Spastische cerebrale parese bij kinderen (2015)

Op initiatief van de Nederlandse Vereniging van Revalidatieartsen (VRA) is in 2015 de richtlijn Spastische cerebrale parese uit 2006 herzien. In 2018 is daarnaast de module ‘Effect van orthopedische chirurgie op mobiliteit’ herzien. Het KNGF en de NVFK hebben geen deel uit gemaakt van de werkgroep die de richtlijn heeft herzien. Wel hebben het KNGF en de NVFK commentaar geleverd op de conceptversie van de richtlijn. In april 2015 is de herziene richtlijn online gepubliceerd. In de werkgroep van de richtlijn uit 2006 werd de fysiotherapie vertegenwoordigd door mw. L. Bosma en E. Rameckers.

Deze richtlijn richt zich op wat volgens de huidige maatstaven de beste zorg is voor kinderen met een spastische cerebrale parese. In de richtlijn komen de volgende onderwerpen aan de orde: 

  • De factoren die invloed hebben op het beloop van een cerebrale parese  

  • Hoe ouders het proces beleven en hoe zij geïnformeerd moeten worden 

  • De te verrichten onderzoeken bij een cerebrale parese 

  • De verschillende behandelingsdoelen en behandelingsmogelijkheden 

  • De optimale volgorde en tijdsplanning van behandeling 

  • De organisatie van zorg rondom kinderen met een cerebrale parese 

Uit zowel de literatuur als de klinische praktijk is bekend dat de spierfunctie bij kinderen met spastische parese verminderd is en leidt tot een verminderde bewegingsmogelijkheden. De richtlijn geeft inzicht in evidentie over het effect van therapie op drie aspecten die hiervoor verantwoordelijk kunnen zijn: de spasticiteit, accumulatie van bindweefsel en verminderde spierkracht. De (kinder)fysiotherapeut speelt hierbij een belangrijke rol. 

Bekijk de volledige richtlijn hier

Als je ingelogd bent, zul je hieronder de specifieke aanbevelingen voor de fysiotherapeut uit deze richtlijn vinden.

U moet inloggen om deze content te bekijken.