1-5 van 300 zoekresultaten
  • Beroerte [richtlijn]

    De richtlijn Beroerte van het Koninklijk Nederlands Genootschap voor Fysiotherapie (KNGF) is een leidraad voor de eerste-, tweede- en derdelijns fysiotherapeut bij de behandeling van patiënten met als hoofddiagnose een cerebrovasculair accident (CVA), door de gehele zorgketen heen.

  • Informatie-uitwisseling huisarts-paramedicus (2020) [richtlijn]

    De nieuwe richtlijn HASP-paramedicus biedt artsen en paramedici de basis voor de overdracht van informatie rond het verwijzen van patiënten. De richtlijn is tot stand gekomen door een samenwerking van NHG, KNGF en andere paramedische beroepsverenigingen, en vervangt daarmee de in 2012 gepubliceerde richtlijn HAFT (Informatie-uitwisseling huisarts en fysiotherapeut).

  • COPD [richtlijn]

    De richtlijn COPD van het Koninklijk Nederlands Genootschap voor Fysiotherapie (KNGF) is een leidraad voor de fysiotherapeut bij de behandeling van patiënten met deze aandoening. Voor informatie over de vergoedingsaanspraak COPD en hoe deze zich verhoudt tot de richtlijn, zie bijlage: Discrepantie tussen vergoedingsaanspraak en richtlijn COPD.pdf

  • Hartrevalidatie [richtlijn]

    De KNGF-richtlijn Hartrevalidatie is een leidraad voor het fysiotherapeutisch handelen bij patiënten die in aanmerking komen voor hartrevalidatie in de klinische en de poliklinische fase.

  • Artrose heup-knie [richtlijn]

    De herziene richtlijn Artrose heup-knie van het Koninklijk Nederlands Genootschap voor Fysiotherapie (KNGF) is een leidraad voor de algemeen fysiotherapeut en oefentherapeut bij de behandeling van mensen met artrose van de heup en/of knie, inclusief de pre- en postoperatieve fase rondom een gewrichtsvervangende operatie.

  • Leidt rekken van het diafragma tot een betere longfunctie bij CP-kinderen?

    Ademhalen is niet vanzelfsprekend voor kinderen met cerebrale parese (CP). Spierzwakte en een stijve borstkas bemoeilijken de diafragmabeweging. Thaise wetenschappers onderzochten bij 54 kinderen of de beweeglijkheid van het diafragma en de borstkas verbeterde na rekken van het middenrif. Benieuwd of het werkt? Je leest het in dit referaat.

  • Hoe beïnvloedt lateropulsie de revalidatie van CVA-patiënten?

    Sommige CVA-patiënten kampen met lateropulsie: zij hellen over naar de aangedane hemiplegische zijde en lopen daardoor meer risico op balansproblemen en valpartijen. Welke gevolgen heeft dat voor hun revalidatie en herstel? Australische wetenschappers analyseerden gegevens van 1087 CVA-revalidanten om dat uit te zoeken.

  • Dagelijkse bezigheden als therapie na een distale radiusfractuur

    Patiënten met een geopereerde distale radiusfractuur doen vroeg in de revalidatie vaak onderarm- en polsoefeningen om de beweeglijkheid te normaliseren. Maar er zijn wellicht meer mogelijkheden om het herstel te bevorderen. Welke rol kunnen dagelijkse bezigheden spelen in de revalidatie? Herstellen patiënten beter of sneller als ze hun pols gebruiken bij hun dagelijkse activiteiten? Nieuw-Zeelandse wetenschappers vroegen patiënten hoe zij hun pols gebruikten in de weken na de operatie en wat hun ervaringen waren. Je leest hun bevindingen in dit referaat.

  • Hartrevalidatie op afstand: waar staan we?

    Instellingsgebonden hartrevalidatie heeft zichzelf allang bewezen, maar veel potentiële deelnemers bedanken vriendelijk. Hartpatiënten over de streep trekken blijkt een lastige opgave, en door de Covid uitbraak staat de deelname nog verder onder druk. Britse wetenschappers nemen alternatieven onder de loep en beschrijven de voor- en nadelen van thuis- en telerevalidatie. Benieuwd of hartrevalidatie op afstand werkt? Je leest het in dit referaat.

  • Kansen en uitdagingen voor het gebruik van technologie in de neurorevalidatie

    Technologische hulpmiddelen kunnen de diagnostiek en behandeling van patiënten ondersteunen en verbeteren. Toch wordt het in de neurorevalidatie nog niet algemeen toegepast. Wat vinden therapeuten van deze hulpmiddelen? En welke factoren staan een eventueel gebruik in de weg? Australische wetenschappers voerden gesprekken met 18 fysio- en ergotherapeuten om dat te achterhalen.