16-20 van 105 zoekresultaten
  • Return-to-sport: wanneer is een sporter écht terug?

    Wanneer is een sporter hersteld? Als hij de training hervat? Nadat hij een volledige wedstrijd speelt? Of pas na een heel seizoen? Het begrip 'return-to-sport' kent veel definities. In dit literatuuronderzoek zetten Amerikaanse wetenschappers verschillende beschrijvingen op een rijtje en scheppen ze licht in de duisternis.

  • Wat is de beste aanpak bij instabiliteit van de knieschijf: trainen of opereren?

    Instabiliteit van de knieschijf treedt vaak op na een sportblessure waarbij de knieschijf (deels) uit de kom schiet. Hebben de (veelal jonge) sporters daarna voldoende aan een trainingstraject? Of kunnen ze beter voor een operatie kiezen? Amerikaanse wetenschappers combineerden gegevens van 789 patiënten uit 13 studies in een netwerk meta-analyse en kwamen tot één heldere conclusie.

  • Meer aandacht nodig voor pijngedachten na operatief herstelde beenbreuk

    Belemmeren negatieve gedachten en verwachtingen van patiënten het herstel na een beenbreukoperatie? En hoe lang houden die mogelijk negatieve effecten aan? Om daar achter te komen vroegen Amerikaanse wetenschappers 47 aan een beenbreuk geopereerde patiënten naar hun opvattingen over pijn en bewegen en analyseerden een jaar later hun looppatroon.

  • Zelf het heft in handen na een gebroken pols

    Het is een misvatting om te denken dat als je je pols breekt, alleen het bewegingsapparaat is aangedaan: behalve het biomedisch herstel moet er ook herstel op andere gebieden plaatsvinden. Amerikaanse wetenschappers laten met een zorgvuldig uitgevoerd kwalitatief onderzoek zien welke factoren ervoor zorgen dat patiënten zelf het heft in handen kunnen nemen. Benieuwd? Lees dan het hele referaat!

  • Kracht én conditie verbeteren: wel of niet in één sessie?

    Voor de meeste sporters zijn kracht en conditie essentieel, dus trainen ze dat allebei. Maakt het uit of ze dat in dezelfde trainingssessie doen? En welk effect heeft dit op hun krachttoename? Zweedse wetenschappers zochten het uit door gegevens van 750 sporters te analyseren.