Ga naar de inhoud

Column van Lodi Hennink: Paramedie

Je kent het mogelijk van jezelf, dat sommige woorden als muziek in de oren klinken en dat je van andere je de kriebels krijgt. Zelf heb ik dat met het woord ‘paramedie’. Je zou het een haat-liefdeverhouding kunnen noemen. Ja, als fysiotherapeuten vallen wij onder de paramedische beroepsgroepen, samen met de logopedisten, ergotherapeuten, podotherapeuten, optometristen, huidtherapeuten, diëtisten, mondhygiënisten en nog een kleine dertig andere zorgverleners. We hebben het dan over ruim 70.000 man/vrouw.

Lodi Hennink, voorzitter KNGF bestuur

Alle fysiotherapeuten zijn paramedici, maar omgekeerd zijn niet alle paramedici fysiotherapeut. Want ‘paramedici’ is een verzamelbegrip voor een enorme waaier van zorgverleners. Onderling echter, hebben zij vaak niet veel met elkaar te maken. Zo zullen wij als fysiotherapeut in de regel niet snel te maken hebben met een optometrist, net zomin als een oefentherapeut vaak te maken zal hebben met een audioloog. Het woord ‘paramedie’ is een containerbegrip. Het woord zegt wel iets, maar eigenlijk ook weer niets.

Wie de grote nationale zorgakkoorden leest waarin de toekomst van de zorg wordt geschetst en op zoek is naar de fysiotherapeut in het stuk, moet er een vergrootglas bij houden. Het Integraal Zorg Akkoord (IZA) bijvoorbeeld, telt 63.322 woorden en het woord ‘fysiotherapeut’ komt er zegge en schrijve één keer in voor. In veel andere documenten is het regelmatig niet beter. De reden is dat externe beleidsmakers de neiging hebben te spreken over ‘de paramedie’ als een soort restcategorie. Daar hebben wij als fysiotherapeuten hinder van. Want we willen gezien worden met onze eigenstandige en unieke rol. We verdwijnen te vaak op de diffuse paramedische groepsfoto, terwijl we een scherpe portretfoto willen.

Het nadenken en onderling discussiëren over dit thema is van belang in verband met de ontwikkeling in de eerstelijn. Voor onze positie is het van cruciaal belang dat we individueel aansluiten bij de hechte wijkverbanden en collectief bij de Regionale Eerstelijns Samenwerkingsverbanden (RESV’s). In het land gebeurt dat via twee wegen. De eerste is als monodisciplinaire organisatie van louter fysiotherapeuten aanschuiven aan de overlegtafels. De andere optie is om de onderhandelingsplek aan tafel gezamenlijk met andere paramedici te delen. Het kan allebei. Maar wat ik sowieso bepleit, is om lokaal als fysiotherapeuten altijd de krachten te bundelen in een monodisciplinair samenwerkingsverband van uitsluitend vakgenoten.

Daarmee – schoon aan de haak – de beroepsgroep vertegenwoordigen, is ideaal. Mocht dat in de lokale setting niet mogelijk zijn omdat partijen een alleen een groepsvertegenwoordiging van ‘de paramedie’ als gesprekspartner willen, dan nog is het monodisciplinaire samenwerkingsverband van alleen fysiotherapeuten noodzakelijk. Dat op zijn beurt kan dan worden ingeplugd in de tussenlaag van de bredere groep paramedici.

Wat er lokaal ook gekozen wordt, laten we ervoor waken dat we ons eigen profiel kwijtraken door het diffuse containerbegrip van ‘de paramedie’. We zijn alleen onszelf en als beroepsgroep dé fysiotherapeuten!

Ik bezoek heel graag collega’s in het land, in de wijk en zeker ook intramuraal. Mag ik zo onbescheiden zijn mijzelf bij jou uit te nodigen? Mail naar: voorzitter@kngf.nl (opent in nieuw tabblad)

Ook interessant

Reuma: werkgerichte fysiotherapie heeft meerwaarde

Werkgerichte fysio- en oefentherapie bij RA en axSpA leidt tot lagere maatschappelijke kosten en een betere kwaliteit van leven.

Ademhalingsklachten en Parkinson

Ademhalen lijkt vanzelfsprekend, maar bij mensen met de ziekte van Parkinson is dat niet altijd zo.

Meer zorg naar de eerste lijn, maar hoe?

De zorgvraag groeit, terwijl personeel en middelen onder druk staan.