11-15 van 105 zoekresultaten
  • Is dry needling van bil- en rugspieren zinvol bij patellofemorale pijn?

    Vrouwen met patellofemorale klachten ervaren minder pijn en dagelijkse beperkingen als ze vier weken lang vijf keer per week hun bovenbeen-, bil- en rompspieren trainen. Aanvullende dry needling van de gluteus medius en quadratus lumborum lijkt gunstig: vrouwen die naast de training ook met dry needling behandeld worden hebben minder pijn en beperkingen dan vrouwen die alleen trainen. Dit blijkt uit een gerandomiseerde effectstudie van Iraanse onderzoekers die veertig vrouwen met patellofemorale klachten van één knie in twee groepen verdeelden en na vier weken training en nogmaals twee weken later met vragenlijsten en fysieke testen hun klachten en functioneren evalueerden.

  • Landingstechniek beoordelen: is de Landing Error Scoring System een goede optie?

    De 'Landing Error Scoring System' (LESS) is een betrouwbaar instrument om de landingstechniek van sporters te beoordelen zonder dat daarvoor driedimensionale bewegingsanalyse met camera's nodig is. Zowel de inter- als de intrabeoordelaarsbetrouwbaarheid is goed en de LESS-scores komen deels overeen met 3Dbewegingsanalyses. De LESS lijkt echter niet geschikt om de kans op blessures te voorspellen, stellen twee wetenschappers uit Nieuw-Zeeland die de resultaten van tien studies met bijna vierduizend deelnemers samenvatten in een systematisch literatuuronderzoek.

  • Hoe onderscheid je drie veel voorkomende rugpijnsyndromen?

    Om therapeuten te helpen bij de diagnostiek van lage-rugklachten beschrijft een Amerikaanse expertgroep drie veel voorkomende rugpijnsyndromen: lumbosacrale radiculaire pijn, chronische musculoskeletale lage-rugpijn en rugpijn door neurogene claudicatio. Zij geven aan met welke verschijnselen patiënten zich presenteren, welke andere aandoeningen vaak samengaan met de genoemde syndromen, wat de neurobiologische, psychosociale en functionele gevolgen kunnen zijn en welke mechanismen, risicofactoren en beschermende factoren een rol kunnen spelen in het ontstaan van de klachten.

  • Femoroacetabulair impingement theoretisch beschouwd

    Met name actieve jongvolwassenen die vaak activiteiten met herhaalde of aanhoudende heupflexie uitvoeren en afwijkende botstructuren en beweegpatronen van de heup hebben lopen meer risico op een femoroacetabulair impingement syndroom. In een theoretisch model beschrijven Amerikaanse wetenschappers welke factoren en processen bijdragen aan het ontstaan en beloop van heupimpingement.

  • Geloof in eigen kunnen indicatie voor herstel na geopereerde polsfractuur

    Patiënten met meer zelfvertrouwen in hun vermogen tot herstel hebben drie maanden na een operatie aan een distale radiusfractuur een betere polsfunctie dan patiënten met minder geloof in eigen kunnen. Dat concluderen Zweedse onderzoekers die de zelfeffectiviteit van 55 geopereerde patiënten bepaalden en drie maanden na de operatie hun polsfunctie onderzochten.