Herziene richtlijn ondervoeding en sarcopenie bij kwetsbare ouderen
De herziening van de richtlijn ‘Ondervoeding en Sarcopenie bij ouderen met een kwetsbare gezondheid’ is afgerond. De richtlijn beschrijft aanbevelingen voor screening, diagnostiek en behandeling in het ziekenhuis. Voor fysiotherapeuten zijn vooral de aanbevelingen over spierkracht, fysiek functioneren, beweeginterventies en multidisciplinaire samenwerking relevant.
In het kort
De herziene richtlijn:
- Besteedt aandacht aan zowel ondervoeding als sarcopenie
- Beschrijft hoe spierkracht en fysiek functioneren kunnen worden beoordeeld
- Adviseert beweeginterventies bij ondervoeding en sarcopenie
- Benadrukt het belang van multidisciplinaire samenwerking
- Besteedt aandacht aan een goede overdracht en continuïteit van zorg na ontslag uit het ziekenhuis
Met de publicatie van het tweede deel is de herziening van de richtlijn afgerond. Het eerste deel verscheen in januari 2026.
Dit betekent de richtlijn voor de fysiotherapeut
Bij aanwijzingen voor functionele achteruitgang of een verhoogd risico op sarcopenie adviseert de richtlijn om direct de spierkracht te meten. Hiervoor heeft een handknijpkrachtmeting de voorkeur. Bij een lage score is sarcopenie waarschijnlijk. Bij een normale score kan de chair-stand-test meer informatie geven. Als handproblemen een betrouwbare handknijpkrachtmeting onmogelijk maken, kan direct de chair-stand-test worden gebruikt.
Ook bij de behandeling heeft de fysiotherapeut een belangrijke rol. Bij ouderen met ondervoeding kan een beweeginterventie naast de voedingsbehandeling bijdragen aan behoud of opbouw van spiermassa en fysiek functioneren. De fysio- of oefentherapeut zoekt samen met de patiënt naar een passend beweegprogramma.
Progressieve weerstandstraining bij sarcopenie
Voor ouderen met sarcopenie adviseert de richtlijn een trainingsinterventie met in ieder geval progressieve weerstandstraining. Het advies is om twee tot drie keer per week te trainen gedurende tien tot twaalf weken, afgestemd op de fysieke en cognitieve mogelijkheden van de patiënt en onder begeleiding van een deskundige fysio- of oefentherapeut.
Samenwerking en overdracht
De richtlijn benadrukt het belang van multidisciplinaire samenwerking bij screening, diagnostiek en behandeling. Daarbij werken onder andere artsen, verpleegkundigen, diëtisten en (geriatrie)fysiotherapeuten samen. Ook goede afspraken tussen het ziekenhuis en zorgverleners in de eerste lijn zijn belangrijk om de behandeling na ontslag voort te zetten.
Betrokkenheid KNGF
Het KNGF heeft actief bijgedragen aan de herziening van de richtlijn. Lotte Kunst en Vera Luijckx, MSc namen als afgevaardigden deel aan de werkgroep. Tijdens de commentaarfase leverde het KNGF in afstemming met de NVFG en NVZF input, in samenwerking met Wencke Raterink, MSc en dr. Dennis Boer. Deze input is verwerkt in de definitieve richtlijn.
Het laatste nieuws
Autisme bij ouderen vaak onopgemerkt