Ga naar de inhoud

Digivaardig in de zorg

Digitale systemen zijn niet meer weg te denken uit de praktijk. Maar hoe efficiënt werken we er écht mee? Uit onderzoek blijkt dat 10 tot 30% van de zorgmedewerkers onvoldoende digitale vaardigheden heeft – met een groot effect op tijd en inzetbaarheid.

In een observatieonderzoek onder 85 zorgmedewerkers werd gekeken naar twaalf veelvoorkomende digitale handelingen, van eenvoudig tot complex. Het verschil tussen digitaal vaardige en digitaal minder vaardige medewerkers is fors. In de VVT zijn digitaal minder vaardige medewerkers gemiddeld 133 minuten per week extra kwijt aan deze handelingen. Dat is 7% van een 32-urige werkweek. In de huisartsenzorg loopt dit op tot 261 minuten per week: ruim 4 uur, oftewel 13,6% van de werktijd.

En dit zijn alleen nog maar twaalf handelingen. In de dagelijkse praktijk bestaat het werk uit veel meer digitale taken, waardoor het werkelijke tijdverlies waarschijnlijk nog hoger ligt.

Voor praktijkhouders betekent dit concreet: meerdere uren per medewerker per week die niet aan patiënten besteed worden. Tel dat op over een heel team en over een heel jaar, en het wordt duidelijk waarom werkdruk, frustratie en inefficiëntie toenemen – en waarom medewerkers sneller uitvallen of afhaken.

Dit is geen individueel probleem, maar een organisatievraagstuk

De cijfers laten zien dat dit geen kwestie is van ‘een paar medewerkers die wat minder handig zijn’, maar een structureel probleem met directe gevolgen voor de praktijkvoering.

Waar zit de winst?

Juist omdat de verschillen zo groot zijn, is de potentiële tijdwinst aanzienlijk. Het onderzoek laat zien dat gerichte aandacht voor digitale vaardigheden voor minder vaardige collega’s uren per medewerker per week kan opleveren.