1-5 van 60 zoekresultaten
  • Informatie-uitwisseling huisarts-paramedicus (2020) [richtlijn]

    De nieuwe richtlijn HASP-paramedicus biedt artsen en paramedici de basis voor de overdracht van informatie rond het verwijzen van patiënten. De richtlijn is tot stand gekomen door een samenwerking van NHG, KNGF en andere paramedische beroepsverenigingen, en vervangt daarmee de in 2012 gepubliceerde richtlijn HAFT (Informatie-uitwisseling huisarts en fysiotherapeut).

  • Fysiotherapeutische dossiervoering 2019 [richtlijn]

    Deze richtlijn beschrijft welke gegevens in een fysiotherapeutisch dossier genoteerd dienen te worden. De richtlijn beschrijft de gegevens welke volgens de Wet op de geneeskundige behandelingsovereenkomst (WGBO) verplicht zijn te noteren en welke gegevens ten behoeve van het fysiotherapeutisch klinisch redeneren verplicht gesteld zijn. De praktijkrichtlijn geeft overzicht van deze gegevens met een korte uitleg. De verantwoording en toelichting geeft meer informatie en een uitgebreidere beschrijving hiervan. Deze richtlijn is vigerend sinds 01-01-2020. Voor dossiers gestart tussen 2016-2019 geldt de richtlijn verslaglegging 2016. Voor de periode 2011-2015 geldt de richtlijn verslaglegging 2011. Deze zijn te vinden bij de downloads.

  • Beroepscode voor de Fysiotherapeut

    De ‘Beroepscode voor de Fysiotherapeut’ van het Koninklijk Nederlands Genootschap voor Fysiotherapie is het resultaat van een actualisering van ‘Beroepsethiek en Gedragsregels voor de Fysiotherapeut’ uit 2012. Deze actualisering wordt ingegeven door de veranderde wet- en regelgeving en de ontwikkelingen in de zorg en de zorgsector met een toenemende aandacht voor de rol van de patiënt.

  • Informatiefilms en brochure myotone dystrofie (MD)

    Deze informatiefilms en brochure zijn bedoeld voor de kinderfysiotherapeut of fysiotherapeut die een patiënt met Myotone dystrofie (MD) behandelt of gaat behandelen. Doordat spierziekten zeldzaam zijn, is er voor fysiotherapeuten en kinderfysiotherapeuten weinig informatie beschikbaar over de behandeling en begeleiding ervan. De informatie is samengesteld in samenwerking met het Koninklijk Nederlands Genootschap voor Fysiotherapie (KNGF), de Nederlandse Vereniging voor Kinderfysiotherapie (NVFK), het expertise­ centrum myotone dystrofie (gevormd door het MUMC+ en het Radboudumc), meerdere gespecia­liseerde fysiotherapeuten en revalidatieartsen, en patiëntvertegenwoordigers.

  • Informatiebrochure Charcot-Marie-Tooth of hereditaire motorische of sensorische neuropathie (CMT-HMSN)

    Deze brochure is bedoeld voor de kinderfysiotherapeut of fysiotherapeut die een patiënt met Charcot-Marie-Tooth (CMT), ook wel hereditaire motorische en sensorische neuropathie (HMSN) behandelt of gaat behandelen. Door spierziekten Nederland is samen met het KNGF informatiemateriaal omtrent deze aandoeningen ontwikkeld.

  • Informatiefilm en brochure Facioscapulohumerale dystrofie (FSHD)

    Door de zeldzaamheid van Facioscapulohumerale dystrofie (FSHD) is er voor fysiotherapeuten weinig informatie beschikbaar over de behandeling en begeleiding van FSHD. Door spierziekten Nederland is samen met het KNGF informatiemateriaal omtrent deze aandoening ontwikkeld.

  • Hoe help je jongeren met een beperking in het ontwikkelen van een ‘vrije wil’?

    Jongeren met een beperking hebben minder zelfvertrouwen en een lagere zelfbeschikking dan leeftijdsgenootjes. Door blootstelling aan 'ongunstige' situaties doen zij sociale leerervaringen op en ontwikkelen ze een goede copingstijl. Maar hoe pas je dat toe in een interventie? Canadese wetenschappers zochten het uit door 28 studies met gegevens van ruim 5 duizend jongeren (9-29 jaar) te analyseren. Benieuwd wat het beste werkt?

  • Veerkracht in de kinderrevalidatie: what’s in the name?

    Groeiende aandacht voor het concept veerkracht in de revalidatie van kinderen met een beperking en hun familie. Wat verstaan we onder veerkracht? De auteurs in de review vinden verschillende definities en veerkracht lijkt complexer in kaart te brengen dan verwacht. Ze stellen kritische vragen bij de diverse meetinstrumenten die zich niet richten op de contextuele factoren en de ontwikkeling van het kind. Er is behoefte aan een meetinstrument dat uitgaat van het dynamische karakter van veerkracht in alle situaties waar een kind in zijn/haar leven mee te maken krijgt.