B.2 Anamnese

Er is een aantal aandachtspunten voor het in kaart brengen van de gezondheid van deze patiëntengroep. De fysiotherapeut probeert samen met de patiënt inzicht te krijgen in risicofactoren die mogelijk een rol hebben gespeeld bij het ontstaan van het gezondheidsprobleem. Bij werkgerelateerde risicofactoren gaat de fysiotherapeut na hoe lang, hoe vaak en hoe intens de patiënt wordt blootgesteld aan deze risicofactoren en of er misschien andere risicofactoren zijn waaraan de patiënt tegelijkertijd wordt blootgesteld.

De fysiotherapeut gaat samen met de patiënt na, eventueel in overleg met de bedrijfsarts of andere disciplines, of het zinvol en mogelijk is deze risicofactoren te beïnvloeden. Risicofactoren die ten grondslag liggen aan de klachten, die niet worden geëlimineerd, kunnen immers het herstel vertragen of leiden tot recidivering van het gezondheidsprobleem. Het is van belang te herkennen of de patiënt op inadequate wijze omgaat met het gezondheidsprobleem, omdat in dat geval een groter risico bestaat op het voortbestaan van de klachten.

Hiertoe brengt de fysiotherapeut de volgende prognostische factoren in kaart: 

  • langdurig aanwezige stress;
  • depressieve stemming;
  • irreële ‘beliefs’ (pijngerelateerde vrees);
  • catastroferen;
  • een lage tevredenheid met de werksituatie en 
  • afnemende belasting enerzijds en toenemende beperkingen in activiteiten en participatieproblemen anderzijds.

 


Aandachtspunten in de anamnese

  • Vaststellen van de hulpvraag / inventarisatie van het gezondheidsprobleem.

Vaststellen van het begin van de klachten en het beloop van de klachten in de tijd:

  • uitgangssituatie (niveau van activiteiten, mate van participatie);
  • ontstaanswijze van de klachten;
  • persoonlijke factoren die mogelijk hebben bijgedragen aan het ontstaan van de klachten; 
  • fysieke en psychosociale factoren die mogelijk hebben bijgedragen aan het ontstaan van de klachten:beloop van het gezondheidsprobleem (normaal of afwijkend, duur van eventueel werkverzuim) en factoren die het beloop van de klachten positief of negatief hebben beïnvloed;
    • werkplek (ergonomie en door het werk of de werkplek afgedwongen fysieke belasting, zoals herhalingen  en/of een ongunstige statische houding);
    • werktijden (onregelmatige werktijden, werk- en rusttijden); 
    • manier van werken (werkhouding/-techniek, lichaamsbesef, bewuste ontspanning);
    • werkdruk (piekbelastingen, de manier waarop de werknemer met de druk omgaat / de druk ervaart);
    • werktaken (het aantal werktaken, afwisseling);
    • psychosociale factoren die samenhangen met het werk (hoge taakeisen, weinig controlemogelijkheden, stress, een lage arbeidstevredenheid, sociale steun van collega’s en leidinggevende);
    • psychosociale factoren in de thuissituatie;
  • eerdere diagnostiek en behandeling en het resultaat ervan.

Inventarisatie van de status praesens:

  • ernst en aard van het gezondheidsprobleem (stoornissen in functies, beperkingen in activiteiten en participatieproblemen);
  • provocerende momenten, handelingen en taken;
  • relatie tussen klachten, symptomen en tekens en het werk op dit moment;
  • opvattingen van de patiënt over de identiteit, oorzaak, prognose en gevolgen van het gezondheidsprobleem;
  • gedachten en gevoelens van de patiënt over de mate waarin het probleem te verminderen valt of onder controle te brengen is;
  • prognostische factoren die een ongunstige invloed kunnen hebben op het herstel.

Overige gegevens:

  • andere aandoeningen;
  • behandelingen en adviezen van andere disciplines (huisarts, bedrijfsarts): medicijnen/hulpmiddelen/veranderingen ten aanzien van werkplek, werktijden en/of werktaken.


De werkgroep formuleerde de volgende aanbeveling:

(4) Anamnese
De werkgroep is van mening dat bij het in kaart brengen van de gezondheidstoestand van de patiënt het volgende aandacht behoeft: 

  • de aard van het gezondheidsprobleem: systematisch bevragen van de verschillende functies, activiteiten en participatie en de stoornissen en beperkingen daarin;

  • de arbeidsomstandigheden: de invloed van het werk (werkplek, -tijden, -wijze en -taken) op het ontstaan en het beloop van de pijn en de invloed op de huidige pijn; 

  • de wijze van omgaan met het gezondheidsprobleem: de opvattingen (‘beliefs’) van de patiënt ten aanzien van het gezondheidsprobleem, het al dan niet reëel zijn daarvan, en of er in het algemeen sprake is van negatieve emoties (zoals stress en depressieve stemming).

Bij het in kaart brengen van de gezondheidstoestand bij patiënten met (pijn)klachten wordt aandacht besteed aan:

  1. de aard van het gezondheidsprobleem;
  2. het werk dat de patiënt verricht en
  3. de wijze van omgaan van de patiënt met zijn gezondheidsprobleem, met daaraan verbonden de opvattingen van de patiënt over zijn gezondheidsprobleem.

Om de ontstaanswijze van de pijn te achterhalen, wordt de belasting van de patiënt geïnventariseerd.
De opvatting van de patiënt over het ontstaan van de klachten is hierbij leidend: als de patiënt denkt dat zijn pijnklachten voor een substantieel deel te verklaren zijn vanuit zijn werksituatie, wordt eerst de belasting in die werksituatie geïnventariseerd en pas daarna de belasting in andere situaties.

Onder belasting wordt zowel de objectieve lokale en algemene belasting verstaan (met bijvoorbeeld plotseling optredende veranderingen in houdings- en beweeggedrag), als de druk die de patiënt ervaart.

 

B.2.1 De aard van het gezondheidsprobleem van de patiënt

Bij de inventarisatie van de status praesens vraagt de fysiotherapeut systematisch naar de verschillende functies, activiteiten en participatie, en de stoornissen en beperkingen daarin.

Hierna staan voorbeelden van aan arm-, nek- en/of schouderklachten gerelateerde functies, activiteiten en participatie, plus de persoonlijke en externe factoren die daarop van invloed kunnen zijn.26

 


Functies

  • mentale functies: stoornissen in in-/doorslapen, stemming (gespannenheid, emotionele vervlakking, bewegingsangst, vermijdingsangst), inzicht in eigen gedrag, lichaamsbeeld;
  • sensorische functies en de gewaarwording van pijn: pijn, pijn in hele arm, uitstralende pijn in een dermatoom, uitstralende pijn in een segment, stijfheid, tintelingen, gevoelsstoornissen, gevoel van doofheid;
  • functies van bloedvaten: temperatuur- en kleurverschillen;
  • bewegingssysteem: functies van gewrichten (verminderde mobiliteit en stabiliteit), spierfuncties (subjectief krachtverlies, lokale en algehele gespannenheid, vermoeidheid), bewegingsfuncties (onhandigheid/coördinatiestoornissen).

Activiteiten en participatie

  • algemene taken en eisen: beperkt zijn in het uitvoeren van dagelijkse routinehandelingen, niet adequaat omgaan met stress en mentale eisen, zoals veel verantwoordelijkheid dragen;
  • gebruik van communicatieapparatuur: moeite met typen;
  • mobiliteit: niet kunnen handhaven van bepaalde houdingen, vasthouden van gereedschap, openen van een fles, knijpen en grijpen, besturen van voertuigen;
  • zelfverzorging: moeite met veters strikken, knoopjes dichtmaken, tandenpoetsen, eten en drinken;
  • huishouden: moeite met snijden van groente, het dragen van een dienblad, wringen en schoonmaken;
  • belangrijke levensgebieden: werk en beroep;
    maatschappelijk, sociaal en burgerlijk leven: in samenleving, in recreatie en vrije tijd.

Externe factoren 

  • werk: werkplek, -tijden, -wijze, -druk, -taken;
  • geneesmiddelen, ergonomische middelen;
  • fysieke en emotionele ondersteuning door familie en vrienden;
  • attitudes: persoonlijke attitudes van anderen - familie, vrienden, hulpverleners, maatschappelijke normen;
  • systemen en beleid: media, wetgeving met betrekking tot sociale zekerheid.

Persoonlijke factoren (niet verder onderverdeeld in de ICF)

  • wijze van omgaan met de klachten, coping;
  • persoonlijke attitudes, ‘beliefs’, mate van controle; 
  • leeftijd, geslacht.

 

Ook inventariseert de fysiotherapeut of de eisen die de patiënt aan zichzelf, en de omgeving aan de patiënt stelt in overeenstemming zijn met de belastbaarheid van de patiënt.

Een indruk over de algemene belastbaarheid kan verkregen worden door te vragen naar verschijnselen die wijzen op een overschrijding van de algemene belastbaarheid, zoals zich moeilijk kunnen concentreren of snel optredende of zelfs chronische vermoeidheid.

 

B.2.2 Arbeidsgerelateerde klachten

Bij de inventarisatie van de invloed van het verrichten van werk op de klachten wordt het volgende in kaart gebracht: 

  • het ontstaan van de klachten (waarom ontstaat de pijn juist nu?); 
  • het beloop van de klachten en; 
  • de invloed van het verrichten van werk op de klachten op het moment van inventarisatie.

De op het verrichten van werk gerichte vragen betreffen de volgende vijf domeinen:82

  1. werkplek: door het werk of de werkplek afgedwongen fysieke belasting, zoals herhalingen en ongunstige statische houding; 
  2. werktijden: onregelmatige werk- en rusttijden;
  3. werkwijze: werkhouding/-techniek, lichaamsbesef en onbewuste spanning;
  4. werkdruk: piekbelastingen, de manier waarop de patiënt met de druk omgaat, de druk ervaart;
  5. werktaken: de hoeveelheid werktaken, afwisseling.

De werkgroep adviseert om bij werkgerelateerde klachten de psychosociale anamnese over het werk (werksfeer, creativiteit, autonomie, sociale steun, tevredenheid met het werk ) uitgebreid aan bod te laten komen. Risicofactoren waarvan wordt aangenomen dat ze belastend zijn, dienen altijd geëvalueerd te worden in relatie tot duur, frequentie en intensiteit van de blootstelling eraan,8 samen met eventuele andere, tegelijkertijd optredende, risicofactoren.37,38,83

Van belang is of er een gedeeltelijke of gehele onderbreking van het werk of van de normale activiteiten op het werk is (geweest) en of er afspraken zijn gemaakt over de werkhervatting. De fysiotherapeut moet in een zo vroeg mogelijk stadium proberen zicht te krijgen op factoren die een eventuele terugkeer naar het werk beïnvloeden, zoals langdurig verzuim in de voorgeschiedenis en contact met collega’s. Er moet voorkomen worden dat factoren die een bijdrage hebben geleverd aan het ontstaan van de klachten, bij werkhervatting tot terugval of zelfs tot recidivering leiden.

 

B.2.3 Wijze van omgaan met het gezondheidsprobleem

Psychische, sociale en gedragsmatige factoren kunnen het ontstaan van chronische pijn en/of een aanhoudend te lage belastbaarheid in de hand werken en daarmee een ongunstige invloed hebben op het beloop. Het is van belang deze factoren zo vroeg mogelijk te herkennen, bij voorkeur al tijdens het eerste consult, en duidelijk te krijgen in hoeverre zij fysiotherapeutisch beïnvloedbaar zijn.

De fysiotherapeut dient helder te krijgen op welke manier de patiënt omgaat met zijn gezondheidsprobleem door ruimte te scheppen voor een gesprek, zich neutraal op te stellen en eigen interpretaties te vermijden. De therapeut probeert te weten te komen wat de patiënt ziet als de kern van het probleem. Het gaat dan ook niet alleen om het achterhalen van de symptomen, maar ook om het achterhalen van de gedachten, gevoelens en interpretaties (de ‘beliefs’) van de patiënt; deze vormen een belangrijk onderdeel van het gesprek.

De ziekteperceptievragenlijst IPQ-K kan hierbij als leidraad dienen, omdat het antwoord op de vragen van de IPQ-K de vijf ‘beliefs’ (opvattingen) van de patiënt beschrijven en dus het beeld van de patiënt over zijn gezondheidsprobleem weergeven.75 De fysiotherapeut kan in dit kader bijvoorbeeld starten met één open hoofdvraag per genoemd item. Geeft het verhaal van de patiënt daartoe aanleiding, dan maakt de fysiotherapeut deze onderwerpen op een systematische wijze bespreekbaar. Het doel is zicht te krijgen op de wijze waarop de patiënt omgaat met zijn gezondheidsprobleem.

 


Beliefs/opvattingen

  • ‘Heeft u zelf een idee over de oorzaak van de pijn?’ (oorzaak)
  • ‘Hoe ziet u nu de komende twee weken?’ en ‘Verwacht u dat de pijn lang gaat duren?’ (tijdlijn)
  • ‘Wat zijn voor u de gevolgen van de pijn?’ en ‘Wat zijn uw verwachtingen ten aanzien van herstel en werkhervatting?’ (gevolgen)
  • ‘Wat denkt u dat u het beste zal helpen?’ (herstel door behandeling) en ‘Wat hebt u tot nu toe aan de pijn gedaan?’ en ‘Denkt u dat dit effect heeft?’ (controle/self-efficacy)
  • ‘Welke klachten heeft u nu en welke klachten hebben volgens u met RSI te maken?’ (identiteit: het is beter deze vraag alleen te stellen als de patiënt zélf over bijvoorbeeld RSI begint)

Negatieve emoties

  • Is er sprake van bewegingsangst, boosheid, bedroefdheid, zorgen over de pijn, catastroferen? 
    ‘Ik heb het gevoel dat u zich zorgen maakt, klopt dat? Waar maakt u zich zorgen over?’ en ‘Bent u bezorgd dat bewegen schadelijk is?’

Stress

  • ‘Geeft een van deze hiervoor genoemde punten aanleiding tot stress?`

Gedrag, overactiviteit, vermijdingsgedrag

  • ‘Wat doet u als u pijn heeft?’ en ‘Bent u voorzichtiger geworden?’

De ziekteperceptieve vragenlijst is te vinden op www.ziekteperceptie.nl.


 

De interactie tussen de patiënt en zijn omgeving, en vooral die tussen de patiënt en zijn eventuele partner, is van invloed op de manier waarop de patiënt met zijn gezondheidsprobleem omgaat (zie de Inleiding).

Vragen met betrekking tot de rol van de partner kunnen zijn: ‘Waaraan merkt uw partner het wanneer u pijn heeft?’, ‘Wat doet uw partner meestal als u meer pijn heeft?’, ‘Wat kan hij/zij nou beter wel of beter niet doen?’

 

Op basis van bovenstaande formuleerde de werkgroep de volgende aanbeveling:

(4) Anamnese (niveau 4)
De werkgroep is van mening dat bij het in kaart brengen van de gezondheidstoestand van de patiënt het volgende aandacht behoeft: 

  • de aard van het gezondheidsprobleem: systematisch bevragen van de verschillende functies, activiteiten en participatie en de stoornissen en beperkingen daarin;

  • de arbeidsomstandigheden: de invloed van het werk (werkplek, -tijden, -wijze en -taken) op het ontstaan en het beloop van de pijn en de invloed op de huidige pijn; 

  • de wijze van omgaan met het gezondheidsprobleem: de opvattingen (‘beliefs’) van de patiënt ten aanzien van het gezondheidsprobleem, het al dan niet reëel zijn daarvan, en of er in het algemeen sprake is van negatieve emoties (zoals stress en depressieve stemming).

  • 1. Huisstede BMA, Miedema HS, Verhagen AP, Koes BW, Verhaar JA. Multidisciplinary consensus on terminology and classification of complaints of arm, neck and/or shoulder. Occup Environ Med. 2006;16.

    2. Hendriks HJM, Ettekoven H van, Reitsma ER, Verhoeven ALJ, Wees Ph van der. Methode voor centrale richtlijnontwikkeling en implementatie in de fysiotherapie. Rapport. Amersfoort: KNGF; 1998.

    3. Hendriks HJM, Ettekoven H van, Bekkering GE, Verhoeven ALJ. Implementatie van KNGF-richtlijnen. Fysiopraxis. 2000;9:9-13.

    4. Hendriks JHM, Brandsma JW, Wees Ph van der, Bekkering GE. Improving the quality of physiotherapy practice. A method of development and implementation of national practice guidelines. Physiother. 2000. 86:535-47.

    5. NVOM-Nederlandse Vereniging van Oefentherapeuten-Mensendieck. Richtlijnen Oefentherapie-Mensendieck, Algemeen deel. NVOM; 2001.

    6. STECR. STECR Werkwijzer. ABBE-rsi, versie 2. Apeldoorn: STERC; 2003.

    7. NVAB. Handelen van de bedrijfsarts bij werknemers met klachten aan arm, schouder of nek. Utrecht: NAVB; 2003.

    8. Sluiter JK, Rest KM, Frings-Dresen MHW. Het Saltsa rapport: richtlijnen voor de vaststelling van de arbeidsrelatie van Aandoeningen aan het Bewegingsapparaat in de Bovenste Extremiteit (ABBE’s). Amsterdam: Coronel Instituut voor Arbeid, Milieu en Gezondheid; 2000.

    9. Hendriks HJM, Bekkering GE, Ettekoven H van, Brandsma JW, Wees Ph van der, Bie RA de. Development and implementation of national practice guidelines: A prospect for continuous quality improvement in physiotherapy. Introduction to the method of guideline development. Physiother. 2000;86-547.

    10. Hendriks HJM, Reitsma ER, Ettekoven H van. Centrale richtlijnen in de fysiotherapie. Ned Tijdschr Fysiother. 1996;106:2-11.

    11. Hudak PL, Cole DC, Frank JW. Perspectives on prognosis of soft tissues muscoloskeletal disorders. Int J Rehab Res. 1998;31:29-40.

    12. Scholten-Peeters GGM, Verhagen AP, Bekkering GE, Windt DAWM van der, Barnsley L, Oostendorp RAB, et al. Prognostic factors of Whiplash-Associated Disorders: a systematic review of prospective cohort studies. Pain. 2003;104: 303-22.

    13. Bongers P, Kremer AM, Laak J ter. Are Psychosocial Factors, Risk Factors for Symptoms and Signs of the Shoulder, Elbow, or Hand/Wrist? A Review of the Epidemiological Literature. Am J Indust Med. 2002;4:315-42.

    14. van der Windt DAW, Thomas D, Pope DP, Winter AF de, Macfarlane G, Bouter LM, et al. Occupational risk factors for shoulder pain:a systematic review. Occup Environ Med. 2000;57(7):433-42.

    15. Kuijpers T, Windt DAWM van der, Heijden G van der, Bouter L. Systematic review of prognostic cohort studies on shoulder disorders. Pain. 2004;109:420-31.

    16. CBO. Richtlijnontwikkeling binnen het Kwaliteitsinstituut voor de Gezondheidszorg CBO. Handleiding voor Werkgroepleden. Utrecht; CBO; 2003.

    17. Verhagen AP, Vet HCW de, Bie RA de, Kessels AGH, Boers M, Bouter LM, et al. The Delphi list: a criteria list for quality assessment of randomised clinical trials for conducting systematic reviews developed by Delphi consensus. J Clin Epid 1998;51:1235-41.

    18. Verhagen A, Karels C, Bierma-Zeinstra S, Burdorf A, Feleus A, Dahaghin S, et al. Ergonomic and physiotherapeutic interventions for treating work-related complaints of the arm, neck or shoulder in adults. Cochrane Database Syst Rev. 2006;(3:CD003471).

    19. Gezondheidsraad. RSI. Den Haag: Gezondheidsraad; 2000. Report No.: 2000/22.

    20. CBO. Formulier voor het beoordelen van een systematische review van observationeel onderzoek. Utrecht: CBO; 2003.

    21. Yassi A. Repetitive strain injuries. Lancet. 1997;349(March 29):943-7.

    22. Melhorn JM. Cumulative trauma disorders and repetitive strain injury. Clin Orthop Rel Res. 1998;351:107-26.

    23. van Galen GP, Smits-Engelsman BCM, Meulenbroek RJG, Bloemsaat JG. Over bewegen, stress en mogelijke mechanismen achter de muisarm en andere vormen van repetitive strain injury (RSI). In: den Dekker JB, Aufdenkampe G, Ham I van, Smits-Engelsman BCM, Vaes P, editors. Jaarboek Fysiotherapie Kinesitherapie. Houten: Bohn Stafleu van Loghum; 1999. p. 1-34.

    24. Ireland DC. Australian repetition strain injury phenomenon. Clin Orthop. 1998 Jun;(351):63-73.

    25. Ruijgrok JM, Smits-Engelsman BCM, Galen GP van. Rationele diagnostiek en therapie bij aspecifieke klachten van de bovenste extremiteit (RSI). Jaarboek fysiotherapie/kinesitherapie 2003;164-78.

    26. ICF. Nederlandse vertaling van de International Classification of Functioning, Disability and Health. Bilthoven: WHO FIC Collaborating Centre in the Netherlands, RIVM; 2002.

    27. Heerkens Y, Engels J, Kuipers C, Gulden J van der, Oostendorp R. The use of ICF to describe work related factors influencing the health of employees. Disabil Rehabil. 2004;26(17):1060-6.

    28. Otten F, Bongers P, Houtman I. De kans op RSI in Nederland Gegevens uit het permanent onderzoek leefsituatie, 1997. Maandbericht Gezondheid (CBS). 1998;(98/11):5-19.

    29. Blatter BM, Bongers PM. Work related neck and upper limb symptoms (RSI): High risk occupations and risk factors in the Dutch working population. Hoofddorp: TNO Work and Employment; 1999.

    30. Blatter BM, Heuvel SG van den, Bongers PM, Picavet HSJ, Schoemaker CG. De omvang van verzuim en arbeidsongeschiktheid door RSI. Hoofddorp: TNO Arbeid; 2001. Report No.: R2014889/1020123.

    31. Blatter BM, Bongers PM, Kraan KO, Dhondt S. RSI -klachten in de werkende polulatie. De mate van voorkomen en de relatie met beeldschermwerk, muisgebruik en andere ICT-gerelateerde factoren. Hoofddorp: TNO arbeid; 2000.

    32. Picavet HSJ, Gils HWV van, Schouten JSAG. Klachten van het bewegingsapparaat in de Nederlandse bevolking. Bilthoven: RIVM; 2000. Report No.: 266807002.

    33. Schaeps M, Ameele AN van der. Repetitive strain injuries reviewed. Den Haag: Arbeidsinspectie/Ministerie van SZW; 2001.

    34. Heinrich J, Blatter BM. RSI-klachten in de Nederlandse beroepsbevolking. Trends, risicofactoren en verklaringen. TSG. 2005;83(1):16-24.

    35. Bongers PM. Oratie. Maak werk van RSI. Amsterdam: Vrije Universiteit; 2003.

    36. Blatter BM, Houtman I, Bossche S van den, Kraan K, Heuvel S van den. Gezondheidsschade en kosten als gevolg van RSI en psychosociale arbeidsbelasting in Nederland. Hoofddorp: TNO Arbeid; Ministerie van SZW; 2005.

    37. Barondess J, Cullen MR, Lateur Bd, Deyo RA, Donaldson SK, Drury CG, et al. Musculoskeletal Disorders and the workplace: Low back and upper extremities. Washington: The National Academies Press; 2001.

    38. Bernard BP. Musculoskeletal disorders and workplace factors: A critical review of epidemiologic. Evidence for work-related musculoskeletal disorders of the neck, upper extremity, and low back. Cincinnati, OH, National Institute for Occupational Safety and Health, U.S. Department of Health and Human Services; 1997.

    39. Bongers PM, IJmker S, Heuvel S van den, Blatter BM. Epidemiology of work related neck an upper limb problems: Psychosocial and personal risk factors (Part I) and effective interventions from a biobehavioral perspective (Part II). J Occup Rehab. 2006;16:272-95.

    40. Andersen JH, Thomsen JF, Overgaard E, Lassen ChF, Brandt LPA, Vilstrup I, et al. Computer Use and Carpal Tunnel Syndrome. A 1-Year Follow-up Study. JAMA. 2003;289(22):2963-9.

    41. Brandt LPA, Andersen JH, Lassen ChF, Kryger AI, Overgaard E, Vilstrup I, et al. Neck and shoulder symptoms and disorders among Danish computer workers. Scand J Work Environ Health. 2004;30(5):399-409.

    42. Gerr F, Marcus M, Ensor C, Kleinbaum D, Cohen S, Edwards A, et al. A Prospective Study of Computer Users: I. Study Design and Incidence of Musculoskeletal Symptoms and Disorders. Am J Int Med. 2002;41:221-35.

    43. Jensen C. Development of neck and hand-wrist symptoms in relation to duration of computer use at work. Scand J Work Environ Health. 2003;29(3):197-205.

    44. Juul-Kristensen B, Sogaard K, Stroyer J, Jensen C. Computer users’ risk factors for developing shoulder, elbow and back symptoms. Scand J Work Environ Health. 2004;30(5):390-8.

    45. Korhonen T, Ketola R, Toivonen R, Luukkonen R, Hakkanen M, Viikari-Juntura E. Work-related and individual predictors for incident neck pain among office employees working with video display units. Occup Environ Med. 2006;60:475-82.

    46. Kryger AI, Andersen JH, Lassen ChF, Brandt LPA, Vilstrup I, Overgaard E, et al. Does computer use pose an occupational hazard for forearm pain; from the NUDATA study. Occup Environ Med. 2003;60(e14).

    47. Lassen ChF, Mikkelsen S, Kryger AI, Brandt LPA, Overgaard E, Thomsen JF, et al. Elbow and wrist/hand symptoms among 6,943 computer operators: a 1-year follow-up study (the NUDATA study). Am J Indust Med. 2004;46:521-33.

    48. Marcus M, Gerr F, Monteilh C, Ortiz D, Gentry E, Cohen S, et al. A prospective study of computer users: II. Postural risk factors for musculoskeletal symptoms and disorders. Am J Indust Med. 2002;41:236-49.

    49. Pietri-Taleb F, Riihimäki H, Viikari-Juntura E, Lindström K. Longitudinal study on the role of personality characteristics and psychological distress in neck trouble among working men. Pain. 1994;58:261-7.

    50. Wahlstrom J, Hagberg M, Toomingas A, Wigaeus Tornqvist E. Perceived muscular tension, job strain, physical exposure, and associations with neck pain among VDU users; a prospective cohort study. Occup Environ Med. 2006;2004(61):523-8.

    51. Hannan LM, Monteilh CP, Gerr F, Kleinbaum DG, Marcus M. Job strain and risk of musculoskeletal symptoms among a prospective cohort of occupational computer users. Scand J Work Environ Health. 2005;31(5):375-86.

    52. Feleus A, Bierma-Zeinstra SM, Miedema HS, Verhagen AP, Nauta AP, Burdorf A, et al. Prognostic indicators for non-recovery of non-traumatic complaints at arm, neck and shoulder in general practice - 6 months follow-up. Rheumatology (Oxford). 2007;46(1):169-76.

    53. Bot SD, Waal JM van der, Terwee CB, Windt DA van der, Scholten RJ, Bouter LM, et al. Predictors of outcome in neck and shoulder symptoms: a cohort study in general practice. Spine. 2005;30(16):E459-70.

    54. Bot SD, Waal JM van der, Terwee CB, Windt DA van der, Bouter LM, Dekker J. Course and prognosis of elbow complaints: a cohort study in general practice. Ann Rheum Dis. 2005;64(9):1331-6.

    55. Hoving JL, Vet HC de, Twisk JW, Deville W, Windt DA van der, Koes BW, et al. Prognostic factors for neck pain in general practice. Pain. 2004;110(3):639-45.

    56. Bonde JP, Mikkelsen S, Andersen JH, Falentin N, Baelum J, Svendsen SW, et al. Prognosis of shoulder tendinositis in repetitive work: a follow-up study in Danish industrial and service workers. Occup Environ Med. 2003;60(e8).

    57. Cheng MS, Amick BC, Watkins MP, Rhea CD. Employer, Physical Therapist, and Employee Outcomes in the management of work-related upper extremity disorders. J Occup Rehab. 2002;12(4):257-67.

    58. Eriksen W, Natvig B, Knardahl S, Bruusgaard D. Job Characteristics as Predictors of Neck Pain: A 4-Year Prospective Study. J Occup Environ Med. 1999;41(10):893-902.

    59. Feuerstein M, Huang GD, Haufler AJ, Miller JK. Development of a Screen for Predicting Clinical Outcomes in Patients With Work-Related Upper Extremity Disorders. JOEM. 2000;42(7):749-61.

    60. Haahr JP, Andersen JH. Prognostic factors in lateral epicondylitis: a randomized trial with one year follow-up in 266 new cases treated with minimal occupational intervention or the usual approach in general practice. Rheumatology. 2003;42(10):1216-25.

    61. Juul-Kristensen B, Jensen C. Self-reported workplace related ergonomic conditions as prognostic factors for musculoskeletal symptoms: the “BIT” follow up study on office workers. Occup Environ Med. 2005;2005(62):188-94.

    62. Katz JN, Lew RA, Bessette L, Punnett L, Fossel AH, Mooney N, et al. Prevalence and Predictors of Long-term Work Disability Due to Carpal Tunnel Syndrome. Am J Indust Med. 1998;33:543-50.

    63. Miranda H, Viikari-Juntura E, Martikainen R, Takala EP, Riihimäki H. A prospective study of work related factors and physical exercise as predictors of shoulder pain. Occup Environ Med. 2001;58:528-34.

    64. Kennedy CA, Haines T, Beaton DE. Eight predictive factors associated with response patterns during physiotherapy for soft tissue shoulder disorders were identified. J Clin Epid. 2006;59:485-96.

    65. Waddell G, Waddel H. Neck and low back pain. In: Nachemson AN, Jonsson E, editors. Neck and back pain: the scientific evidence of cause, diagnosis and treatment. New York: Lippincott Williams & Wilkins; 2000. p. 11-2.

    66. ACC and National Health Committee. New Zealand acute low back back pain guide. Wellington, New Zealand: ACC/National Health Committee; 1997.

    67. Loeser JD, Melzack R. Pain: an overview. Lancet. 1999;353(May 8):1607-9.

    68. Vlaeyen JWS, Crombez G. Fear of movement/(re)injury, avoidance and pain disability in chronic low back patients. Manual Therapy. 1999;4(4):187-95.

    69. Linton SJ. A Review of Psychological Risk Factors in Back and Neck Pain. Spine. 2000;25(9):1148-56.

    70. Linton SJ. Early identification and intervention in the prevention of musculoskeletal pain. Am J Indust Med. 2002;41(5):433-42.

    71. Pincus T, Burton AK, Vogel S, Field AP. A Systematic Review of Psychological Factors as Predictors of Chronicity Disability in Prospective Cohorts of Low Back Pain. Spine. 2002;27(5):E109-E120.

    72. Waddell G. The back pain revolution. Edinburgh: Churchill Livingstone; 1998.

    73. Vlaeyen JWS. Inleiding. In: Congresboek ‘De gedragsgeoriënteerde aanpak, ter bevordering van zelfredzaamheid’. Amersfoort: Nederlands Paramedisch Instituut; 2003.

    74. Vlaeyen JWS, Linton SJ. Fear-avoidance and its consequences in chronic musculoskeletal pain: a state of the art. Pain. 2000;85:317-32.

    75. Weinman J. De cognitieve strategie: Focussing on patients’ beliefs about illlness and treatment as a basis for enhancing self-regulaton and self-management. In: Congresboek ‘De gedragsgeoriënteerde aanpak, ter bevordering van zelfredzaamheid’. Amersfoort: Nederlands Paramedisch Instituut; 2003.

    76. Leventhal H, Zimmerman R, Gutmann M. Compliance: A self-regulation perspective. In: Handbook of Behavioral Medicine. 2nd ed. New York: The Guilford Press; 1984.

    77. Vlaeyen JWS, Heuts PHTG. Gedragsgeoriënteerde behandelingsstrategieën bij rugpijn. Houten: Bohn Stafleu van Loghum; 2003.

    78. Vlaeyen J, Morley S. Active despite pain: the putative role of stop rules and current mood. Pain. 2004;110(3):512-6.

    79. Härkäpäa K, Järvikoski A, Vakkari T. Associations of locus of control beliefs with pain coping strategies and other pain-relaed cognitions in back pain patients. Brit J Health Psychol. 1996;51-63.

    80. Spence SH. Cognitive-behaviour therapy in the mangement of upper extremity cumulative trauma disorder. J Occup Rehab. 1998;8(1):27-45.

    81. Heerkens YF, Lakervled-Heyl K, Verhoeven AJL, Hendriks HJM. KNGF-richtlijnen Fysiotherapeutische verslaglegging. Amersfoort: KNGF; 2007.

    82. Schreibers KBJ. Een nieuwe aanpak ter preventie van RSI bij beeldschermwerk. Tijdschrift voor Ergonomie. 1995;(6):25-9.

    83. Viikari-Juntura E, Silverstein BA. Role of physical load factors in carpal tunnel syndrome . Scand J Work Environ Health. 1999;25(3):163-85.

    84. Beurskens AJ, Vet HC de, Koke AJ, Lindeman E, Heijden GJ van der, Regtop W, et al. A patient-specific approach measuring functional status in low back pain. J Manipul Physiol Ther. 1999;22(3):144-8.

    85. Köke AJA, Heuts PHTG, Vlaeyen JWS, Weber WEJ. Meetinstrumenten chronisch pijn. Deel 1 functionele status. Maastricht: Pijn Kennis Centrum; 1999.

    86. The DASH outcome measure. www.dash.iwh.on.ca. Geraadpleegd oktober 2008.

    87. Palmen CM, Meijden E van der, Nelissen Y, Koke AJ. De betrouwbaarheid en validiteit van de Nederlandstalige versie van de Disabilities of Arm, Shoulder and Hand questionnaire (DASH). Ned Tijdschr Fysiother. 2004;114(2):50-4.

    88. Veehof MM, Sleegers EJ, Veldhoven NH van, Schuurman AH, Meeteren NL van. Psychometric qualities of the Dutch language version of the Disabilities of the Arm, Shoulder, and Hand questionnaire (DASH-DLV). J Hand Ther. 2002 Oct;15(4):347-54.

    89. Voskamp P, Peereboom KJ. Arbo themacahier 10. Den Haag: Sdu Uitgevers; 2002.

    90. Peereboom KJ, Huysmans MA. Handboek RSI. Risico’s, oplossingen, behandeling. 3e herziene druk ed. Den Haag: Sdu, Uitgevers BV; 2002.

    91. Quilter D. Leven en werken met RSI. Rijswijk: Elmar B.V.; 1996.

    92. Peper E, Wilson VS, Gibney KH, Huber K, Harvey R, Shumay D. The integration of electromyography (SEMG) at the workstation: assessment, treatment, and prevention of repetitive strain injury (RSI). Appl Psychophysiol Biofeedback. 2003;28(2):167-82.

    93. Coppieters M. Physical examination and treatment of neurogenic disorders of the upper quadrant. A manual therapeutic perspective. Leuven: KU Leuven; 2001.

    94. Luime JJ, Verhagen AP, Verhaar JAN, Miedema HS, Kuiper JL, Burdorf L, et al. Does this patient have an instability of the shoulder or a labrum lesion? JAMA. 2004;292(16):1989-99.

    95. Byl NN, Wilson FR, Merzenich MM, Melnick M, Scott P, Oakes A, et al. Sensory dysfunction associated with repetitive strain injury of tendinitis and focal hand dystonia: A comparative study. JOSPT. 1996;23(4):234-44.

    96. Verhagen AP, Karels C, Bierma Zeinstra SMA, Burdorf L, Feleus A, Dahaghin S, De Vet HC, Koes BW. Ergonomic and physiotherapeutic interventions for treating work-related complaints of the arm, neck or shoulder in adults. Cochrane Database Syst Rev. 2006;19(3):CD003471.

    97. Konijnenberg HS, Wilde NS de, Gerritsen AA, Tulder M van, Vet HC de. Conservative treatment for repetitive strain injury. Scand J Work Environ Health. 2001;27(5):299-310.

    98. Karjalainen K, Malmivaara A, Tulder M van, Roine R, Jauhiainen M, Hurri H, et al. Multidisciplinary biopsychsocial rehabilitation for neck and shoulder pain among working age adults. Cochrane Database Syst Rev. 2003;(2:cd002194).

    99. Sjogren T, Nissinen KJ, Jarvenpaa SK, Ojanen MT, Vanharanta H, Malkia EA. Effects of a workplace physical exercise intervention on the intensity of headache and neck and shoulder symptoms and upper extremity muscular strength of office workers: a cluster randomized controlled cross-over trial. Pain. 2005 Jul;116(1-2):119-28.

    100. Kay TM, Gross A, Goldsmith C, Santaguida PL, Hoving J, Bronfort G. Exercises for mechanical neck disorders. Cochrane Database Syst Rev. 2005;(3):CD004250.

    101. Gross AR, Hoving JL, Haines TA, Goldsmith CH, Kay T, Aker P, et al. A Cochrane review of manipulation and mobilization for mechanical neck disorders. Spine. 2004 Jul 15;29(14):1541-8.

    102. Chiu TT, Lam TH, Hedley AJ. A randomized controlled trial on the efficacy of exercise for patients with chronic neck pain. Spine. 2005 Jan 1;30(1):E1-E7.

    103. Chiu TT, Hui-Chan CW, Chein G. A randomized clinical trial of TENS and exercise for patients with chronic neck pain. Clin Rehabil. 2005 Dec;19(8):850-60.

    104. Jensen IB, Bergstrom G, Ljungquist T, Bodin L. A 3-year follow-up of a multidisciplinary rehabilitation programme for back and neck pain. Pain. 2005 Jun;115(3):273-83.

    105. Klaber Moffett JA, Jackson DA, Richmond S, Hahn S, Coulton S, Farrin A, et al. Randomised trial of a brief physiotherapy intervention compared with usual physiotherapy for neck pain patients: outcomes and patients’ preference. BMJ. 2005 Jan 8;330(7482):75.

    106. Dziedzic K, Hill J, Lewis M, Sim J, Daniels J, Hay EM. Effectiveness of manual therapy or pulsed shortwave diathermy in addition to advice and exercise for neck disorders: a pragmatic randomized controlled trial in physical therapy clinics. Arthritis Rheum. 2005 Apr 15;53(2):214-22.

    107. Savolainen A, Ahlberg J, Nummila H, Nissinen M. Active or passive treatment for neck-shoulder pain in occupational health care? A randomized controlled trial. Occup Med (Lond). 2004 Sep;54(6):422-4.

    108. Cleland JA, Childs JD, McRae M, Palmer JA, Stowell T. Immediate effects of thoracic manipulation in patients with neck pain: a randomized clinical trial. Man Ther. 2005 May;10(2):127-35.

    109. Gustavsson C, Koch L. von. Applied relaxation in the treatment of long-lasting neck pain: a randomized controlled pilot study. J Rehabil Med. 2006 Mar;38(2):100-7.

    110. Green S, Buchbinder R, Hetrick S. Physiotherapy interventions for shoulder pain. Cochrane Database Syst Rev. 2003;(2):CD004258.

    111. Bergman GJ, Winters JC, Groenier KH, Pool JJ, Meyboom-de JB, Postema K, et al. Manipulative therapy in addition to usual medical care for patients with shoulder dysfunction and pain: a randomized, controlled trial. Ann Intern Med. 2004 Sep 21;141(6):432-9.

    112. Carette S, Moffet H, Tardif J, Bessette L, Morin F, Fremont P, et al. Intraarticular corticosteroids, supervised physiotherapy, or a combination of the two in the treatment of adhesive capsulitis of the shoulder: a placebo-controlled trial. Arthritis Rheum. 2003 Mar;48(3):829-38.

    113. Geraets JJ, Goossens ME, Groot Id, Bruijn CPd, Bie RA de, Dinant GJ, et al. Effectiveness of a graded exercise therapy program for patients with chronic shoulder complaints. Aust J Physiother. 2005;51(2):87-94.

    114. Ginn KA, Cohen ML. Exercise therapy for shoulder pain aimed at restoring neuromuscular control: a randomized comparative clinical trial. J Rehabil Med 2005. Mar;37(2):115-22.

    115. Hay EM, Thomas E, Paterson SM, Dziedzic K, Croft PR. A pragmatic randomised controlled trial of local corticosteroid injection and physiotherapy for the treatment of new episodes of unilateral shoulder pain in primary care. Ann Rheum Dis 2003. May;62(5):394-9.

    116. van den Dolder PA, Roberts DL. A trial into the effectiveness of soft tissue massage in the treatment of shoulder pain. Aust J Physiother. 2003;49(3):183-8.

    117. Vermeulen HM, Rozing PM, Obermann WR, le Cessie S, Vliet Vlieland TP. Comparison of high-grade and low-grade mobilization techniques in the management of adhesive capsulitis of the shoulder: randomized controlled trial. Phys Ther. 2006;86(3):355-68.

    118. Walther M, Werner A, Stahlschmidt T, Woelfel R, Gohlke F. The subacromial impingement syndrome of the shoulder treated by conventional physiotherapy, self-training, and a shoulder brace: results of a prospective, randomized study. J Shoulder Elbow Surg. 2004 Jul;13(4):417-23.

    119. Geraets JJ, Goossens ME, Bruijn CP de, de Groot IJ, Köke AJ, Pelt RA, et al. Cost-effectiveness of a graded exercise therapy program for patients with chronic shoulder complaints. Int J Technol Assess Health Care. 2006;22(1):76-83.

    120. Bisset L, Paungmali A, Vicenzino B, Beller E. A systematic review and meta-analysis of clinical trials on physical interventions for lateral epicondylalgia. Br J Sports Med 2006;39(7):411-22.

    121. Smidt N, Assendelft WJ, Arola H, Malmivaara A, Greens S, Buchbinder R, et al. Effectiveness of physiotherapy for lateral epicondylitis: a systematic review. Ann Med. 2003;35(1):51-62.

    122. Faes M, Akker B van den, Lint JA de, Kooloos JG, Hopman MT. Dynamic extensor brace for lateral epicondylitis. Clin Orthop Relat Res. 2006 Jan;442:149-57.

    123. D’Vaz AP, Ostor AJ, Speed CA, Jenner JR, Bradley M, Prevost AT, et al. Pulsed low-intensity ultrasound therapy for chronic lateral epicondylitis: a randomized controlled trial. Rheumatology (Oxford). 2006 May;45(5):566-70.

    124. Martinez-Silvestrini JA, Newcomer KL, Gay RE, Schaefer MP, Kortebein P, Arendt KW. Chronic lateral epicondylitis: comparative effectiveness of a home exercise program including stretching alone versus stretching supplemented with eccentric or concentric strengthening. J Hand Ther. 2005. Oct;18(4):411-9.

    125. Struijs PA, Kerkhoffs GM, Assendelft WJ, van Dijk CN. Conservative treatment of lateral epicondylitis: brace versus physical therapy or a combination of both-a randomized clinical trial. Am J Sports Med. 2004 Mar;32(2):462-9.

    126. van de Streek MD, Schans CP van der, Greef MH de, Postema K. The effect of a forearm/hand splint compared with an elbow band as a treatment for lateral epicondylitis. Prosthet Orthot Int. 2004 Aug;28(2):183-9.

    127. Gerritsen AA, Krom MC de, Struijs MA, Scholten RJ, Vet HC de, Bouter LM. Conservative treatment options for carpal tunnel syndrome: a systematic review of randomised controlled trials. J Neurol. 2002 Mar;249(3):272-80.

    128. Akalin E, El O, Peker O, Senocak O, Tamci S, Gulbahar S, et al. Treatment of carpal tunnel syndrome with nerve and tendon gliding exercises. Am J Phys Med Rehabil. 2002 Feb;81(2):108-13.

    129. Gerritsen AA, Vet HC de, Scholten RJ, Bertelsmann FW, Krom MC de, Bouter LM. Splinting vs surgery in the treatment of carpal tunnel syndrome: a randomized controlled trial. JAMA. 2002 Sep 11;288(10):1245-51.

    130. Irvine J, Chong SL, Amirjani N, Chan KM. Double-blind randomized controlled trial of low-level laser therapy in carpal tunnel syndrome. Muscle Nerve. 2004 Aug;30(2):182-7.

    131. Naeser MA, Hahn KA, Lieberman BE, Branco KF. Carpal tunnel syndrome pain treated with low-level laser and microamperes transcutaneous electric nerve stimulation: A controlled study. Arch Phys Med Rehabil. 2002 Jul;83(7):978-88.

    132. Werner RA, Franzblau A, Gell N. Randomized controlled trial of nocturnal splinting for active workers with symptoms of carpal tunnel syndrome. Arch Phys Med Rehabil. 2005 Jan;86(1):1-7.

    133. Kroese MEAL, Vet HCW de, Scholten RJPM. Inventaristatie van effectonderzoek naar regelmatig toegepaste fysiotherapeutische behandelingen bij chronische benigne pijn. Ned Tijdschr Fysiother. 2002;112(2):42-9.

    134. Morley S, Eccleston C, Williams A. Systematic review and meta-analysis of randomized controlled trials of cognitive behaviour therapy and behaviour therapy for chronic pain in adults, excluding headache. Pain. 1999 Mar;80(1-2):1-13.

    135. Airaksinen O, Brox JI, Cedraschi C, Hildebrandt J, Klaber-Moffett J, Kovacs F, et al. Chapter 4. European guidelines for the management of chronic nonspecific low back pain. Eur Spine J. 2006 Mar;15 Suppl 2:S192-S300.

    136. van der Burgt M, Verhulst FJCM. Doen en blijven doen: Voorlichting en compliancebevordering door paramedici. Houten: Bohn Stafleu van Loghum; 2003.

    137. Balm MFK. Gezond bewegen kun je leren: gedragsverandering door ergo-, fysio- en oefentherapeuten. Utrecht: Lemma; 2000.

    138. Staal JB, Hlobil H, Twisk JWR, Koke AJ, Mechelen W van. Graded activity for low back pain in occupational health care. A randomized controlled trial. Annals Intern Med. 2004;140(2):77-84.

    139. Jong de J, Vlaeyen J, Onghena P, oossens M, eilen M, lder H. Fear of movement/(re)injury in Chronic Low back Pain; Education or Exposure In Vivo as Mediator to Fear Reduction? Clin J Pain. 2005;21(1):9-17.

    140. Verhoeven ALJ, Heuvel CMG van den. KNGF-richtlijn Informatieverstrekking huisarts. Amersfoort: KNGF; 1995.

    141. Bernards ATM, Hagenaars LHA, Oostendorp RAB, Wams HWA. Het meerdimensionele belasting-belastbaarheidsmodel: een conceptueel model voor de fysiotherapie. Ned Tijdschr Fysiother. 1999;(3):58-65.

    142. Hagenaars LHA, Bernards ATM, Oostendorp RAB. Het meerdimensionaal belasting-belastbaarheidsmodel, 2e druk. Amersfoort: Nederlands Paramedisch Instituut. 2000.

    143. Armstrong TJ, Buckle P, Fine LJ, Hagberg M, Jonsson B, Kilbom A, et al. A conceptual model for work-related neck and upper-limb musculoskeletal disorders. Scand J Work Environ Health. 1993 Apr;19(2):73-84.

    144. Bongers PM, Winter CR de, Kompier MAJ, Hildebrandt VH. Psychosocial factors at work and musculoskeletal disease. Scand J Work Environ Health. 1993;19:297-312.

    145. Littlejohn GO. Key issues in repetitive strain injury. In: Fibromyalgia, chronic fatigue syndrome, and repetitive strain injury: current concepts in diagnosis, management, disability and health economics. Binghamton NY: The Haworth press; 1995.

    146. Visser B, Dieen J van. Pathophysiology of upper extremity muscle disorders. J Electromyogr Kinesiol. 2006;16(1):1-16.

    147. Armstrong TJ, Castelli WA, Evans FG, Diaz-Perez R. Some histological changes in carpal tunnel contents and their biomechanical implications. J Occup Med. 1984 Mar;26(3):197-201.

    148. The KH, Douwes M, Bongers PM. Kort en vaak pauzeren ter preventie van RSI. Tijdschrift voor Bedrijfs- en verzekeringsgeneeskunde. 1999;4:116-21.

    149. Riezebos C, Lagerberg A. RSI: een pronatie-probleem. Ned Tijdschr Fysiother. 1997;115(1):16-40.

    150. Hagberg M, Harms-Ringdahl K, Nisell R, Hjelm EW. Rehabilitation of neck-shoulder pain in women industrial workers: a randomized trial comparing isometric shoulder endurance training with isometric shouder strength training. Arch Phys Med Rehabil. 2000;81(8):1051-8.

    151. Rempel D, Dahlin L, Lundborg G. Pathophysiology of Nerve Compression Syndromes: Response of Peripheral Nerves to Loading. J Bone Joint Surgery. 1999;81-a(11):600-10.

    152. Larsson R, Oberg PA, Larsson SE. Changes of trapezius muscle blood flow and electromyography in chronic pain due to trapezius myalgia. Pain. 1999;79(1):45-50.

    153. van Galen GP, Doorn van, Schomaker LRB. Effects of motor programming on the power spectral density function of finger and wrist movements. J Exp Psych. 1990;16:755-65.

    154. Helme RD, LeVasseur SA, Gibson SJ. RSI revisited: evidence for psysiological and psychosociogical differences from an age, sex and occupation matched control group. ANZ J Med. 1992;22:23-9.

    155. Langendoen-Sertel J. Repetitive strain injury - Überblick und behandlung. Krankengymnastik. 1996;48(9):1321-6.

    156. Borg-Stein J, Simons DG. Myofascial Pain. Arch Phys Med Rehabil. 2002;83(1):S40-S49.

    157. Hong CZ, Simons DG. Pathophysiologic and Electrophysiologic Mechanisms of Myofascil Trigger Points. Arch Phys Med Rehabil. 1998;79:863-72.

    158. Simons D, Mense S. Understanding and measurement of muscle tone as related to clinical muscle pain. Pain. 1998;(1):19.

    159. Hägg GM. Lack of relation between maximal force capacity and muscle disorders caused by low level static loads- a new explanation model. In: Quéinnec Y and Daniellou F, editors. Designing for Everyone. Proceedings of the 11th Congress of the International Ergonomics Association (IEA) Vol 1. Parijs: Taylor and Francis, London; 1991. pp. 9-11.

    160. Sjøgaard G, Søgaard K. Muscle injury in repetitive motion disorders. Clin Orthop Related Res. 1998;351:21-31.

    161. Westgaard RH. Effects of physical and mental stressors on muscle pain. Scand J Work Environ Health. 1999;25(4):19-24.

    162. Baranauskas G, Nistri A. Sensitization of pain pathways in the spinal cord: cellular mechanisms. Prog Neurobiol. 1998;54:349-65.

    163. Frost L, Stricoff R. Repetitive strain injury: A new definition and treatment strategy based on the client-centered practice. Work. 1997;8(45):53.

    164. Cohen ML, Sheather-Reid RB, Arroyo JF, Champion GD. Evidence for abnormal nociception in fibromyalgia and repetitive strain injury. J Musculosk Pain. 1995;3(2):49-57.

    165. Herrero JF, Laird JMA, Lopez-Garcia JA. Wind-up of spinal cord neurones and pain sensation: much ado about something? Prog Neurobiol. 2000;61:169-203.

    166. Ursin H. Sensitization, Somatization, and Subjective Health Complaints. Int J Behav Med. 1997;4(2):105-16.

    167. Li J, Simone DA, Larson AA. Windup leads to characteristics of central sensitization. Pain. 1999;79:75-82.

    168. Byl NN, Merzenich MM, Cheung S, Bedenbaugh P, Nagarajan SS, Jenkins WM. A primate model for studying focal dystonia and repetitive strain injury: effects on the primary somatosensory cortex. Phys Ther. 1997;77(3):269-84.

    169. Sarafino EP. Stress: its meaning. impact and resources. In: Rogers CJ, editor. Health psychology. Biopsychsocial interactions. third ed. New York: John Wiley & Sons, inc.; 1998. p. 68-95.

    170. Rempel D, Evanoff B, Amadio PC, Krom M de, Franklin G, Franzblau A, et al. Consensus criteria for the classification of carpal tunnel syndrome in epidemiologic studies. Am J Public Health. 1998;88(10):1447-51.

    171. Ariëns GAM, Mechelen W van, Bongers P, Bouter LM, Wal G van der. Psychosocial Risk Facotrs for Neck Pain: A Systematic Review. Am J Indust Med. 2001;39:180-93.

    172. Waersted M, Westgaard R. Attention-related muscle activity in different body regions during VDU work with minimal physical activity. Ergonomics. 1996;39(4):661-76.