Cerebral Visual Impairment (2020)

Op initiatief van Nederlands Oogheelkundig Gezelschap (NOG) is eind 2016 gestart met de ontwikkeling van de multidisciplinaire richtlijn ‘Cerebral Visual Impairment (CVI)’. Namens de NVFK en het KNGF heeft Dr. M. (Masoud) Salavati de (kinder)fysiotherapie vertegenwoordigd in de klankbordgroep. In 2018 hebben Em. Prof. Dr. Ria Nijhuis-van der Sanden, Jikke Littel-Hingst en Annika Reismann commentaar gegeven op de conceptrichtlijn. Eind 2018 hebben KNGF en NVFK de richtlijn geautoriseerd. Begin 2020 is deze richtlijn online gekomen.

CVI (cerebral visual impairment) is een stoornis in het zien veroorzaakt door een afwijking of beschadiging van de hersenen. Hierdoor kunnen beelden die via de ogen binnenkomen door de hersenen niet goed worden geregistreerd of omgezet. Bij deze vorm van slechtziendheid ligt het probleem dus niet bij de ogen, maar bij de hersenen. Het probleem met CVI is dat de symptomen kunnen variëren. De gezichtsscherpte kan bijvoorbeeld per moment (dagdeel, uur etc.) wisselen. Waarschijnlijk heeft dit te maken met overprikkeling. Ook kan het zijn dat iemand een persoon niet ziet, maar een pen wel. Het gaat niet om de grootte van iets, maar of de hersenen iets verwerken. Door deze wisselende en soms onlogische klachten, wordt CVI vaak niet goed begrepen door de omgeving. Ook wordt de diagnose nog wel eens gemist. CVI is de meest voorkomende oorzaak van een visuele beperking bij kinderen. Van alle kinderen in onze westerse wereld die blind of slechtziend zijn, hebben naar schatting 25% tot 30% CVI.

Deze richtlijn richt zich op wat volgens de huidige maatstaven de beste zorg is voor kinderen met een ontwikkelingsleeftijd van 0 tot 18 jaar met een cerebrale visusstoornis (CVI), gericht op de diagnostiek en verwijzing.

In de richtlijn komen de volgende onderwerpen aan de orde:

  • De wijze waarop kinderen met CVI gescreend dienen te worden.
  • Oogheelkundig en orthoptisch onderzoek bij een kind met een verdenking op CVI in een perifeer centrum.
  • Oogheelkundig en orthoptisch onderzoek bij een kind met een verdenking op CVI in centra voor revalidatie van slechtziende en blinde mensen en universitaire medische centra.
  • De bruikbaarheid van neuropsychologische tests in het neuropsychologisch onderzoek van kinderen met CVI.
  • De rol van de neuroradiologische beeldvorming bij het stellen van de diagnose CVI.
  • De plaats van genetische diagnostiek bij het stellen van de diagnose CVI.
  • De organisatie van zorg rondom het diagnostische proces bij een kind met verdenking op CVI.

Bekijk de volledige richtlijn hier

Gerelateerd:

NVFK richtlijnenwebsite 

Stroomschema Diagnostiek en verwijzing CVI

Als je ingelogd bent, zul je hieronder de specifieke aanbevelingen voor de fysiotherapeut uit deze richtlijn vinden

 

 

U moet inloggen om deze content te bekijken.