1-5 van 82 zoekresultaten
  • Informatie-uitwisseling huisarts-paramedicus (2020) [richtlijn]

    De nieuwe richtlijn HASP-paramedicus biedt artsen en paramedici de basis voor de overdracht van informatie rond het verwijzen van patiënten. De richtlijn is tot stand gekomen door een samenwerking van NHG, KNGF en andere paramedische beroepsverenigingen, en vervangt daarmee de in 2012 gepubliceerde richtlijn HAFT (Informatie-uitwisseling huisarts en fysiotherapeut).

  • Zwangerschapsgerelateerde bekkenpijn [richtlijn]

    Deze KNGF-richtlijn beschrijft het diagnostisch en therapeutisch proces bij vrouwen met zwangerschapsgerelateerde bekken- en/of lage rugpijn (ZGBP) die tijdens de zwangerschap en/of tot maximaal 9 maanden na de bevalling zijn ontstaan. De richtlijn is van toepassing als er in de anamnese een duidelijke relatie bestaat tussen de zwangerschap en het ontstaan van de pijn in het bekken en/of de lage rug, beperkingen en participatieproblemen en er sprake is van een actieve hulpvraag.

  • Stress (urine-)incontinentie [richtlijn]

    Deze KNGF-richtlijn beschrijft het fysiotherapeutisch handelen bij zowel vrouwen als mannen met stress (urine-)incontinentie (SUI) of met gemengde incontinentie met SUI als dominante vorm.

  • Fysiotherapeutische dossiervoering 2019 [richtlijn]

    Deze richtlijn beschrijft welke gegevens in een fysiotherapeutisch dossier genoteerd dienen te worden. De richtlijn beschrijft de gegevens welke volgens de Wet op de geneeskundige behandelingsovereenkomst (WGBO) verplicht zijn te noteren en welke gegevens ten behoeve van het fysiotherapeutisch klinisch redeneren verplicht gesteld zijn. De praktijkrichtlijn geeft overzicht van deze gegevens met een korte uitleg. De verantwoording en toelichting geeft meer informatie en een uitgebreidere beschrijving hiervan. Deze richtlijn is vigerend sinds 01-01-2020. Voor dossiers gestart tussen 2016-2019 geldt de richtlijn verslaglegging 2016. Voor de periode 2011-2015 geldt de richtlijn verslaglegging 2011. Deze zijn te vinden bij de downloads.

  • Beroepscode voor de Fysiotherapeut

    De ‘Beroepscode voor de Fysiotherapeut’ van het Koninklijk Nederlands Genootschap voor Fysiotherapie is het resultaat van een actualisering van ‘Beroepsethiek en Gedragsregels voor de Fysiotherapeut’ uit 2012. Deze actualisering wordt ingegeven door de veranderde wet- en regelgeving en de ontwikkelingen in de zorg en de zorgsector met een toenemende aandacht voor de rol van de patiënt.

  • Kennisclips Raamwerk Klinimetrie

    Het Raamwerk Klinimetrie beschrijft acht stappen die de fysiotherapeut helpen om te komen tot een selectie van toe te passen klinimetrie. Het Raamwerk Klinimetrie kan zowel toegepast worden in de klinische praktijk als in het onderwijs. Om de toepassing van het Raamwerk makkelijker te maken, zijn door Zuyd Hogeschool in samenwerking met het KNGF twee kennisclips ontwikkeld.

  • Vrouwen schatten aanspanning van bekkenbodemspieren slecht in

    Als vrouwen zelf moeten inschatten of ze hun bekkenbodemspieren goed aanspannen, komt dit niet overeen met een objectieve meting. Hoewel er meer overeenstemming is tussen de subjectieve waarneming en de objectieve meting bij de vrouwen die objectief een betere contractie hebben, overschatten de slechter scorende vrouwen hun prestaties. Vrouwen die objectief een betere contractie hebben, hebben ook minder last van incontinentieklachten. Dit concluderen Braziliaanse onderzoekers na een transversale studie onder 82 vrouwen.

  • Komt een verzakking meer voor bij vrouwen die zwaar krachttrainen?

    Vrouwen die regelmatig zwaar kracht-trainen hebben niet vaker last van verzak-kingsklachten dan vrouwen die licht trainen of helemaal niet oefenen. Sterker nog, uit een online enquête onder bijna vierduizend vrouwen blijkt dat vrouwen die met gewichten van meer dan 50 kilogram trainen veel minder vaak verzakkings-klachten rapporteren dan vrouwen die met minder dan 15 kilo trainen. De Australische auteurs werpen met deze bevinding nieuw licht op de discussie dat zwaar tillen kan leiden tot verzakkingsklachten.

  • Trainen bij een overactieve blaas en overgewicht: is één keer per week oefenen voldoende?

    Jonge vrouwen met overgewicht en symptomen van een overactieve blaas ervaren minder plasklachten na een hoogintensief trainingsprogramma dan vrouwen die laagintensief trainen. Ook neemt het vetpercentage van vrouwen die drie keer per week trainen af, terwijl dat percentage niet verandert bij vrouwen die één keer per week oefenen. Dit blijkt uit een gerandomiseerde studie van Sloveense onderzoekers die 77 vrouwen verdeelden over twee trainingsgroepen.

  • Bekkenbodemtraining voor urineincontinentie: concrete beschrijving ontbreekt vaak in studies

    Bekkentherapeuten zijn grotendeels aan-gewezen op hun eigen klinische ervaring als het gaat om het voorschrijven van bekkenbodemoefeningen aan vrouwen met urine-incontinentie. De beschrijving van interventies in kwalitatief goed wetenschappelijk onderzoek laat namelijk nogal te wensen over. Vaak ontbreekt de wijze waarop onderzoekers de bekkenbodem-training aanpassen aan de individuele patiënt en beschrijven ze niet wat volgens hen het werkingsmechanisme van de oefentherapie is. Dat concluderen Canadese wetenschappers die met drie gevalideerde meetinstrumenten de interventie-beschrijving beoordeelden van achttien recente gerandomiseerde en gecontro-leerde studies van voldoende kwaliteit.