1-5 van 101 zoekresultaten
  • Literatuurlijst Lymfologie en oncologie 2020/4

    Drie wetenschappelijke publicaties verschijnen als Nederlandstalig referaat met een praktische vertaalslag in de NPi service en diverse vrij toegankelijke publicaties

  • Geperiodiseerd trainen na borstkanker, beter dan de gangbare training?

    Zowel lineair als geperiodiseerd trainen is veilig en haalbaar bij vrouwen die behandeld zijn voor borstkanker. Zij verbeteren hun conditie, voelen zich beter en ervaren minder vermoeidheid. Beide trainingsmethoden hebben een vergelijkbaar trainingseffect. Deze conclusie trekken Amerikaanse onderzoekers die 117 vrouwen lieten trainen volgens twee trainingsprotocollen en hen vergeleken met 57 vrouwen die uitsluitend rekoefeningen deden.

  • De haalbaarheid en betrouwbaarheid van zelfonderzoek van het bovenlichaam bij borstkanker

    Vrouwen met borstkanker kunnen prima zelf thuis hun armomtrek en schouder-beweeglijkheid meten. Hun metingen zijn betrouwbaar en kunnen bijdragen aan het vroegtijdig opsporen van verminderde beweeglijkheid van de schouder en lymfoedeem, waardoor patiënten tijdig een juiste behandeling kunnen krijgen. Dit blijkt uit een Canadese haalbaarheids- en betrouwbaarheidsstudie bij 33 wegens borstkanker geopereerde vrouwen.

  • Is de LymphaTech geschikt om armvolume te meten bij vrouwen met borstkanker?

    Het LymphaTech systeem is een veelbelovend instrument om snel en eenvoudig patiënten met (een risico op) lymfoedeem te monitoren. Het met de LymphaTech gemeten armvolume bij vrouwen met borstkanker komt uitstekend overeen met de meting van een perometer. Maar anders dan de perometer is de LymphaTech makkelijk mee te nemen en op verschillende locaties te gebruiken, zoals bij mensen thuis. Dat concluderen Noord-Amerikaanse wetenschappers die 66 vrouwen met borstkanker onderzochten met de LymphaTech en de perometer.

  • Is er een nieuw diagnostisch 'etiket' nodig om lage-rugpijn te bespreken met de patiënt?

    Aanhoudende lage-rugpijn is meer dan een biomedisch probleem. De diagnose 'aspecifieke lage-rugpijn' zegt een patiënt niets over de aard van het probleem en hoe hij het kan oplossen. Zorgverleners inventariseren de klachten in een bredere biopsychosociale context, en zij bespreken dit met de patiënt zodat deze beter inzicht krijgt in zijn klachten en zelf kan bijdragen aan zijn herstel. Maar zorgverleners hebben geen behoefte aan een nieuwe diagnose of ander etiket om deze 'aandoening' te benoemen. Dat concluderen Deense onderzoekers na focusgroep- en individuele interviews met twee huisartsen, vier fysiotherapeuten en vier chiropractoren.