2.4 Het verschil tussen goede en slechte schrijvers

Zie noot 13, noot 14, noot 15 en noot 16 - In deze paragraaf worden de verschillen tussen goede en zwakke of slechte schrijvers vanuit meerdere kanten belicht, vanuit kenmerkende verschillen tussen goede en zwakke of dysgrafische schrijvers (18 artikelen), de manier waarop identificatie van kinderen met schrijfproblemen kan plaatsvinden (5 artikelen), prevalentie van kinderen met schrijfproblemen (8 referenties) en het effect van extra instructie op school bij zwakke of dysgrafische kinderen (4 referenties). 

De literatuur hierover is beschreven aan de hand van de volgende subvragen:

  • Welke kenmerkende verschillen zijn er tussen goede en slechte schrijvers? (noot 13)
  • Hoe worden kinderen met schrijfproblemen geïdentificeerd? (noot 14)
  • Hoeveel kinderen hebben schrijfproblemen? (noot 15)
  • Wat is het effect van extra instructie/ schrijfles op school? (noot 16)

Conclusies

Niveau 1. Het is aangetoond dat het handschrift van dysgrafische schrijvers wordt gekenmerkt door variabiliteit in snelheid en nauwkeurigheid. (B Wann & Jones, 1986; Wann, 1987; Wann & Kardirkamanathan, 1991; Van Galen, 1993; Smits-Engelsman & Van Galen, 1997; Smits-Engelsman et al., 2001, 2003; Rosenblum et al., 2004, 2005, 2006a, 2008a; Graham et al., 2006; Ben-Pazi et al., 2007; Di Brina et al., 2008)

Niveau 3. De resultaten met betrekking tot de pendruk spreken elkaar tegen. Een aantal studies vindt geen verschil in pendruk tussen goede en slechte schrijvers; terwijl andere studies een lagere pendruk bij slechte schrijvers vinden. (B Parush et al., 1998b; Smits-Engelsman et al., 2001; Rosenblum, 2008a)

Niveau 3. Er zijn aanwijzingen dat zwakke schrijvers, in vergelijking met goede schrijvers, bij het leren schrijven meer problemen hebben met het selecteren van een juist motorprogramma, het schrijven van de letter op de juiste plaats van de bladzijde en de juiste instelling van de grootte van de letter. (B Graham et al., 2006)

Niveau 4. Leerkrachten zijn van mening dat zowel kindfactoren als instructiefactoren een rol spelen bij het succesvol leren schrijven. (B Rubin & Henderson, 1982)

Niveau 3. Er zijn aanwijzingen dat bij langdurig schrijven (≥ 10 minuten) de leesbaarheid van het schrift vermindert, terwijl de schrijfsnelheid toeneemt. (B Parush et al., 1998b)

Niveau 2. Er zijn tegenstrijdige resultaten gevonden over de relatie tussen het oordeel van leerkrachten over het schrijfresultaat en een objectieve schrijfmaat. (B Rubin & Henderson, 1982; Sudsawad et al., 2001; Feder et al., 2007a; Smits-Engelsman, et al. 2001 en C Graham et al., 2008)

Niveau 2. Het percentage kinderen met schrijfproblemen is onduidelijk en varieert van 12-33%, afhankelijk van de gebruikte meetmethode. (B Rubin & Henderson, 1982; Maeland, 1992; Smits-Engelsman et al., 2001; Karlsdottir & Stefansson, 2002; Graham & Harris, 2005; Graham et al., 2006; Feder et al., 2007a en C Graham et al., 2008)

Niveau 3. Er zijn aanwijzingen dat het disfunctionele schrift van beginnende schrijvers bij de helft van de kinderen spontaan verbetert, maar bij schrijvers die na 1 jaar schrijfonderwijs (groep 4, 5 en 6) nog zwak presteren, wordt de kans op spontane verbetering kleiner. (B Karlsdottir & Stefansson, 2002; Smits-Engelsman & Van Galen, 1997)

Niveau 2. Het is aannemelijk dat een korte periode van extra schrijfinstructie op school gericht op de problematische letters in alle leerjaren tot een verbetering van het schrijfresultaat zal leiden. B Karlsdottir, 1996a; Jones & Christensen, 1999; Graham & Harris, 2005 en C Karlsdottir & Stefansson, 2002)

 

Op basis van de onderzoeksbevindingen formuleerde de projectgroep de volgende aanbevelingen: 

Verschillen tussen goede en slechte schrijvers

  • Kinderen met een dysgrafisch handschrift hebben een grotere variabiliteit in snelheid en nauwkeurigheid dan goede schrijvers en kunnen zich minder gemakkelijk aanpassen aan veranderingen in de taakeisen. In de diagnostiek en de interventie moeten verschillende taken worden aangeboden om te detecteren welke taken wel lukken en welke nog niet.
  • Kinderen met een dysgrafisch handschrift hebben ook meer moeite met het leren van: 1) de juiste beweging (motorprogramma), 2) de juiste positie en 3) de juiste ruimtelijke kenmerken van een letter. Zij lopen dus meer risico foutieve lettersporen in te slijpen. Dit vraagt aandacht in de diagnostiek en interventie, met name bij complexe letters.
  • Als kinderen klagen over pijn en vermoeidheid bij het schrijven is het van belang te analyseren wanneer deze klachten optreden. In de diagnostiek moet de invloed van langer schrijven op symptomen als pijn, veelvuldig pauzeren en slechter wordend schrijfresultaat worden gemeten. 
  • Omdat de problemen bij het schrijven een combinatie zijn van kindfactoren en problemen in de aanbiedingsvormen van het schrijven, moet in de analyse ook de aanbiedingsvorm als factor worden meegewogen. 
  • De beoordeling van de leerkrachten en de objectieve testscores betreffende de kwaliteit van het handschrift komen niet altijd overeen. Het is niet duidelijk op welke criteria de leerkrachten hun oordeel baseren. Het is daarom van belang om bij verwijzing de schrijfproblemen met valide tests te objectiveren. 
  • Het is van belang goede screeningsinstrumenten voor kinderen met schrijfproblemen te ontwikkelen ten behoeve van het onderwijs. 
  • Schrijfproblemen bij aanvang van het schrijfonderwijs komen frequent voor, circa een derde van de kinderen heeft startproblemen. Bij ongeveer de helft van de kinderen treedt spontaan herstel op. Een beperkt aantal kinderen ontwikkelt nog problemen na de eerste schooljaren. Daarom is het van belang tijdens de anamnese het beloop goed te analyseren. 
  • Extra individuele instructie op school die is gericht op de problematische letters in het handschrift kan leiden tot een aanzienlijke verbetering van het schrijven. De projectgroep beveelt aan bij alle kinderen met schrijfproblemen als eerste een periode met extra instructie op school op te starten. Aandachtspunten voor deze individueel gerichte instructie kunnen mede worden gebaseerd op kinderfysiotherapeutisch onderzoek.

Noot 13 Kenmerkende verschillen tussen goede en slechte schrijvers

Noot 13 In de literatuur wordt frequent gerefereerd aan het onderzoek van Rubin en Henderson (1982) onder leerkrachten van het primair onderwijs in Engeland. Uit de gegevens van 82 vragenlijsten, ingevuld door leerkrachten van in totaal 2500 basisschoolleerlingen uit groep 5, blijkt 12% van de kinderen door leerkrachten aangemerkt te worden als zwakke schrijvers. Uit de totale onderzoeksgroep is onder 9-10-jarigen een groep zwakke schrijvers geselecteerd en gematched met klasgenoten. De groep zwakke schrijvers verschilde ten opzichte van controle-klasgenoten significant in hun prestatie bij een overschrijftaak, met name op de criteria leesbaarheid en lettervorm. Hoewel beide groepen niet verschilden in leesvaardigheid, lieten de zwakke schrijvers een grotere variabiliteit op fijnmotorische taken zien ten opzichte van hun groep controle-klasgenoten. De groep zwakke schrijvers bleek meer moeite te hebben met het kopiëren van vormen: de correlatie tussen de schrijfprestatie en kopiëren van vormen was 0,49. Rubin en Henderson benoemden 2 factoren voor het succesvol leren schrijven. Enerzijds spelen kindfactoren zoals motivatie en leervermogen (cognitief en motorisch) een rol, anderzijds zijn de lesmethoden en de geschiktheid van de leerkracht een voorwaarde voor succes. Ook deze onderzoekers wijzen op de grote variatie in gebruikte lesmethoden. 

Graham et al. (2006) hebben in hun studie bij 200 normale basisschoolleerlingen uit groep 3 en 4 de leesbaarheid van het schrijfproduct onderzocht met 3 schrijftaken (de 15 sec-alfabettaak, een kopieertaak gedurende 1,5 min en het schrijven van een opstel gedurende 5 min; Test of Legible Handwriting (TOLH)). Van de totale groep bleek 14% een gemiddelde score op deze 3 taken te behalen die lager was dan –1 SD. Vervolgens vergeleken de onderzoekers de goede en zwakke schrijvers. De slechte schrijvers verschilden in de beginfase van het leren schrijven op 3 verschillende aspecten: adequate selectie van het motorprogramma, plaatsing/schrijven van de letter op de juiste plaats van de bladzijde, de juiste instelling van de grootte van de letter en de uiteindelijke uitvoering van de letter. Karakteristiek voor de slechte schrijvers was een grotere variabiliteit. 

Dat een grotere variabiliteit kenmerkend is voor dysgrafische kinderen is ook in andere onderzoeken bevestigd. Door Wann (Wann & Jones, 1986; Wann & Kardirkamanathan, 1991) is dit voor het eerst met behulp van een digitizer nauwkeurig vastgesteld. In deze onderzoeken is zowel een grotere variabiliteit in de nauwkeurigheid (meer spatiële fouten) gevonden, als in de snelheid waarmee de beweging wordt uitgevoerd (temporele variabiliteit). Dezelfde resultaten bij andere taken zijn gevonden door andere onderzoekers die ook gebruik maakten van een digitizer (Van Galen et al., 1993; Smits-Engelsman & Van Galen, 1997; Rosenblum et al., 2003a, 2004, 2006a; Rosenblum, 2005; Ben-Pazi et al., 2007; Rosenblum & Livneh-Zirinski, 2008a; Di Brina et al., 2008). Het bleek dat juist zwakke schrijvers niet geleerd hebben of niet in staat zijn om de musculaire sturing aan te passen aan de wisselende nauwkeurigheidseisen van de taak. 

Met betrekking tot het oproepen van de lettervorm of het instellen van de lettergrootte is geen significant verschil gevonden tussen zwakke en goede schrijvers (Van Galen et al., 1993; Smits-Engelsman & Van Galen, 1997; Smits-Engelsman et al., 2001, 2003; Di Brina et al., 2008).

De resultaten ten aanzien van de pendruk zijn tegenstrijdig: Smits-Engelsman et al. (2001), Parush et al. (1998b) en Smits-Engelsman et al. (2001) vonden geen significant verschil tussen zwakke en goede schrijvers, terwijl Rosenblum en Livneh-Zirinski (2008a) een lagere pendruk vonden bij de zwakke schrijvers.

Wann (1987) benoemde voor de schrijfbeweging als eerste de Engelse termen ballistic (snelle acceleratie en deceleratie en weinig wisselingen in snelheid binnen een haal), step (1 snelheidspiek bij de start en dan medium snelheid met rustige toe- en afnemende snelheid zonder pieken) en ramp (lage snelheid, geen acceleratie en veel wisselingen in snelheid, geen doorgaand profiel). Deze termen komen voort uit een onderzoek naar doelgerichte reikbewegingen. Een volledig uitgerijpt bewegingspatroon (step) wordt gezien bij goede schrijvers uit groep 7. Hun bewegen wordt gekenmerkt door een snelle aanzet van de beweging en slechts een klein aantal snelheidsveranderingen en een geringe mate van visuele controle. Zwakke schrijvers (uit groep 6 en 7) daarentegen voeren de schrijfbeweging uit met weinig versnelling in de aanzet en een lage discontinue snelheid: meer rampbewegingen met een sterke mate van visuele feedback. 

Van Galen et al., (1993) beschrijven aan de hand van de neuromotor noisetheorie een andere bewegingsuitvoering bij zwakke schrijvers. Zwakke schrijvers laten in hun onderzoek in vergelijking met goede schrijvers een snellere maar ruwere bewegingsstrategie zien, resulterend in grotere bewegingen. Er is zowel sprake van variabiliteit in snelheid als in nauwkeurigheid. Zwakke schrijvers proberen controle te bereiken door hun vrijheidsgraden in te perken met behulp van cocontractie in agonisten en antagonisten. Dit leidt tot een ballistische bewegingsuitvoering, die minder gekoppeld is aan visuele correctie. 

De onderzoeksgroep van Rosenblum heeft meerdere studies gedaan naar het verschil tussen goede en zwakke schrijvers. Ook uit deze studies blijkt dat zwakke schrijvers een grotere spatiële en temporele variabiliteit in uitvoering van het Hebreeuwse schrift laten zien. Bovendien houden zwakke schrijvers significant langer hun pen boven het papier tussen de letters (Rosenblum et al., 2003a, 2004, 2006a; Rosenblum, 2005; Rosenblum & Livneh-Zirinski, 2008a). Deze langere tijd wordt beschouwd als het gevolg van onvoldoende automatiseren van de schrijfbeweging. Hoewel Rosenblum in verschillende onderzoeken naast Hebreeuwse lettertekens ook tekens heeft gebruikt die lijken op het Engelse schrift, is enige voorzichtigheid geboden met betrekking tot de interpretatie van deze ‘pen-boven-het-papier’tijd naar het cursief verbonden schrift.

In de praktijk wordt aangegeven dat kinderen met schrijfproblemen meer klagen over pijn en vermoeidheid. Er is slechts 1 onderzoek gevonden. Parush et al. (1998b) beschreven de invloed van de lengte van de tekst op het schrijven. Zowel goede als zwakke schrijvers uit groep 5 laten na 10 minuten schrijven een verminderde uitvoering zien. Met name de lettervormen bleken in negatieve zin te veranderen, terwijl de schrijfsnelheid in beide groepen toenam. Bij de groep zwakke schrijvers veranderde bovendien de ruimtelijke organisatie (afstand tussen de woorden en hellingshoek van de letters) van het schrijfproduct. Bovendien observeerden de onderzoekers dat zwakke schrijvers vaker schrijfpauzes namen tijdens het schrijven van lange teksten.

 

Noot 14 Identificatie van kinderen met schrijfproblemen

Noot 14 Leerkrachten zijn de aangewezen personen om kinderen met (mogelijke) schrijfproblemen te identificeren. In de genoemde studie van Rubin en Henderson (1982) zijn de zwakke schrijvers, ruim 12% van de totale groep van 2500 kinderen, intuïtief geselecteerd door de leerkrachten. Uit aanvullend onderzoek tussen de geselecteerde groep en een controlegroep met klasgenoten blijken leerkrachten deze 9- en 10-jarige zwakke schrijvers juist te hebben geïdentificeerd. De relatie tussen het oordeel van de leerkracht en de leesbaarheid van het handschrift (gemeten met de Evaluation Tool of Children’s Handwriting, ECTH) varieerde van 0,40-0,45 in de totale onderzoeksgroep (goede en slechte schrijvers in groep 3) in het onderzoek van Feder et al. (2007a). Sudsawad et al. (2001) vonden echter geen relatie bij kinderen uit groep 3. 

In de studie van Graham et al. (2008) gaven leerkrachten aan dat 23% (SD 14) van de kinderen uit hun groep moeite had met het (leren) schrijven van letters. Slechts 6% van de leerkrachten gaf aan gebruik te maken van een genormeerde test. Ook in dit onderzoek was er een matige relatie (r = 0,44) tussen het oordeel van de leerkracht en een schrijftest met betrekking tot de leesbaarheid van letters. De meeste leerkrachten baseerden hun oordeel op informele en subjectieve evaluaties. 

In een onderzoek van Smits-Engelsman et al. (2001) onder 125 Nederlandse basisschoolleerlingen uit groep 4 en 5 bleken 41 kinderen (33%) een risico- of dysgrafische score op de BHK te behalen, terwijl slechts 19 kinderen (15%) zowel op de Schoolvragenlijst voor Leerkrachten (SQT, Smits-Engelsman et al., 1995) als op de BHK uitvielen.

 

Noot 15 Het aantal kinderen met schrijfproblemen

Noot 15 Het percentage kinderen met schrijfproblemen dat in de verschillende studies wordt gevonden varieert. Dit komt doordat er verschillende opvattingen over dysgrafie zijn, die leiden tot verschillen in selectiecriteria in de studies en dus tot verschillen in onderzoeksuitkomsten. 

In haar proefschrift definieerde Hamstra-Bletz (1993) dysgrafie als volgt: Dysgrafie is een stoornis in het schrijven, die zich manifesteert in een gebrekkige uitvoering van het schrift. In de vakliteratuur worden door verschillende auteurs ook andere aspecten toegevoegd. Zo spraken De Ajuriaguerra et al. (1964) over een dysgrafie als de schrijfstoornis optreedt bij een leerling met minimaal een gemiddelde intelligentie, terwijl er geen duidelijke neurologische oorzaak voor de stoornis is aan te wijzen. Sovik et al. (1986) benoemden dat er evenmin sprake is van een waarneembare perceptueel-motorische handicap. De Ajuriaguerra en Auzias (1975) gaven aan dat dysgrafisch schrijven samenhangt met de eigenschappen van het kind. Sovik en Arntzen (1987) benadrukten dat dysgrafie een leerstoornis is in de mechanische schrijfvaardigheid die onafhankelijk is van leerstoornissen in andere schoolse vaardigheden, zoals lezen, spellen en rekenen. 

Wanneer de slechte schrijvers worden geselecteerd door leerkrachten variëren de percentages in de verschillende studies van 12-27% bij kinderen uit de groepen 3 t/m 6, waarbij opgemerkt moet worden dat de omvang van de studiepopulaties verschilde van 59 tot zelfs 2500 kinderen (Rubin & Henderson, 1982; Karlsdottir & Stefansson, 2002; Graham & Harris, 2005; Graham et al., 2008; Feder et al., 2007a). In sommige studies werd door de leerkrachten gescoord op een wat objectievere Likert-schaal (Maeland, 1992). 

In het onderzoek van Smits-Engelsman et al. (2001) is gebruik gemaakt van de BHK (Hamstra-Bletz et al., 1987). Afhankelijk van de gehanteerde afkapwaarden varieerde de populatie tussen 6% (dysgrafische groep volgens de norm van Hamstra-Bletz ≥ 29) en 33% (inclusief de risicogroepscore ≥ 22) bij Nederlandse basisschoolleerlingen uit groep 4 en 5. 

Hamstra-Bletz en Blöte (1993) benoemden in hun longitudinale studie 2 groepen dysgrafische kinderen: een groep kinderen met niet-dysgrafisch schrift in groep 4, maar met een verslechterend handschrift op basis van lettervormveranderingen door de jaren heen, en een dysgrafische groep kinderen die vanaf de start van het schrijven moeite had met schrijven, op basis van een onvoldoende fijnmotorische vaardigheid. De 10% zwakst schrijvende kinderen (uitsluitend jongens) van de hele onderzoekspopulatie (n = 121) werden getypeerd als dysgrafische kinderen. 
In het longitudinale onderzoek onder 407 basisschoolleerlingen vanaf groep 3 t/m 7 maakten Karsldottir en Stefansson (2002) gebruik van een functionele handschriftmeting. De kwaliteit en kwantiteit van het schrijven werden bepaald door de totale leesbaarheid en de hoeveelheid geproduceerde tekst zonder analyse van afzonderlijke lettervormen of het exacte aantal letters, waarbij een handschrift als functioneel werd beschouwd wanneer 40% van de lettervormen correct werd geschreven. Eind groep 3 bleek 27% van de kinderen een niet-functioneel handschrift te hebben. Dit percentage daalde tot 13% eind groep 7; de helft van deze kinderen werd al in groep 3 getypeerd als functioneel zwakke schrijvers, de andere helft ontwikkelde een disfunctioneel handschrift in groep 6 en 7. Opvallend is dat er in groep 4 een toenemend aantal kinderen getypeerd werd als disfunctionele schrijvers; eind groep 7 echter bleken deze kinderen nagenoeg allemaal weer functioneel te kunnen schrijven. Samengevat lijkt er dus sprake van 3 groepen disfunctionele schrijvers: 1) kinderen die vanaf het allereerste begin moeite hebben; 2) kinderen die bij de start van het verbonden schrift een langere aanleerperiode nodig hebben; 3) kinderen die aanvankelijk geen problemen hebben met schrijven en pas later disfunctioneel schrijven.

Smits-Engelsman en Van Galen (1997) vonden dat zwakke schrijvers uit groep 4, 5 en 6, die waren geselecteerd op basis van een onvoldoende rapportcijfer voor het vak schrijven, na een jaar nog steeds significant slechter presteerden dan de leerlingen uit de controlegroep. Zij keken vooral naar de consistentie en nauwkeurigheid (zoals schrijven tussen lijnen).

 

Noot 16 Het effect van extra instructie/schrijfles op school

Noot 16Eerder is opgemerkt (noot 13) dat zowel kindfactoren als instructiefactoren van invloed kunnen zijn op het ontstaan van schrijfproblemen. 
Graham en Harris (2005) onderzochten het effect van extra training van het schrijven bij matige schrijvers uit groep 3. Vanuit hun visieLanguage by Hand, kon schrijven niet los worden gezien van taal. Hun schrijfinterventies zijn dan ook een combinatie van het oefenen van een beperkt aantal letters (aandacht voor de vorm van de letters en de motorische uitvoering), maar ook uit het toepassen van deze letters in het schrijven van het alfabet en zinnen (oefeningen gericht op de klank-tekenkoppeling). De geoefende groep ging beter schrijven dan de controlegroep, een effect dat ook na 6 maanden nog meetbaar was. Niet alleen het handschrift verbeterde, maar ook de kwaliteit van de geschreven tekst. 

Jones en Christensen (1999) gebruikten een individueel aangepaste schrijfinstructie bij zwakke schrijvers uit groep 3 gericht op de letters die een kind nog onvoldoende beheerste. Ieder kind kreeg individuele instructie gericht op het aanleren van juiste lettervormen en het verbeteren van nauwkeurigheid en tempo. Naast een gunstig effect op de kwaliteit en snelheid van het schrijven zelf, verbeterde ook de schriftelijke uitdrukkingsvaardigheid van de kinderen en dit effect was na 6 maanden nog steeds meetbaar. 

Karsldottir (1996a) onderzocht of gerichte herintroductie van lettervormen bij leerlingen in de groepen 6 t/m 8 nog tot verbetering van de lettervormen zou leiden. Zij gebruikte hiervoor een cognitieve methode (verbale instructie en actieve interactie tussen leerkracht en kind in plaats van overtrekoefeningen). In een relatief korte tijd verbeterde het percentage correct geschreven letters van 65-85%. In een volgende studie adviseerden Karlsdottir en Stefansson (2002) een scoringslijst te maken van correcte en onvoldoende beheerste letters en op basis van deze gegevens een korte instructie te geven in groep 4.

    • Abbott RD, Berninger VW. Structural Equation Modeling of Relationships among Developmental Skills and Writing Skills in Primary-Grade and Intermediate-Grade Writers. J Educ Psychol. 1993;85(3):478-508.
    • Adi-Japha E, Freeman NH. Development of differentiation between writing and drawing systems. Dev Psychol. 2001;37(1):101-14.
    • Alston J. A legibility index: Can handwriting be measured? Educ Rev. 1983;35:237-42.
    • Amundson S. Evaluation Tool of Children’s Handwriting problems. O.T. Kids Inc. Horner, Alaska; 1995.
    • Avi-Itzhak T, Obler DR. Clinical Value of the VMI Supplemental Tests: A modified Replication Study. Optom Vis Sci. 2008;85(10):1007-11.
    • Barnett A, Henderson SE, Scheib B, Schulz J. Detailed Assessment of Speed of Handwriting (DASH). Manual UK. Oxford: Harcourt Assessment; 2007.
    • Barnett A, Henderson SE, Scheib B, Schulz J. Development and standardization of a new handwriting speed test: The Detailed Assessment of Speed of Handwriting. Br J Educ Psychol. 2009;1(1):137-57.
    • Barnhardt C, Borsting E, Deland P, Pham N, Vu T. Relationship between visual-motor integration and spatial organization of written language and math. Optom Vis Sci. 2005;82(2):138-43.
    • Beery KE. The Beery-Buktenica developmental test of visual-motor integration (5th ed.). Minneapolis: NCS Pearson Inc; 2004.
    • Beknopte handleiding bij de Diagnostische Criteria van de DSM-IV-TR. Lisse: Swets & Zeitlinger; 2000.
    • Ben-Pazi H, Kukke S, Sanger TD. Poor penmanship in children correlates with abnormal rhythmic tapping: A broad functional temporal impairment. J Child Neurol. 2007;22(5):543-9.
    • Berninger VW, Abbott RD, Augsburger A, Garcia N. Comparison of pen and keyboard transcription modes in children with and without learning disabilities. Learn Disabil Q. 2009;32:123-41.
    • Berninger VW, Abbott RD, Jones J, Wolf BJ, Gould L, Anderson-Youngstrom M, Shimada S, Apel K. Early development of language by hand: composing, reading, listening, and speaking connections; three letter-writing modes; and fast mapping in spelling. Dev Neuropsychol. 2006a;29(1):61-92.
    • Berninger VW, Abbott RD, Whitaker D, Sylvester L, Nolen SB. Integrating Low- and High Level Skills in Instructional Protocols for Writing Disabilities. Learn Disabil Q. 1995;18(4):293-309.
    • Berninger VW, Colwell SO. Relationships between neurodevelopmental and educational findings in children aged 6 to 12 years. Pediatrics. 1985;75(4):697-702.
    • Berninger VW, Fuller F. Gender Differences in Orthographic, Verbal, and Compositional Fluency: Implications for Assessing Writing Disabilities in Primary Grade Children. J Sch Psychol. 1992a;30:363-82.
    • Berninger VW, Graham S. Language by Hand: A Synthesis of a Decade of Research on Handwriting. Handwriting Review. 1998;12:11-25.
    • Berninger VW, Mizokawa D, Bragg R. Theory-based diagnosis and remediation of writing. J Sch Psychol. 1991;29:57-9.
    • Berninger VW, Rutberg J. Relationship of finger function to beginning writing- Application to diagnosis of writing disabilities. Dev Med Child Neur. 1992b;34(3):198-215.
    • Berninger VW, Rutberg JE, Abbott RD, Garcia N, Anderson-Youngstrom M, Brooks A, Fulton C. Tier 1 and Tier 2 early intervention for handwriting and composing. J Sch Psychol. 2006b;44:3-30.
    • Berninger VW, Vaughan KB, Abbott RD, Abbott SP, Woodruff Rogan L, Brooks A, Reed E, Graham S. Treatment of handwriting problems in beginning writers: Transfer from handwriting to composition. J Educ Psychol. 1997;89:652-66.
    • Berninger VW, Yates C, Cartwright A, Rutberg J, Remy E, Abbott R. Lower-level developmental skills in beginning writing. Read Writ. 1992c;4:257-80.
    • Berninger VW, Yates C, Lester K. Multiple orthographic codes in acquisition of reading and writing skills. Read Writ. 1991;3:115-49.
    • Berninger VW. Process Assessment of the Learner test Battery for reading and writing (PAL-RW). San Antonio, Texas: Psychological Cooperation; 2001
    • Blank R, Miller V, Von Voss H, Von Kries R. Effects of age on distally and proximally generated movements: a kinematic analysis of school children and adults. Dev Med Child Neurol. 1999;41:592-86.
    • Blöte AW, Hamstra-Bletz L. A longitudinal study on the structure of handwriting. Percept Mot Skills. 1991;72:983-94.
    • Bo J, Bastian AJ, Kagerer FA, Contreras-Vidal JL, Clark JE. Temporal variability in continuous versus discontinuous drawing for children with Developmental Coordination Disorder. Neurosci Lett. 2008;431:215-20.
    • Bosga-Stork I, Overvelde A, Van Bommel-Rutgers I, Van Cauteren M, Halfwerk B, Nijhuis-van der Sanden R, Smits-Engelsman B. Inventarisatie van verwijzingspatroon, onderzoek en behandeling van kinderen met schrijfproblemen. Een digitale enquête. Ned Tijdschr Kinderfysiother. 2009a;21:14-8.
    • Bosga-Stork I, Overvelde A, Van Cauteren M, Van Bommel I, Halfwerk B, Smits-Engelsman B, Nijhuis-Van der Sanden R. Schrijfproblemen: kinderfysiotherapie als onderdeel van de ketenzorg. Ned Tijdschr Kinderfysiother. 2009b; 22:8-14.
    • Brown T, Unsworth C, Lyons C. An evaluation of the construct validity of the Developmental Test of Visual- Motor Integration using the Rasch Measurement Model. Aust Occup Ther J. 2009;56(6):393-402.
    • Bruininks RH, Bruininks BD. Bruininks-Oseretsky Test of Motor Proficiency, Second Edition (BOT-2), manual. AGS Publishing. Circle Pines, Minnesota.
    • Burton AW, Dancisak MJ. Grip form and Graphomotor Control in Preschool Children. Am J Occup Ther. 2000;54:9-17.
    • Cairney J, Missiuna C, Veldhuizen S, Wilson B. Evaluation of the psychometric properties of the developmental coordination disorder questionnaire for parents (DCD-Q): Results from a community based study of school-aged children. Hum Mov Sci. 2008;27(6):932-40,
    • Case-Smith J. Effectiveness of school-based occupational therapy intervention on handwriting. Am J Occup Ther. 2002;56:17-25.
    • Case-Smith J. The Relationships among Sensorimotor Components, Fine Motor Skill, and Functional Performance in Preschool Children. Am J Occup Ther. 1995;49(7):645-52.
    • Chang SH, Yu NY. Discriminant Validity of the Visual Motor Integration Test in Screening Children with Handwriting Dysfunction. Percept Mot Skills. 2009;109(3):770-82.
    • Chartrel E, Vinter A. The impact of spatio-temporal constraints on cursive letter handwriting in children. Learn Instruc. 2008;18:537-47.
    • Christensen CA. Relationship between orthographic-motor integration and computer use for the production of creative and well-structured written text. Br J Educ Psychol. 2004;74:551-64.
    • Civetta LR, Hillier SL. The Developmental Coordination Disorder Questionnaire and Movement Assessment Battery for Children as a Diagnostic Method in Australian Children. Pediatr Phys Ther. 2009;20(1):39-46.
    • Connelly V, Gee D, Walsh E. A comparison of keyboarded and handwritten compositions and the relationship with transcription speed. Br J Educ Psychol. 2007;77:479-92.
    • Cools W, De Martelaer K, Samaey C, Andries C. Movement skill assessment of typically developing preschool children: A review of seven movement skill assessment tools. J Sports Sci Med. 2008;8:154-68.
    • Copley J, Ziviani J. Kinesthetic sensitivity and handwriting ability in grade one children. Austr Occ Ther J. 1990;37:39-43.
    • Cornhill H, Case-Smith J. Factors that relate to good and poor handwriting. Am J Occup Ther. 1996;50(9):732-9.
    • Croce RV, Horvat M, McCarthy E. Reliability and concurrent validity of the Movement Assessment Battery for Children. Percept Mot Skills. 2001;93:275-80.
    • Crook C, Bennett L. Does using a computer disturb the organization of children`s writing? Br J Educ Psychol. 2007;25:313-21.
    • Cunningham AE, Stanovich KE. Early spelling acquisition: Writing beats the computer. J Educ Psychol. 1990; 82(1):159-62.
    • Daly CJ, Kelley GT, Krauss A. Relationship between visual-motor integration and handwriting skills of children in kindergarten: a modified replication study. Am J Occup Ther. 2003;57(4):459-62.
    • de Kloet A, Calame E, Reinders H, Smits-Engelsman BCM, Schoemaker M, Volman C. Vragenlijst gevoel van motorische competentie; ‘Hoe ik vind dat ik het doe?’. Interne publicatie. Den Haag: Sophia Revalidatie Den Haag. 2005.
    • Denckla MA. Development of Motor Co-ordination in normal children. Dev Med Child Neurol. 1974;16:129-741.
    • Dennis JL, Swinth Y. Pencil Grasp and Children’s Handwriting Legibility During Different-Length Writing Tasks. Am J Occup Ther. 2001;55(2):175-83.
    • Denton PL, Cope S, Moser C. The effects of sensorimotor-based intervention versus therapeutic practice on improving handwriting performance in 6- 11 year old children. Am J Occup Ther. 2006;60:16-25.
    • Di Brina C, Niels R, Overvelde A, Levi G, Hulstijn W. Dynamic Time Warping: A new method in the study of poor handwriting. Hum Mov Sci. 2008;26(2):242-55.
    • Dickerson-Mayes S, Calhoun SL. Comparison of scores on two recent editions of the developmental test of visual-motor integration. Percept Mot Skills. 1998;87:1324-6.
    • Diekema SM, Deitz J, Amundson SJ. Test-retest reliability of the Evaluation Tool of Children’s Handwriting - Manuscript. Am J Occup Ther. 1998;52:248-55.
    • Dunford C, Missiuna C, Street E, Sibert J. Children’s Perceptions of the Impact of Developmental Coordination Disorder on Activities of daily Living. Br J Occup Ther. 2005;68(5):207-14.
    • Dunford C, Missiuna C, Street E, Sibert J. Children`s perceptions of the impact of developmental coordination disorder on activities of daily living. Br J Occup Ther. 2005;68(5):207-14.
    • Engel-Yeger B, Nagauker-Yanuv L, Rosenblum S. Handwriting performance, self-reports, and perceived self-efficacy among children with dysgraphia. Am J Occup Ther. 2009;63:182-92.
    • Erez N, Parush S. The Hebrew Handwriting Evaluation (2nd ed.). School of Occupational Therapy. Jerusalem: Faculty of Medicine, Hebrew University of Jerusalem; 1999.
    • Exner CE. Clinical Interpretation of In Hand manipulation in young children: translation movements. Am J Occup Ther. 1997;51:729-32.
    • Exner CE. Intervention for children with hand skill problems. In: Handfunction in the Child: Foundation for remediation, Henderson A, Pehoski C, editors. St. Louis, Missouri: Mosby Elsevier; 2006.
    • Feder KP, Majnemer A, Bourbonnais D, Platt R, Blayney M, Synnes A. Handwriting performance in preterm children compared with term peers at age 6 to 7 years. Dev Med Child Neur. 2005;47:163-70.
    • Feder KP, Majnemer A, Bournonnais D, Blayney M, Morin I. Handwriting performance on the ETCH-M in Grade One Regular Education Program. Phys Occup Ther Pediatr. 2007a;27(2):43-62.
    • Feder KP, Majnemer A. Children`s Handwriting tools and their psychometric properties. Phys Occup Ther Pediatr. 2003;23(3):65-84.
    • Feder KP, Majnemer A. Handwriting development, competency, and intervention. Review. Dev Med Child Neurol. 2007b;49:312-7.
    • Fernandes DN, Chau T. Fractal dimensions of pacing and grip force in drawing and handwriting production. J Biomech. 2008;41(1):40-6.
    • Folio MK, Fewell R. Peabody Developmental Motor Scales, Second Edition (PDMS-2): Examininer`s Manual. 2000. Tex: PRO-ED, Inc. Austin.
    • Freeman A, MacKinnon JR, Miller LT. Keyboarding for Students with Handwriting Problems. Phys Occup Ther Pediatr. 2005;25(1):119-48.
    • Frijters MCT, Westenberg Y, Smits-Engelsman BCM. Vergelijking van de Movement-ABC-2 test en De Bayley Scales of Infant Development Motorische Schaal (BSID-II-NL-M) bij kinderen van 36 tot 43 maanden. Ned Tijdschr Kinderfysiother. 2010;22:14-5.
    • Gijzen R. De motorische competentiebeleving van kinderen met DCD. Betrouwbaarheid en validiteit van de vragenlijst ‘Hoe ik vind dat ik het doe?’ Afstudeerscriptie. Utrecht: Universiteit Utrecht, Faculteit Sociale Wetenschappen, Master Orthopedagogiek; 2008.
    • Gijzen R. De motorische competentiebeleving van kinderen met DCD. Betrouwbaarheid en validiteit van de vragenlijst ‘Hoe ik vind dat ik het doe?’. Afstudeerscriptie. Utrecht: Universiteit Utrecht, Faculteit Sociale Wetenschappen, Master Orthopedagogiek; 2008.
    • Gordon BH, Velkey AJ. Pencil lead diameter affects response sheet completion time. Percept Mot Skills. 2000;90:326-8.
    • Goyen TA, Duff S. Discriminant validity of the Developmental Test of Visual-Motor Integration in relation to children with handwriting dysfunction. Aust Occup Ther J. 2005;52(2):109-15.
    • Graham S, Berninger VW, Abbott, RD, Abbott SP, Whitaker D. Role of mechanics in composing of elementary school students. A new methodological approach. J Educ Psychol. 1997;89(1):170-82.
    • Graham S, Harris K, Mason L, Fink-Chorzempa B, Moran S, Saddler B. How do primary grade teachers teach handwriting? A national survey. Read Writ. 2008;21:49-69.
    • Graham S, Harris KR, Fink B. Is handwriting causally related to learning to write? Treatment of handwriting problems in beginning writers. J Educ Psychol. 2000;92(4):620-33.
    • Graham S, Harris KR. Improving the writing performance of young struggling writers: Theoretical and programmatic research from the center on accelerating student learning. J Spec Educ. 2005;39(1):19-33.
    • Graham S, Struck M, Santoro J, Berninger VW. Dimensions of good and poor handwriting legibility in first and second graders: motor programs, visual-spatial arrangement, and letter formation parameter setting. Dev Neuropsychol. 2006;29(1):43-60.
    • Graham S, Weintraub N, Berninger V, Schafer W. Development of Handwriting Speed and Legibility in Grades 1-9. J Educ Res. 1998;92(1):42-52.
    • Graham S, Weintraub N, Berninger V. Which Manuscript Letters Do Primary Grade Children Write Legibly? J Educ Psychol. 2001;93(3):488-97.
    • Graham S, Weintraub N. A review of handwriting research: progress and prospects from 1980 to 1994. Educ Psychol Rev. 1996;8(1):7-87.
    • Greer T, Lockman JJ. Using writing instruments: invariances in young children and adults. Child Dev. 1998;69(4):888-902.
    • Hagborg WJ, Aiello-Coultier M. The Developmental Test of Visual-Motor Integration – 3R and teachers` ratings of written language. Percept Mot Skills. 1994;79(1 Pt 2):371-4.
    • Hamstra-Bletz L, Blöte A. A longitudinal study on dysgraphic handwriting in primary school. J Learn Disab. 1993a;26:689-99.
    • Hamstra-Bletz L. Het kinderhandschrift: ontwikkeling en beoordeling (proefschrift). 1993b. Rijksuniversiteit Leiden; Leiden.
    • Hamstra-Bletz L, Blöte A. Development of handwriting in primary school: a longitudinal study. Percept Mot Skills. 1990;70:759-70.
    • Hamstra-Bletz L, De Bie J, Den Brinker BPLM. Beknopte beoordelingsmethode voor kinderhandschriften: Experimentele versie (Concise evaluation scale for children’s handwriting: Experimental version). Lisse: Swets & Zeitlinger; 1987.
    • Hartman A. No adverse effect of viscristine on handwriting in children after completion therapy. Pediatr Blood Cancer. 2007;49:841-5.
    • Hay J. Adequacy in and predilection for physical activity in children. Clin J Sport Med. 1992;2:192-201.
    • Henderson SE, Sugden DA, Barnett AL. Movement Assessment Battery for Children-2, Second Edition (Movement ABC-2)(Examiner’s Manual). Londen: Harcourt Assessment; 2007.
    • Henderson SE, Sugden DA. Movement Assessment Battery for Children. 1992. The Psychological Corporation, Londen, England.
    • Jelsma LD, Van Bergen-Verhoef LLJ, Niemeijer AS, Smits-Engelsman BCM. Overeenstemming tussen de Movement Assessment Battery for Children second edition en de Bruininks-Oseretsky Test of Motor Profiency second edition bij kinderen van 7-11 jaar. Ned Tijdschr Kinderfysiother. 2010;22:16-7.
    • Jones D, Christensen CA. Relationship between automaticity in handwriting and students’ ability to generate written text. J Educ Psychol. 1999;91(1):44-9.
    • Jongmans M, Linthorst-Bakker E, Westenberg Y, Smits-Engelsman BCM. Use of a task-oriented self-instruction method to support children in primary school with poor handwriting quality and speed. Hum Mov Sci. 2003;22:549-66.
    • Kaiser ML, Albaret JM, Doudin PA. Relationship between Visual-Motor Integration, Eye-Hand Coordination, and Quality of Handwriting. J Occup Ther. 2009; 2:87-95.
    • Kandel S, Hérault L, Grosjacques G, Lambert E, Fayol M. Orthographic vs. phonologic syllables in handwriting production. Cognition. 2009;110(3):440-4.
    • Kandel S, Soler O, Valdois S, Gros C. Graphemes as motor units in the acquisition of writing skills. Read Writ. 2006a;19:313-37.
    • Kandel S, Valdois S. Syllables as functional units in a copying task. Lang Cogn Process. 2006b;21(4):432-52.
    • Karlsdottir R, Stefansson T. Predicting performance in primary school subjects. Percept Mot Skills. 2003;97:1058-60.
    • Karlsdottir R, Stefansson T. Problems in developing functional handwriting. Percept Mot Skills. 2002;94:623-62.
    • Karlsdottir R. Comparison of cursive models for handwriting instruction. Percept Mot Skills. 1997;85:1171-84.
    • Karlsdottir R. Development of cursive handwriting. Percept Mot Skills. 1996a;82:659-73.
    • Karlsdottir R. Print-script as Initial Handwriting Style I: effects on the development of handwriting. Scand J Educ Res. 1996b;40(2):161-74.
    • Kharraz-Tavakol OD, Eggert T, Mai N, Straube A. Learning to write letters: transfer in automated movements indicates modularity of motor programs in human subjects. Neurosci Lett. 2000;282:33-6.
    • Koziatek SM, Powell NJ. Pencil Grips, Legibility, and Speed of Fourth-Graders’ Writing in Cursive. Am J Occup Ther. 2003;57(3):284-8.
    • Kwaliteitsinstituut voor de Gezondheidszorg CBO. Richtlijn Pijnmeting en Behandeling van pijn bij Kinderen. Nederlandse Vereniging voor Kindergeneeskunde. 2007. Beschikbaar viahttp://www.pallialine.nl; geraadpleegd op 1 november 2010.
    • Kwaliteitsinstituut voor de Gezondheidszorg Centraal BeleidsOrgaan (CBO). Evidence-based Richtlijnontwikkeling. Handleiding voor werkgroepleden. Utrecht; 2007.
    • Largo RH, Caflisch JA, Hug F, Muggli K, Molnar AA, Molinari L, Sheehy A, Gasser T. Neuromotor development from 5 to 18 years. Part 1: timed performance. Dev Med Child Neurol. 2001;43:436-43.
    • Leemrijse C, Meijer OG, Vermeer A, Lambregts B, Adèr HJ. Detecting individual change in children with mild to moderate motor impairment: the standard error of measurement of the Movement ABC. Clin Rehabil. 1999;13(5):420-9.
    • Longcamp M, Anton JL, Roth M, Velay JL. Visual presentation of single letters activates a premotor area involved in writing. NeuroImage. 2003;19:1492-1500.
    • Longcamp M, Boucard C, Gilhodes JC, Anton JL, Roth M, Nazarian B, Velay JL. Learning through Hand- or Typewriting Influences Visual Recognition of New Graphic Shapes: Behavioral and Functional Imaging Evidence. J Cogn Neurosci. 2008;20(5):802-15.
    • Longcamp M, Boucard C, Gilhodes JC, Velay JL. Remembering the orientation of newly learned characters depends on the associated writing knowledge: A comparison between handwriting and typing. Hum Mov Sci. 2006a;25:646-56.
    • Longcamp M, Tanskanen T, Hari R. The imprint of action: Motor cortex involvement in visual perception of handwritten letters. NeuroImage. 2006b; 33:681-8.
    • Longcamp M, Zerbato-Poudou MT, Velay JL. The influence of writing practice on letter recognition in preschool children: A comparison between handwriting and typing. Acta Psychol. 2005;119:67-79.
    • Lord R, Hulme C. Kinaesthetic sensitivity of normal and clumsy children. Dev Med Child Neur. 1987;29(6):720-5.
    • Maeland AF. Handwriting and perceptual-motor skills in clumsy, dysgraphic, and `normal` children. Percept Mot Skills. 1992;75(3Pt2):1207-17.
    • Maki HS, Voeten MJM, Vauras MMS, Poskiparta EH. Predicting writing skill development with word recognition and preschool readiness skills. Read Writ. 2001;14:643-72
    • Malloy-Miller T, Polatajko H, Anstett B. Handwriting error patterns of children with mild motor difficulties. Can J Occup Ther. 1995;62(5):258-67.
    • Marr D, Cermak C, Cohn ES, Henderson A. Fine Motor Activities in Head Start and Kindergarten Classrooms. Am J Occup Ther. 2003;57(5):550-7.
    • Marr D, Cermak C. Consistency of Handwriting in Early Elementary Students. Am J Occup Ther. 2002a;57:161-7.
    • Marr D, Cermak C. Predicting handwriting performance of early elementary students with the developmental test of visual-motor integration. Percept Mot Skill. 2002b;95:661-9.
    • Marr D, Dimeo SB. Outcomes associated with a summer handwriting course for elementary students. Am J Occup Ther. 2006;60:10-5.
    • Marr D, Windsor MM, Cermak S. Handwriting Readiness:: Locatives and Visuomotor Skills in the Kindergarten Year. Early Child Res Pract. 2001;Spring:1-6.
    • McHale K, Cermak SA. Fine motor activities in elementary school: Preliminary findings and provisional implications for children with the fine motor problems. Am J Occup Ther. 1992;46:898-2.
    • Meulenbroek RGJ, Van Galen GP. Movement Analysis of Repetitive writing behaviour of first, second and third grade primary school children. In Graphonomics: Contemporary Research in Handwriting Kao HSR, Van Galen GP, & Hoosain R, editors. Nederland: Elsevier Science; 1986.
    • Meulenbroek RGJ, Van Galen GP. Perceptual-Motor Complexity of Printed and Cursive Letters. J Exp Educ. 1990;58(2):95-110.
    • Missiuna C, Pollock N, Law M, Walter S, Cavey N. Examination of the Perceived Efficacy and Goal Setting System (PEGS) with children with disabilities, their parents, and teachers. Am J Occup Ther. 2006;60:204-14.
    • Missiuna C, Pollock N, Law M. The Perceived Efficacy and Goal setting System (PEGS). 2004. TX: Psych Corp; San Antonio, Texas.
    • Miyahara M, Piek JP, Barrett NC. Effect of postural instability on drawing errors in children: A synchronized kinematic analysis of hand drawing and body motion. Hum Mov Sci. 2008;27:705-13.
    • Nagi SZ. Some conceptual issues in disability and rehabilitation. In: Sociology and rehabilitation, Sussman MD, editors. , Washington: Am Sociological Association; 1965, pp. 100-113.
    • Naider-Steinhart S, Katz-Leurer M. Analysis of proximal and distal muscle activity during handwriting tasks. Am J Occup Ther. 2007;61(4):392-8.
    • Naka M. Repeated writing facilitates children`s memory for pseudocharacters and foreign letters. Mem Cognit. 1998;26(4):804-9.
    • Niemeijer AS. Neuromotor Task Training: physiotherapy for children with developmental coordination disorder (proefschrift). Groningen: Rijksuniversiteit Groningen; 2007.
    • Oehler E, Dekrey H, Eadry E, Fogo J, Lewis E, Maher C, Schilling A. The effect of pencil size and shape on the pre-writing skills of kindergartners. Phys Occ Ther Ped. 2000;19(3/4):53-60.
    • Olive T, Favart M, Beauvais C, Beauvais L. Children’s cognitive effort and fluency in writing: Effects of genre and of handwriting automatisation. Learn Instruc. 2009;19:299-308.
    • Olive T, Kellogg RT. Concurrent activation of high- and low-level production processes in written composition. Mem Cognit. 2002;30(4):594-600.
    • O`Mahony P, Dempsey M, Killeen H. Handwriting speed: duration of testing period and relation to socio-economic disadvantage and handedness. Occup Ther Int. 2008;15(3):165-77.
    • Overvelde A, Bosga-Stork I, Nijhuis-van der Sanden R.(2009). Een schrijfprobleem: niet altijd een kinderfysiotherapeutisch probleem. Ned Tijdschr Kinderfysiother. 2009;21:15-20.
    • Overvelde A, Van Bommel-Rutgers I, Bosga-Stork I, Smits-Engelsman B, Nijhuis-Van der Sanden R. Is er een relatie tussen fijne motoriek en schrijven? Een systematische review. Ned Tijdschr Kinderfysiother. 2010;22:42-7.
    • Parush S, Levanon-Erez N, Weintraub N. Ergonomic factors influencing handwriting performance. Work. 1998a;11:295-305.
    • Parush S, Pindak V, Hahn-Markowitz J, Mazor-Karsenty T. Does fatigue influence children`s handwriting performance? Work. 1998b;11:307-13.
    • Pehoski C, Henderson A, Tickle-Degnen L. In-hand manipulation in young children: Rotation of an object in the fingers. Am J Occup Ther. 1997a;51:544-52.
    • Pehoski C, Henderson A, Tickle-Degnen L. In-hand manipulation in young children: Translation movements. Am J Occup Ther. 1997b;51:719-28.
    • Peters M. Incidence of left-handed writers and the inverted writing position in a sample of 2194 German elementary school children. Neuropsychologia. 1986;24(3):429-33.
    • Peterson CQ, Nelson AL. Effect of an occupational intervention on printing in children with economic disadvantages. Am J Occup Ther. 2003;57:152-60.
    • Peverly ST, Ramaswamy V, Brown C, Sumowski J, Alidoost M, Garner J. What Predicts Skill in Lecture Note Taking? J Educ Psych. 2007;99(1):167-80.
    • Peverly ST. The Importance of Handwriting Speed in Adult Writing. Dev Neuropsychol. 2006;29(1):197-16.
    • Pont K, Wallen M, Bundy A. Conceptualising a modified system for classification of in-hand manipulation. Austr Occ Ther J. 2009;56:2-15.
    • Preminger F, Weiss PL, Weintraub N. Predicting occupational performance: handwriting versus keyboarding. Am J Occup Ther. 2004;58(2):193-201.
    • Read JC. A study of the usability of handwriting recognition for text entry by children. Sci Direct Interact Comp. 2007;19:57-69.
    • Ritchey KD. The building blocks of writing: Learning to write letters and spell words. Read Writ. 2008;21:27-47.
    • Rogers J, Case-Smith J. Relationships between handwriting and keyboarding performance of sixth-grade students. Am J Occup Ther. 2002; 56(1):34-9.
    • Rosenblum S, Dvorkin AY, Weiss PL. Automatic segmentation as a tool for examining the handwriting process of children with dysgraphic and proficient handwriting. Hum Mov Sci. 2006a;25(4-5):608-21.
    • Rosenblum S, Goldstand S, Parush S. Relationships among Biomechanical Factors, Handwriting Product Quality, Handwriting Efficiency, and Computerized Handwriting Process Measures in Children with and without Handwriting Difficulties. Am J Occup Ther. 2006b;60(1):28-39.
    • Rosenblum S, Livneh-Zirinski M. Handwriting process and product characteristics of children diagnosed with developmental coordination disorder. Hum Mov Sci. 2008a;27:200-214.
    • Rosenblum S, Parush S, Weiss P. The in air phenomenon: temporal and spatial correlates of the handwriting process. Percept Mot Skills. 2003a;96:933-54.
    • Rosenblum S, Weiss P L, Parush S. Product and process evaluation of handwriting difficulties. Educ Psychol Rev. 2003b;15(1):41-81.
    • Rosenblum S, Weiss PL, Parush S. Handwriting evaluation for developmental dysgraphia: Process versus product. Read Writ. 2004;17:433-58.
    • Rosenblum S. Development, reliability, and Validity of the Handwriting Profiency Screening Questionnaire (HPSQ). Am J Occup Ther. 2008b;62(3):298-307.
    • Rosenblum S. Using the Alphabet Task to differentiate between proficient and nonproficient handwriters. Percept Mot Skills. 2005;100:629-39.
    • Rothstein JM, Echternach JL, Riddle DL. The Hypothesis-Oriented Algorithm for Clinicians II (HOAC II): A guide for patient management. Phys Ther. 2003;83:455-70.
    • Rubin N, Henderson SE. Two sides of the same coin: Variation in teaching methods and failure to learn to write. Spec Educ. 1982;9:17-24.
    • Rueckriegel SM, Blankenburg F, Burghardt R, Ehrlich S, Henze G, Mergl R, Driever PH. Influence of age and mobement complexity on kinematic hand mobement parameters in childhood and adolescence. Int J Neurscience.2008;26:655-63.
    • Schenkman M, Deutsch JE, Gill-Body KM. An Integrated Framework for Decision Making in Neurologic Physical Therapist Practice. Phys Ther. 2006; 86(12):1681-702.
    • Schneck CM, Henderson A. Descriptive Analysis of the Developmental Progression of Grip Position for Pencil and Crayon Control in Nondysfunctional Children. Am J Occup Ther. 1990;44(10):893-900.
    • Schneck CM. Comparison of Pencil Grip Patterns in First graders with Good and Poor Writing Skills. Am J Occup Ther. 1991;45(8):701-6.
    • Schoemaker MM, Flapper B, Verheij NP, Wilson BN, Reinders-Messelink HA, Kloet de A. Evaluation of the developmental coordination disorder questionnaire as a screening instrument. Dev Med Child Neurol. 2006;48(8);668-73.
    • Schoemaker MM, Flapper BCT, Reinders-Messelink HA, Kloet de A. Validity of the motor observation questionnaire for teachers as a screening instrument for children at risk for developmental coordination disorder. Hum Mov Sci. 2008;27:190-9.
    • Schoemaker MM, Reinders-Messelink HA, Kloet AJ. Coördinatievragenlijst Voor Ouders (vertaling van de DCD-Questionnaire van BN Wilson, december 2007). Interne publicatie. Groningen: Rijksuniversiteit Groningen; 2007.
    • Schoemaker MM, Smits-Engelsman BCM, Jongmans MJ. Psychometric properties of the M-ABC Checklist as a screenings instrument for children with developmental coordination disorder. Br J Educ Psychol. 2003a;73:425-41.
    • Schoemaker MM. Handleiding Groninger Motoriek Observatieschaal (GMO). Interne publicatie. Groningen: Rijksuniversiteit Groningen; 2007.
    • Schulz J, Henderson SE, Sugden DA, Barnett AL. Structural validity of the Movement ABC-2 test: Factor structure comparisons across three age groups. ResDevDisabil. 2011 Feb 15. doi:10.1016/j.ridd.2011.01.032
    • Shumway- Cook A, Woollacott MH. (Eds.) Motor Control and Theories. Philadelphia: Lippincott Williams & Wilkins; 2007, pp. 3-20.
    • Simons J, Defourny V. Overeenkomst tussen het oordeel van de leerkrachten en het resultaat op de Beknopte Beoordelingsmethode voor Kinderhandschriften bij Vlaamse kinderen. Ned Tijdschr Kinderfysiother. 2005;16:6-13.
    • Smith-Zuzovsky N, Exner CE. The Effect of Seated Positioning Quality on Typical 6- and 7- Year-Old Children’s Object Manipulations Skills. Am J Occup Ther. 2004;58:380-8.
    • Smits-Engelsman B, Vrenken I, Stevens M, Van Hagen A.Systematische opsporing Schrijfproblemen (SOS): een hulpmiddel voor leerkrachten bij het signaleren van motorische schrijfproblemen van leerlingen in primair onderwijs. Breda: Avans plus; 1999.
    • Smits-Engelsman BCM, Fiers MJ, Henderson SE, Henderson L. Interrater reliability of the Movement Assessment Battery for Children. Phys Ther. 2008;88:286-94.
    • Smits-Engelsman BCM, Niemeijer AS, Van Galen GP. Fine motor deficiencies in children diagnosed as DCD on poor grapho-motor ability. Hum Mov Sci. 2001;20(1-2):161-82.
    • Smits-Engelsman BCM, Niemeijer AS. Movement Assessment Battery for Children, tweede editie (Movement ABC-2). Ned Tijdschr Kinderfysiother. 2010a;22:9-13.
    • Smits-Engelsman BCM, Nijhuis-van der Sanden MWG. Motorische schrijfproblemen. In: Van Empelen R, Nijhuis-van der Sanden R, Hartman A, editors. Kinderfysiotherapie. Maarssen: Elsevier Gezondheidszorg; 2006, pp. 709-25.
    • Smits-Engelsman BCM, Schoemaker MM, Jansen MPHT, Niemeijer A.S. Fysiotherapie bij schrijfproblemen. Een effectevaluatie. Ned Tijdschr Fysiother. 1996;106:156-66.
    • Smits-Engelsman BCM, Schoemaker MM. The School Questionnaire for Teachers (SQT), in press.
    • Smits-Engelsman BCM, Stevens M, Frenken I, Hagen van A. Systematische Opsporing Schrijfproblemen (SOS): een hulpmiddel voor leerkrachten bij het signaleren van motorische schrijfproblemen van leerlingen in het Basis en Speciaal Onderwijs. Ned Tijdschr Kinderfysiother. 2005;17:16-21.
    • Smits-Engelsman BCM, Van Galen GP, Michels CGJ. De leerkracht beoordeeld: Inschatting van schrijfvaardigheidsproblemen en motorische achterstand bij basisschool leerlingen. Tijdschr Onderwijsresearch. 1995a;20:285-99.
    • Smits-Engelsman BCM, Van Galen GP. Dysgraphia in children: Lasting psychomotor deficiency or transient developmental delay? J Exp Child Psych. 1997;67:164-84.
    • Smits-Engelsman BCM, Wilson PH, Westenberg Y, Duysens J. Fine motor deficiencies in children with developmental coordination disorder and learning disabilities: An underlying open-loop control deficit. Hum Mov Sci. 2003;22:495-513.
    • Smits-Engelsman BCM. Nederlandse Bewerking van de Movement Assessment Battery for Children. Handleiding. Lisse: Swets en Zeitlinger; 1998.
    • Smits-Engelsman BCM. Nederlandse bewerking van de Movement Assessment Battery for children -2. Handleiding. Amsterdam: Pearson; 2010b.
    • Smits-Engelsman BCM. Theory-based diagnosis of fine motor-coordination development and deficiencies using handwriting tasks. PhD Thesis. Nijmegen: University of Nijmegen, 1995b .
    • Stefansson T, Karlsdottir R. Formative evaluation of handwriting quality. Percept Mot Skills. 2003;97(3):1231-64.
    • Ste-Marie DM, Clark SE, Findlay LC, Latimer AE. High levels of contextual interference enhance handwriting skill acquisition. J Mot Behav. 2004;36(1):115-26.
    • Sudsawad P, Trombly CA, Henderson A, Tickle-Degnen L. Testing the Effect of Kinesthetic Training on Handwriting Performance in First-Grade Students. Am J Occup Ther. 2002;56(1):26-33.
    • Sudsawad P, Trombly CA, Henderson A, Tickle-Degnen L. The relationship between the Evaluation Tool of Children’s Handwriting and teachers’ perceptions of handwriting legibility. Am J Occup Ther. 2001;55:518-23.
    • Taylor-Kulp M, Mazzola-Sortor J. Clinical Value of the Beery Visual-Motor Integration Supplemental Tests of Visual Perception and Motor Coordination. Optom Vis Sci. 2003;80(4):312-15.
    • Tseng MH, Murray EA. Differences in perceptual-motor measures in children with good and poor handwriting. Occ Ther J Res. 1994;14:19-36.
    • Tseng, M., Cermak, S. The Influence of Ergonomic Factors and Perceptual-Motor Abilities on Handwriting Performance. Am J Occ Ther. 1993;47(10):919-26.
    • van Beek I, Booij JC, Niemeijer AS, Smits-Engelsman BMC. De Movement ABC-2 Test en de Korperkoordinations test für Kinder vergeleken bij 11-16-jarigen. Ned Tijdschr Kinderfysiother. 2010;22:18.
    • van Bommel-Rutgers I, Overvelde A, Bosga-Stork I, Nijhuis-Van der Sanden R. Casus: ‘Ik kan niet mooi schrijven en ik ben ook nog onhandig.’ Een frequent voorkomend schrijfprobleem. Ned Tijdschr Kinderfysiother. 2010;22:48-55.
    • van Bommel-Rutgers I, Smits-Engelsman BCM. Is de SOSr een valide meetinstrument om motorische schrijfproblemen op te sporen? Stimulus. 2005;24(4):222-32.
    • van Dellen T, Kalverboer AF. Groninger Motoriek Observatielijst (GMO). 1990. In: De Nieuwe Buitenbeentjes onder redactie van A.F. Kalverboer. Rotterdam: Lemniscaat; 1996.
    • van der Schoot F, Bechger T. Balans van handschriftkwaliteit in het primair onderwijs. Uitkomsten van de peilingen in 1999. Periodieke Peiling van het Onderwijsniveau (PPON) reeks nr. 22. 2003. Citogroep.
    • van Galen GP, Portier SJ, Smits-Engelsman BCM, Schomaker LRB. Neuromotor noise and poor handwriting in children. Acta Psychol. 1993;82:161-78.
    • van Galen GP. Handwriting: issues for a psychomotor theory. Hum Mov Sci. 1991;10:165-91.
    • van Hartingsveldt MJ, Cup EHC, Corstens-Mignot MAAMG. Korte Observatie Ergotherapie Kleuters, theorie, observatie en advies. Nijmegen: Ergoboek, Nijmegen; 2006.
    • van Hartingsveldt MJ, Cup EHC, Oostendorp RAB. Reliability and validity of the fine motor scale of the Peabody Developmental Motor Scales-2. Occup Ther Int. 2005;12(1):1-13.
    • van Ravensberg DD, Van Riet AM, Visser JJW, Berkel DM van. Kinderfysiotherapie in de eerste lijn: indicaties en behandeling. Amersfoort: Nederlands Paramedisch Instituut; 2004.
    • van Rossum JHA, Vermeer A. Supplement CBSK – Competentiebelevingsschaal voor kinderen – Motorische Competentie-Zelfbeoordeling. Lisse: Swets & Zeitlinger; 2000.
    • van Waelvelde H, De Mey B, Smits-Engelsman BCM. Handleiding SOS, Systematische opsporing van schrijfmotorische problemen. Versie november 2008. Publicatie Revalidatie wetenschappen en kinesitherapie; Gent: Belgium. Beschikbaar via http://www.revaki.ugent.be/files/research/SOS-handleiding.pdf
    • van Waelvelde H, Weerdt W de, Cock P de, Smits-Engelsman BMC. Aspects of the validity of the Movement Assessment Battery for Children. Hum Mov Sci. 2004;23:49-60.
    • van Waelvelde H, Peersman W, Lenoir M, Smits-Engelsman BCM. The reliability of the Movement Assessment Battery for Children for preschool children with mild to moderate motor impairment. Clin Rehabil. 2007;21(5):465-70.
    • Van Waelvelde H, Hellinckx T, Peersman W, Smits-Engelsman BC. SOS: a screening instrument to identify children with handwriting impairments, Phys Occup Ther Pediatr. 2012 Aug;32(3):306-19
    • Vanderheyden V. Vlaamse schrijfsnelheidstest: evaluatie van de schrijfsnelheid. 2003. België. (e-mail:v.vanderheyden@scarlet.be" ;; target="_blank">v.vanderheyden@scarlet.be )
    • Vercoulen JHMM, Alberts M, Bleijenberg G. De Checklist Individual Strength (CIS). Gedragstherapie. 1999;32:131-6.
    • Vinter A, Chartrel E. Effects of different types of learning on handwriting movements in young children. Learn Instr. 2010;20:476-86.
    • Vinter A, Chartrel E. Visual and proprioceptive recognition of cursive letters in young children. Acta Psychol. 2008;129:147-56.
    • Vlachos F, Bonoti F. Explaining age and sex differences in children`s handwriting: A neurobiological approach. Eur J Dev Psychol. 2006;3(2):113-23.
    • Vlachos F, Bonoti F. Handedness and Writing Performance. Percept Mot Skills. 2004;98:815-24.
    • Vles JSH, Kroes M, Feron FJM. Maastrichtse Motoriek Test. Leiden: Pits; 2004.
    • Volman MJM, Van Schendel BM, Jongmans MJ. Handwriting difficulties in primary school children: a search for underlying mechanisms. Am J Occup Ther. 2006;60(4):451-60.
    • Wann JP, Jones JG. Space-time invariance in handwriting: contrasts between primary school children displaying advanced or retarded handwriting acquisition. Hum Mov Sci. 1986;5:275-96.
    • Wann JP, Kardirkamanathan M. Variability in Childrens` Handwriting: Computer diagnosis of writing difficulties. In: The Development of Graphic Skills. Wann JP, Wing AM, Sovik N (Eds). London: Academic Press, 1991.
    • Wann JP. Trends in the refinement and optimization of fine-motor trajectories: Observations from an analysis of the handwriting of primary school children. J Mot Behav. 1987;19:13-37.
    • Weil MJ, Amundson SJ. Relationship between visuomotor and handwriting skills of children in kindergarten. Am J Occup Ther. 1994;48(11):982-8.
    • Weintraub N, Graham S. The contribution of gender, orthographic, finger function, and visual- motor processes to the prediction of handwriting status. Occup Ther J Res. 2000;20(2):121-40.
    • Weintraub N, Yinon M, Bar-Effrat Hirsch I, Parush S. Effectiveness of sensorimotor and task-oriented handwriting intervention in elementary school-aged students with handwriting difficulties. OTJR. 2009;29:125-34.
    • Williams J, Zolten AJ, Rickert VI, Spence GT, Ashcraft EW. Use of nonverbal tests to screen for writing dysfluency in school-age children. Percept Mot Skills. 1993;76(3):803-9.
    • Wilson BN, Crawford SG, Green D, Roberts G, Aylott A, Kaplan BJ. Psychometric Properties of the Revised Developmental Coordination Disorder Questionnaire. Phys Occup Ther Pediatr. 2009;29(2):182-202.
    • Wilson BN, Kaplan BJ, Crawford S, Campbell A, Dewey D. Reliability and validity of a parent questionnaire on childhood motor skills. Am J Occup Ther. 2000;54:484-93.
    • Wilson BN, Kaplan BJ, Crawford SG, Roberts G. Developmental Coordination Disorder Questionnaire 2007. http://www.dcdq.ca.
    • Windsor M-M. Clinical Interpretation of ‘Grip Form and Grafomotor Control in Preschool Children’. Am J Occup Ther. 2000;54(1):18-9.
    • World Health Organization. International Classification of Functioning, Disability and Health for Children and Youth (ICF-CY). Geneva, Switzerland, 2007. Beschikbaar via http://www.rivm.nl/who-fic/icf-cy.htm.
    • Ziviani J, Wallen M. The Development of Graphomotor Skills. In: Handfunction in the Child: Foundation for remediation. Henderson A, Pehoski C, editors. St. Louis, Missouri: Mosby Elsevier; 2006.
    • Ziviani J. Qualitative changes in dynamic tripod grip between seven and 14 years of age. Dev Med Child Neur. 1983;25(6):778-82.
    • Ziviani J. Use of modern cursive handwriting and handwriting speed for children ages 7 to 14 years. Percept Mot Skills. 1996;82(1):282.
    • Zwicker J, Hadwin A. Cognitive versus multisensory approaches to handwriting intervention: a randomized controlled trial. OTJR. 2009;29:40-8.