van uitstroom uit de beroepsgroep geen sprake en valt er voor de fysiotherapeut nog veel te winnen door efficiënter te gaan werken. Ook betoogde de advocaten dat de zaak niet geschikt is voor behandeling in kort geding, omdat er geen sprake zou zijn van spoedeisendheid en de complexiteit te groot zou zijn om te behappen.

Het spreekt voor zich dat wij dat anders zien. De hoop is dat de rechter de eis gaat toewijzen.

Uitspraak op 2 juli

Op 2 juli 2026 volgt de uitspraak. Dan zijn er twee mogelijkheden: de rechter hakt de knoop door over de tarieven, of zij doet daar geen uitspraak over, omdat haar oordeel is dat de zaak zich niet leent voor een kort geding. In dat laatste geval zou een gewone zogenaamde bodemprocedure gestart moeten worden.

Tot die tijd blijft het dus spannend.