Ga naar de inhoud

Nieuwe richtlijnmodule benadrukt belang van goede voorbereiding op wervelkolomchirurgie

De Nederlandse Vereniging voor Neurochirurgie heeft de richtlijn Ongeïnstrumenteerde wervelkolomchirurgie herzien. Daarbij is een nieuwe module toegevoegd over het preoperatieve beleid rondom operaties bij een lumbale hernia nuclei pulposi (HNP) en lumbaalspinaalstenose.

Voor fysiotherapeuten is relevant dat de richtlijn expliciet aandacht besteedt aan de voorbereiding van patiënten op een operatie. Naast informatievoorziening en leefstijladviezen wordt ook de mogelijke rol van preoperatieve oefentherapie beschreven.

Wat betekent dit voor de fysiotherapeut?

De richtlijn adviseert zorgverleners om patiënten voorafgaand aan een operatie goed voor te bereiden op het hersteltraject. Daarbij worden verschillende onderdelen benoemd:

  • Adviezen over bewegen en functioneren in de eerste weken na de operatie.
  • Voorlichting over de operatie, het herstelproces en de postoperatieve zorg.
  • Aandacht voor psychosociale factoren, zoals angstgerelateerde pijnklachten.
  • Adviezen gericht op het verbeteren van de fysieke conditie.
  • Overweging van preoperatieve oefentherapie bij patiënten met een verhoogd risico op vertraagd herstel.

Voor deze laatste groep kan verwijzing naar een fysiotherapeut of oefentherapeut worden overwogen, met als doel de spierkracht van benen en rug voorafgaand aan de operatie te verbeteren.

Samen werken aan optimale voorbereiding

De nieuwe module onderstreept het belang van een goede voorbereiding op een operatie en de samenwerking tussen verschillende zorgprofessionals rondom de patiënt. Voor fysiotherapeuten biedt de richtlijn waardevolle handvatten om patiënten die een wervelkolomoperatie tegemoet gaan passend te begeleiden.

De herziene richtlijn draagt daarmee bij aan een meer uniforme en evidence-based aanpak van de zorg voor patiënten met een symptomatische lumbale hernia of spinaalstenose.

Namens het KNGF nam Maarten Melief, MSc, deel aan de werkgroep. Daarnaast hebben wij tijdens de commentaarfase, samen met dr. Henk Piek, inhoudelijke input geleverd.