Behandeling van minderjarigen

Mag je een kind van 12 behandelen zonder toestemming van zijn ouders? En hoe zit het met iemand van 17 jaar? Wat moeten de ouders dan wél weten en wat blijft tussen jou en je patiënt? In de Wet Geneeskundige Behandelingsovereenkomst (Wgbo) en de AVG is vastgelegd welke rechten en plichten fysiotherapeuten hebben bij de behandeling van minderjarigen.

Toestemming en informatie bij minderjarigen

Op grond van de Wet Geneeskundige Behandelingsovereenkomst (Wgbo) is voor verrichtingen ter uitvoering van een behandelingsovereenkomst de toestemming van de patiënt vereist. Tevens moet de patiënt op duidelijke wijze en desgevraagd schriftelijk, geïnformeerd worden over het voorgestelde onderzoek en de voorgestelde behandeling. Vanaf 16 jaar is de patiënt handelingsbekwaam en beslist hij of zij zelf. In de Wgbo is opgenomen hoe om te gaan met toestemming en informatie van kinderen jonger dan 16 jaar. Ook de AVG geeft kinderen jonger dan 16 jaar extra bescherming. Kinderen kunnen de risico’s van een gegevensverwerking niet of minder goed inschatten. Deze regels gelden dan eveneens voor gegevensverwerking.

Jonger dan 12 jaar
Is het kind jonger dan 12 jaar, dan is voor de behandeling toestemming nodig van de ouder(s) of voogd (wettelijke vertegenwoordiger). De verplichtingen die u hebt, zoals de informatieplicht, moet u in dit geval nakomen ten opzichte van de ouders of wettelijk vertegenwoordiger van het kind. Het kind heeft wel recht op informatie. U moet het kind informeren op een manier die bij de leeftijd en ontwikkeling van het kind past.

12 tot 16 jaar
Voor jongeren in de leeftijd van 12 tot 16 jaar geldt een ‘dubbele toestemming’. Dit houdt in dat naast de toestemming van de minderjarige ook de toestemming van diens ouders nodig is, tenzij de behandeling noodzakelijk is om ernstig nadeel van de patiënt te voorkomen of als de jongere ook na weigering van de ouders om toestemming te verlenen de behandeling weloverwogen blijft wensen. Naast de jongere zelf moeten ook de ouders geïnformeerd worden.

16 jaar en ouder
Jongeren van 16 jaar en ouder hebben zelf het recht om een behandelingsovereenkomst aan te gaan. Ze beslissen zelf en hebben zelf recht op informatie. Zonder toestemming kan geen informatie worden verstrekt aan derden, dus ook niet aan de ouders.

Kinderen van gescheiden ouders
Meestal houden beide ouders na echtscheiding het gezag over hun kind(eren). De situatie verschilt in beginsel niet van de situatie waarin de ouders van het kind met elkaar gehuwd zijn. Beide ouders treden op als wettelijk vertegenwoordiger en beiden beslissen over de behandeling van hun kind(eren).

Als u twijfelt of problemen vermoedt, dan is het raadzaam beide ouders formeel toestemming te vragen voor de behandeling.

Daarnaast hebben beide ouders evenveel recht op informatie. Het gaat dan om informatie over de gezondheidstoestand van hun kind(eren), voor zover deze informatie nodig is om mee te kunnen beslissen over de behandeling. Indien een of beide ouders dit verzoeken, moet u altijd beide ouders informeren. Er is sprake van een uitzondering als de informatie in strijd is met de belangen van het kind of het kind uitdrukkelijk bezwaar maakt tegen informatieoverdracht.
Normaal gesproken kunt u ervan uitgaan dat beide ouders na de echtscheiding gezagdragend zijn. Uit tuchtrechtspraak volgt dat ook bij zogenoemde ‘vechtscheidingen’ in beginsel de toestemming van beide ouders vereist is, maar in de praktijk kan dit voor de behandelaar een lastig punt zijn. In deze situatie is het beter om direct bij de intake de juridische gezagsverhouding uit te vragen/zoeken en in het dossier vast te leggen. U kunt dit nagaan bij het gezagsregister van de Rechtbank waaronder de geboorteplaats van het kind valt.

Een gezagdragende ouder
Indien slechts één ouder gezagdragend en wettelijk vertegenwoordiger is, dan beslist de andere ouder niet mee over de behandeling. Deze ouder heeft dan niet meer de rechten en bevoegdheden die aan het beslissingsrecht gekoppeld zijn en is niet meer bevoegd om toestemming te geven. Wel heeft de niet-gezagdragende ouder recht op informatie over de verzorging en opvoeding van zijn of haar kind. In beginsel hoort de gezagdragende ouder de andere ouder te informeren over zaken die de verzorging en opvoeding van het kind aangaan. Naast deze plicht van de gezagdragende ouder, bent u als zorgverlener verplicht op verzoek van de niet-gezagdragende ouder (algemene) informatie te verstrekken over het kind dat u onder behandeling hebt. Voor het verstrekken van algemene informatie is geen toestemming van de gezagdragende ouder noodzakelijk. U moet zich beperken tot globale, feitelijke en belangrijke informatie. Laat u hierbij niet verleiden tot het geven van waardeoordelen. Als het belang van het kind zich tegen het verstrekken van informatie verzet of als u deze informatie ook niet aan de gezagdragende ouder zou verstrekken, dan moet u het verzoek tot informatie weigeren.