‘De zorg wordt meer en meer regionaal georganiseerd. Wees alert en sorteer nu al voor op de veranderingen die eraan komen.’

Erik van den Bos werkt als KNGF-regioadviseur in Noordwest-Nederland. Hij vertelt over zijn werk als regioadviseur en wat het KNGF kan betekenen voor samenwerkingsverbanden. Erik heeft een duidelijke boodschap: ‘De zorg wordt meer en meer regionaal georganiseerd. Wees alert en sorteer nu al voor op de veranderingen die eraan komen.’

Aanspreekpunt voor beweegzorg

KNGF-regioadviseur Erik van den Bos was afgelopen week aanwezig bij de ledenbijeenkomst van Fysiotherapeuten Utrecht Stad (FUS), een coöperatie van fysiotherapiepraktijken in Utrecht.

De coöperatie wil centraal aanspreekpunt worden voor alle beweegzorg in Utrecht. “Wat er nu in Utrecht gaande is, zie je door het hele land gebeuren. Landelijk zijn al 45 à 50 regionale samenwerkingsverbanden onderweg. De ene is al verder dan de andere. In Utrecht zijn ze al ver met het inrichten van nieuwe financieringsstructuren. En om hieraan mee te kunnen doen moet je een collectief zijn, mét een sterke achterban. Elders zie je dat er coöperaties worden opgezet, juist om te kunnen voorsorteren op een situatie zoals in Utrecht. Allemaal hebben ze als doel dat ze gesprekspartner willen zijn voor hun stakeholders in de regio, dat ze aan tafel willen zitten met het ziekenhuis, met de gemeente of met de zorgverzekeraar. Ze willen een serieuze partner zijn in de zorgomgeving van hun gemeente of wijk.”

Achterban mobiliseren

“In een samenwerkingsverband heb je altijd een paar kartrekkers. Voor de bijeenkomst van FUS heb ik met de groep kartrekkers meegedacht over de inhoud van de avond, over hoe ze de achterban kunnen motiveren en aan laten haken. Maar ik heb ook de telefoon opgepakt en praktijken bezocht om het verhaal van het samenwerkingsverband te vertellen. Het KNGF organiseert ook zelf -vaak samen met bestuursleden van samenwerkingsverbanden- bijeenkomsten. Zo zaten we van de week in Amsterdam met de bestuursleden van samenwerkingsverbanden in Noordwest-Nederland. Zo’n 25 man. Die avonden gebruiken we om van elkaar te leren. Wat me die avond opviel was dat alle samenwerkingsverbanden tegen hetzelfde vraagstuk aanlopen: ‘Hoe mobiliseren we de achterban?’. Mensen mobiliseer je het makkelijkst als je een helder verhaal hebt. En dat is meteen het lastige. In de meeste regio’s is het nog niet precies duidelijk hoe de financieringsstructuur en de zorg in de regio er over een paar jaar uitziet. Dus het verhaal is nog niet zo hard. Toch willen de besturen nu al de achterban erbij betrekken. Die onzekerheid is best spannend voor samenwerkingsverbanden.”

Contouren

“Hoe het er over een paar jaar exact uitziet is nog niet duidelijk, maar de contouren liggen er wel. En die laten zien dat de organisatiegraad in de eerste lijn omhoog moet. Alles wijst erop dat de zorg meer en meer regionaal georganiseerd gaat worden. Kijk maar naar de overheid, alles wordt gedecentraliseerd, ook de zorg. Op verschillende plekken in het veld hoor ik: ‘Waar is die eerste lijn?’ en ‘Met wie moeten we dan praten in de eerste lijn?’. En precies hier komen de samenwerkingsverbanden om de hoek kijken.”

Strategisch advies

“Ik denk dat we voor startende samenwerkingsverbanden veel kunnen doen. Als landelijke club hebben we goed zicht op wat er op het gebied van fysiotherapie gebeurt en waar de zorg in de toekomst naar toe gaat. Denk aan ontwikkelingen in het inkoopbeleid van zorgverzekeraars, financieringsstructuren, verplaatsing van de tweede naar de eerste lijn, het beleid van de overheid of zaken die spelen in de gemeente. We kunnen bestuurders van samenwerkingsverbanden meenemen in dit verhaal en ze helpen strategische keuzes te maken. En bestuurders die willen, kunnen de bestuursopleiding volgen die we in samenwerking met de VvAA aanbieden.”

Praktische hulp

“Als een initiatief echt een coöperatie of vereniging wordt, dan moet dit bij de notaris vastgelegd worden. Je krijgt dan te maken met reglementen, statuten en een contributiesysteem. Dit hoeft een samenwerkingsverband niet helemaal zelf te bedenken. De basisdocumenten hiervoor leveren we vanuit het KNGF. Die documenten moeten dan nog wel op de lokale situatie aangepast worden. Wat je ook ziet is dat deze documenten door samenwerkingsverbanden onderling gedeeld worden.”

Met data sta je sterker

“Het KNGF heeft de Landelijke Database Fysiotherapie ontwikkeld. Een database met daarin managementinformatie en behandelresultaten van praktijken. Er loopt nu een pilot om deze data ook beschikbaar te maken voor praktijken die aangesloten zijn bij een samenwerkingsverband. Zodat ze onderling hun data kunnen bekijken en vergelijken met als doel van elkaar te leren. Dit staat nog in de kinderschoenen, maar het is wel de toekomst: met data sta je een stuk sterker als je als samenwerkingsverband met een partij om tafel zit.”

Sorteer voor

“Het is belangrijk dat mensen zich intrinsiek willen verenigen. Soms zie je dat er wel een samenwerkingsverband is opgericht, maar dat de urgentie om door te pakken er nog niet is omdat het eigenlijk wel prima loopt: de praktijken zitten vol, de ziekenhuizen draaien. En dat is niet erg. Maar mijn verhaal is wel: wees alert. Lees het inkoopbeleid van je zorgverzekeraar én van andere disciplines en dan zie je dat er echt dingen gaan veranderen. En let op: je vecht nu hard voor het tarief van volgend jaar maar verlies niet het contract van 2023 of 2025 uit het oog. Je moet nu al voorsorteren op de veranderingen die eraan komen.”

Positioneer je

“Samenwerkingsverbanden zijn open, iedereen moet kunnen toetreden. Binnen het verband spreek je vervolgens met elkaar af welke kwaliteitsnormen je hebt en hoe je gaat samenwerken. En dat is ook meteen een heet hangijzer. Want iedereen is er wel van overtuigd dat er samengewerkt moet worden, dat het een beweging is waar men echt mee aan de gang moet, maar het is ook heel spannend. Want als je gaat samenwerken moet je een aantal zaken met elkaar afspreken en ook een aantal zaken kunnen loslaten. Als ik iets verder in de toekomst kijk, verwacht ik dat er meer en meer gespecialiseerde praktijken komen. Dat er duidelijk is afgesproken wie welke zorg verleent in de wijk. Het wordt in de toekomst steeds belangrijker om je als fysiotherapeut of praktijk goed te positioneren. Ook artsen weten dan beter bij wie ze voor welke zorg moeten zijn. Ik denk dat dit over vijf jaar wel eens het plaatje kan zijn.”

Wil je meer weten?

Lees meer over multidisciplinair samenwerken en de rol die de adviseurs van het KNGF spelen. Of lees de blog van KNGF-voorzitter Guido van Woerkom: ‘Regionalisering zet door’. Alles over de data die het KNGF verzamelt vind je op de website van de Landelijke Database Fysiotherapie.
 

Trefwoorden: