Motorische schrijfproblemen bij kinderen [evidence statement]

2.2 De relatie tussen cognitieve en motorische processen

Zie ook noot 3 en noot 4 - De relatie tussen cognitieve en motorische processen betreft de relatie tussen het schrijven als taalkundige activiteit en het schrijven als motorische handeling. Het is van belang voor de kinderfysiotherapeut om inzicht te hebben in de relatie tussen taal en schrijven. In dit hoofdstuk wordt beschreven hoe schrijven en taal elkaar beïnvloeden. 

De literatuur is beschreven aan de hand van de volgende subvragen:

  • Welke evidentie is er voor de relatie tussen schrijven als taalkundige activiteit en schrijven als motorische handeling? (lees noot 3 in de Verantwoording)
  • Is het zinvol om kinderen te leren schrijven of te leren typen? (lees noot 4 in de Verantwoording)

Conclusies

Niveau 1. Het is aannemelijk dat de mate van automatisme waarmee letters en woorden worden geproduceerd, een matige tot sterke relatie vertoont met het spellen en stellen. (B Berninger & Colwell, 1985; Berninger & Rutberg, 1992b; Berninger et al., 1992c; Abbott & Berninger, 1993; Berninger et al., 1995; Graham et al., 1997; Jones & Christensen, 1999; Berninger 2006a)

Niveau 2. Het is aannemelijk dat het oefenen van letters schrijven in samenhang met het leren van de klank-tekenkoppeling effectief is voor zowel de vaardigheid schrijven als stellen bij kinderen uit groep 3 en 4. (B Jones & Christensen, 1999; Berninger et al., 2006b; Adi-Japha & Freeman, 2001)

Niveau 2. Het is aannemelijk dat de uitvoering van het schrijven en de mate van automatisme van het schrijven samenhang vertonen met de uitvoering van de successieve vinger-duimoppositie taak. (B Berninger et al., 1992c, 2006a; Abbott & Berninger, 1993)

Niveau 2. Het is aannemelijk dat kinderen aanvankelijk grafeem per grafeem schrijven en vervolgens klankgroep per klankgroep. Vanaf groep 5 schrijven kinderen een woord of in zijn geheel of met een orthografische verdeling bij het schrijven van een langer woord. (B Kandel et al., 2006a, 2009; Kandel & Valdois, 2006b)

Niveau 2. Het is aannemelijk dat de vaardigheid van het snel en leesbaar schrijven van grafemen een aanzienlijke positieve invloed heeft op de snelheid en kwaliteit van het geschreven verhaal. Deze invloed is het grootst bij de aanvang van het schrijven. (B Berninger et al., 1992c; Graham et al., 1997; Jones & Christensen, 1999; Christensen 2004; Olive et al., 2009)

Niveau 3. Er zijn aanwijzingen dat de nauwkeurigheid van zowel geschreven als getypte tekst niet verschilt en voor beide op 90% ligt. (B Preminger et al., 2004)

Niveau 2. Het is aannemelijk dat na training de typesnelheid niet hoger is dan de schrijfsnelheid bij kinderen in groep 4 t/m 8. Bij kinderen in groep 8 benadert na training de typesnelheid de schrijfsnelheid. (B Rogers & Case-Smith, 2002; Preminger et al., 2004; Crook & Bennett, 2007)

Niveau 2. Het is aannemelijk dat het schrijven van een tekst (zoals een opstel) met pen-en-papier sneller verloopt en leidt tot een betere kwaliteit van het verhaal dan het typen van een tekst. Pas na het volgen van een typecursus en het automatiseren van de vaardigheid worden de snelheid van typen, maar ook de inhoud van het getypte werk beter bij kinderen vanaf groep 8. (B Rogers & Case-Smith, 2002; Christensen, 2004; Freeman et al., 2005; Connelly et al., 2007; Read, 2007; Berninger et al, 2009)

Niveau 2. Het is aannemelijk dat het schrijven en typen verschillende vaardigheden zijn, die beide moeten worden aangeleerd en geautomatiseerd. 
(B Rogers & Case-Smith, 2002; Preminger et al., 2004; Christensen, 2004; Berninger, 2006a; Connelly et al., 2007)

 

Op basis van de onderzoeksbevindingen formuleerde de projectgroep de volgende aanbevelingen: 

Relevantie van een adequaat handschrift en de relatie tussen een adequaat handschrift en cognitieve en motorische processen

  • Het is van belang om kinderen letters te leren schrijven en klank, teken- en schrijfspoor te koppelen (multimodale wijze van aanleren), zoals ook in het onderwijs gebeurt.
  • Het is van belang het leren lezen te ondersteunen met het leren schrijven van letters en andersom.
  • Men kan pas eisen stellen aan dubbeltaken, bijvoorbeeld een dictee, als het schrijven voldoende is geautomatiseerd. Dit betekent dat het goed leren schrijven helpt bij kinderen die gecombineerde lees- en schrijfproblemen hebben.
  • Omdat er een samenhang is tussen schrijven, lezen, spellen en stellen is het van belang inzicht te hebben in de onderwijsprestaties van een kind. Ook is het van belang samen te werken met het onderwijs, vooral in de fase van het leren schrijven.
  • Omdat schrijven aanvankelijk letter voor letter, daarna klankgroep voor klankgroep en vervolgens volgens een orthografische indeling wordt uitgevoerd, is het van belang bij schrijfproblemen te observeren of deze ontwikkeling ook leeftijdsadequaat plaatsvindt.
  • Bij het aanleren van het schrijven heeft het kunnen uitvoeren van geïsoleerde vingerbewegingen een positief effect op het aanleren van de vaardigheid. Deze invloed wordt minder bij oudere kinderen als de invloed van de taal groter wordt.
  • Aangeraden wordt het schrijven op school te blijven oefenen met een toename in complexiteit tot er een automatisme is ontstaan bij kinderen uit groep 5 en 6. Geconcludeerd kan worden dat het geen optie is het leren schrijven te vervangen door het leren typen.
  • Geconcludeerd kan worden dat typen eerst geleerd (vanaf groep 7 à 8) en als vaardigheid moet worden geautomatiseerd, voordat het adequaat kan worden ingezet voor het produceren van teksten. De projectgroep beveelt aan kinderen te laten schrijven zolang de schrijfsnelheid van een kind hoger is dan de typesnelheid.
  • Ook bij dysgrafische kinderen adviseert de projectgroep de aandacht van therapie te richten op het verbeteren van het schrijven. Pas wanneer de leesbaarheid van het schrift niet of onvoldoende beïnvloedbaar is, kan leren typen worden geadviseerd. Dit typen moet worden geautomatiseerd, alvorens het kind echt profijt heeft van het typen bij het produceren van leesbare teksten.
  • De projectgroep raadt aan in het diagnostisch onderzoek aandacht te besteden aan een mogelijk aanwezig gevoel van falen en demotivatie in relatie tot het schrijfprobleem en dit in de analyse mee te nemen.

Noot 3 De relatie tussen schrijven als taalkundige activiteit en schrijven als motorische handeling

Noot 3 In de onderwijskundige literatuur wordt het oorspronkelijke model van Hayes en Flower (1980) door de groep van Graham en Berninger (Berninger & Colwell, 1985; Berninger et al., 1992c; Abbott & Berninger, 1993; Berninger et al., 1995) gebruikt om het schrijven als taalkundige activiteit in relatie te brengen met het schrijven als motorische activiteit. Als onderscheidende criteria voor het uiteindelijke resultaat van het schrijven van teksten beschouwen zij spellen en stellen en de motorische handeling schrijven. In de volgende figuur is dit schematisch weergegeven. 

Model van Berninger (aangepast) uit Berninger et al. (1992c) en Abbott en Berninger (1993).

De samenhang tussen spellen, stellen en schrijven is in Amerika door diverse auteurs (Berninger et al.,1992c; Abbott & Berninger, 1993; Graham et al., 1997) onderzocht bij respectievelijk 300 en 600 basisschoolleerlingen uit de groepen 3 t/m 8 (grade 1 t/m 6). In alle groepen bleek de vaardigheid schrijven een rechtstreekse invloed te hebben op zowel de snelheid als de kwaliteit van het stellen, vooral in de lagere groepen. De motorische factor van het schrijven is gemeten als de mate van automatisme/souplesse waarmee letters en woorden worden geproduceerd. De onderzoekers gebruikten een kopieertaak (1,5 minuut) en een alfabettaak (15 seconden) (Berninger et al., 1991) om zowel de leesbaarheid van de lettervorm, de correcte volgorde van de letters, als ook de snelheid van het schrijven te meten. Abbott en Berninger vonden in de groepen 3, 4 en 5 een correlatie van respectievelijk 0,51, 0,74 en 0,57 tussen de kopieertaak en de alfabettaak. Graham et al. (1997) vonden in de groepen 6 t/m 8 een lagere correlatie (0,32).
Uit onderzoek van Adi-Japha en Freeman (2001) naar het verschil in motorische uitvoering tussen tekenen en schrijven (uitgevoerd met de vormen c.q. letters O en V) blijkt dat kinderen vanaf de leeftijd van 6 jaar vloeiender en sneller schrijven dan tekenen, mogelijk als gevolg van het oefenen van het schrijven. De auteurs merken op dat kinderen vanaf deze leeftijd blijkbaar aparte schrijf- en tekensystemen hebben. In de instructie is het van belang de term schrijven te gebruiken bij het aanleren van lettervormen. 

In het onderzoek van Berninger et al. (1992c) bij 300 kinderen uit de groepen 3, 4 en 5 is gevonden dat 66% van de variantie in de snelheid van het schrijven en 25% van de kwaliteit van de tekstproductie wordt verklaard door de scores op de alfabettaak (15 seconden), het herkennen van klankgroepen en woordjes en een fijne motoriektaak (vingersuccessie). In de hogere basisschoolgroepen is deze invloed respectievelijk 41% en 42%, terwijl op de middelbare schoolleeftijd deze invloed is gedaald en varieert van respectievelijk 0% tot 9-16% en 0% tot 18-19% (Berninger et al., 1992c; Graham et al.,1997; Christensen, 2004). De bevindingen van recent onderzoek van Olive et al. (2009) sluiten hierbij aan. De snelheid van letterproductie in groep 7 verklaart nog 24-31% van het schrijven van een verhaal, met als uitkomstmaten inhoud en aantal woorden. 

Onderzoek waarbij alleen de alfabettaak is gebruikt, geeft vergelijkbare resultaten: Bij kinderen in het primair onderwijs bleek er een relatie te bestaan tussen de snelheid van letters schrijven en de inhoud van de geschreven tekst. Dit is op verschillende manieren gemeten: correlaties tussen de snelheid en de kwaliteit op de alfabet- en de kopieertaak, de tekstproductie bij het schrijven van een opstel en het schrijven van een verhaal variëren van 0,53-0,68 (Berninger et al., 1992c; Graham et al., 1997; Jones & Christensen, 1999; Christensen, 2004). In het onderzoek van Jones en Christensen (1999) onder 114 groep-4-leerlingen bleek zelfs 53% van de variantie van de geschreven tekst te worden verklaard door de score op de alfabettaak, die in hun onderzoek klassikaal was uitgevoerd gedurende 1 minuut. In het voortgezet onderwijs staat de snelheid van letters schrijven niet meer in relatie tot de inhoud of de hoeveelheid geschreven tekst: het schrijven verloopt op die leeftijd geautomatiseerd. 

Zoals eerder is besproken (zie paragraaf 2.1), belast dus het ontbreken van een automatisme in het produceren van grafemen, door Berninger en Graham, 1998; Ritchey, 2008) the building blocks van geschreven tekst genoemd, de capaciteit van het werkgeheugen en dientengevolge cognitieve processen, zoals het bedenken en plannen van de inhoud van een tekst. Dit bevestigt de onderlinge samenhang tussen het produceren van letters, de kennis van klank-tekenkoppeling en de fijnmotorische handeling van het schrijven enerzijds en de inhoud van het schrijfresultaat, het spellen en stellen, anderzijds. Deze invloed is het sterkst bij het leren schrijven. Dit is dus een relevant gegeven voor de context waarin moet worden geoefend. Berninger en Graham concludeerden op basis van hun jarenlange onderzoek dan ook dat schrijven sterk samenhangt met taalproductie en zij benadrukken het schrijven als een van oorsprong linguïstische activiteit: zij spreken van Language by Hand.

Interventie bij kinderen uit groep 3 en 4, gericht op een combinatie van het leren van de klank-tekenkoppeling én het correct en snel schrijven van deze letters bleek het meest effectief in vergelijking met zuiver motorische oefening van het schrijven van lettervormen (Berninger et al., 2006b). Niet alleen verbeterden de nauwkeurigheid en leesbaarheid van letters, gemeten met de alfabettaak (Berninger et al., 2006b), ook de vaardigheid in het stellen bleek te verbeteren (Jones & Christensen, 1999). Na een halfjaar instructie in (kleine) groepjes of individuele instructie bleek het verschil in stellen tussen de controlegroep en de zwakke schrijvers te zijn verdwenen.

Berninger (1992b; 1992c) en Abbott en Berninger (1993) namen in hun onderzoek tevens een aantal vingertaken af, waaronder vinger-duimoppositie. In de lagere basisschoolgroepen bleek de vingersuccessietaak als enige van de fijnmotorische taken indirecte invloed te hebben op de schrijfmotoriek, door de onderzoekers geduid als een indicator voor een relatie tussen fijne motoriek en schrijven. Deze invloed van fijne motoriek op het schrijven bleek het sterkst te zijn in groep 5 en minst sterk in groep 3 (Berninger et al., 2006a), omdat er in groep 3 nog andere factoren een rol spelen. De relatie tussen fijne motoriek en schrijven wordt verondersteld sterker te zijn naarmate kinderen meer moeite hebben met schrijven (Berninger & Rutberg, 1992b). 

Naast het onderwijskundig model zoals beschreven door Berninger is er een door kinderfysiotherapeuten veel gebruikt ‘Model voor handschriftproductie’ dat is ontwikkeld door Van Galen en Smits-Engelsman (Van Galen, 1991; Smits-Engelsman & Nijhuis-Van der Sanden, 2006). Beide modellen gaan in op de cognitieve, linguïstische en motorische aspecten van het schrijven. Het eerste diept met name de cognitieve en linguïstische aspecten van het schrijven uit; het tweede met name het motorische uitvoeringsniveau (zie ook hoofdstuk 5). Verschillende studies (Kandel et al.,2006a; Kandel & Valdois, 2006b) hebben vanuit het hiërarchisch (proces)model van Van Galen uitvoerig de relatie onderzocht tussen de linguïstische aspecten van het schrijven en de motorische uitvoering ervan. Uit metingen van bewegingstijden en verstoringen in de vloeiendheid van de motorische uitvoering bij het schrijven van verschillende woorden bleek dat kinderen, alvorens te starten met schrijven, het eerste grafeem (een letter of een lettergroep zoals sch) programmeren. Tijdens de uitvoering worden de daaropvolgende grafemen of klankgroepen geprogrammeerd. Kinderen schrijven aanvankelijk grafeem per grafeem (bijvoorbeeld het woordschool wordt geprogrammeerd als sch-oo-l), vervolgens schrijven zij klankgroep per klankgroep (bijvoorbeeld bomen als bo-men). Ook bleek dat kennis van de fonologische structuur en regels de basis vormen van het schrijven (zoals bij het woord kip-pen en scha-pen) en dat jonge kinderen bij een kopieertaak frequenter naar de schrijfwijze van een woord kijken dan oudere kinderen. Kinderen vanaf groep 5 kunnen in één keer een woord in zijn geheel opschrijven. De schrijfwijze per klankgroep gaat plaatsmaken voor een orthografische verdeling in segmenten: korte woorden worden aaneengesloten geschreven en bij langere woorden (verjaar-dags-feestje) wordt een praktische mechanischeverdeling gemaakt (Kandel et al., 2009). Ook het leesniveau bleek een relatie te hebben met de schrijftijd van een woord en het aantal verstoringen in vloeiendheid: lezen, taal en schrijven zijn met elkaar verbonden (Kandel et al., 2006a; Kandel & Valdois, 2006b).

 

Noot 4 Verschillen tussen schrijven en typen

Noot 4 Het gebruik van een computer als tekstverwerker is niet meer weg te denken uit de hedendaagse maatschappij. De vraag rijst welk moment in de ontwikkeling van kinderen het meest geschikt is om de overstap te maken van het schrijven naar het tekstverwerken op een computer of laptop. Vanuit het onderwijs en de kinderfysiotherapeutische praktijk is de vraag naar voren gekomen of typen voor kinderen met schrijfproblemen geen meer voor de hand liggende keuze is. 

In 8 studies is met behulp van verschillende taken (alfabettaak, kopieertaak en/of het bedenken en schrijven van zinnen of een opstel) het schrijven en typen met elkaar vergeleken. Bovendien is gebruik gemaakt van een systematische review om een advies te kunnen formuleren. Het schrijvend leren van letters en woorden geeft ten opzichte van het typend leren een significant betere herkenning bij het lezen (paragraaf 2.1). In onderzoek bij middelbare scholieren (n = 276; gem. leeftijd 13,6 jaar) vond Christensen (2004) dat de snelheid waarmee letters kunnen worden geschreven of getypt in de alfabettaak, een significante relatie heeft met de lengte en kwaliteit van een opstel: voor het typen ligt deze relatie hoger (0,54 en 0,55) dan voor geschreven tekst (0,30 en 0,44). De mate waarin een leerling geautomatiseerd kan typen, is bepalend voor het voordeel ten opzichte van het schrijven. 

Berninger et al. (2006a) vergeleken bij een grote groep kinderen uit groep 3 en 5 met behulp van de alfabettaak de netheid en snelheid van cursief schrift (zonder boven- en onderlussen), blokschrift en getypt schrift. De auteurs vonden geen samenhang tussen de vaardigheden: de 3 gebruikte schriftmethoden blijken een beroep te doen op verschillende processen, wat de verklaring vormt voor de intra-individuele verschillen. Tot dezelfde conclusie kwamen Preminger et al. (2004) en Christensen (2004): de relatie tussen type- en schrijfsnelheid bij leerlingen eind basisschool / begin middelbare school varieerde tussen de 0,34 en 0,51. De nauwkeurigheid van het werk, afgemeten aan het aantal correct geschreven of getypte letters, scoorde voor zowel typen als schrijven ruim 90% (Preminger et al., 2004). Uit 2 onderzoeken bleek dat kinderen uit groep 4 t/m 8 sneller kunnen schrijven dan typen (Preminger et al., 2004; Crook & Bennett, 2007). In laatstgenoemd onderzoek schreven kinderen met een digitale pen. Slechts 1 studie beschreef een hogere typesnelheid dan schrijfsnelheid na 30 typelessen. Bij de uitvoering van een kopieertaak vonden Rogers en Case-Smith (2002) na deze trainingsperiode een hogere typesnelheid dan schrijfsnelheid bij kinderen uit groep 8. Ook bij dit onderzoek bleek een geringe relatie te bestaan tussen de type- en de schrijfsnelheid na de training (r = 0,34). 

Het vergelijken van typen met schrijven is het meest relevant bij een taak waarbij tekst moet worden bedacht (stellen). De onderzoeken waarbij een opsteltaak gebruikt wordt, zijn eenduidig. Connelly et al. (2007) toonden bij een groot aantal kinderen uit de groepen 4, 6 en 8 aan dat er bij een dergelijke taak een relatie is van 0,7 tussen de snelheid van schrijven en typen. Bij alle onderzochte leeftijdsgroepen bleek de schrijfsnelheid hoger te zijn dan de typesnelheid. Slechts een kleine groep kinderen uit de groepen 7 en 8 bleek sneller een verhaal te kunnen typen dan schrijven. Bovendien bleek de inhoud van de getypte tekst in kwaliteit 2 leerjaren achter te blijven bij de kwaliteit van geschreven tekst. Deze resultaten zijn bevestigd in de studie van Read (2007) en in het onderzoek van Berninger et al. (2009) bij kinderen met en zonder leerproblemen. 

In een vergelijkende pilotstudie (Read, 2007) naar 3 methoden van schrijven bij 18 kinderen van 7 en 8 jaar oud, is gebruik gemaakt van een kopieertaak. De onderzoekers vergeleken het schrijven met pen-en-papier (de traditionele methode) met het schrijven met een digitale pen op een grafisch tablet, en met het schrijven op een toetsenbord als derde methode. Typen bleek tot de minste taalproductie te leiden, de traditionele pen-en-papiermethode leidde zowel kwantitatief als kwalitatief tot de beste resultaten. De digitale methode (waarbij de geschreven tekst achteraf door de computer werd omgezet in getypte tekst) bleek veel praktische en vertaalproblemen met zich mee te brengen, ook tijdens de uitvoering door de jonge proefpersonen. Gebruik van pen-en-papier bleek (voorlopig) de beste schrijfmethode te zijn, waarbij de auteur aantekende dat de proefpersonen wel veel plezier beleefden aan het werken op een computer.

Het volgen van een typecursus bleek niet alleen invloed te hebben op typesnelheid (Rogers & Case-Smith, 2002; Christensen, 2004), maar ook op de inhoud van het getypte werk (Christensen, 2004). De controlegroep, die zonder typecursus een dagboektaak uitvoerde op de computer, ging overigens in de loop van de onderzoeksperiode steeds meer tekst produceren, in vergelijking met de typegroep die wel typeles kreeg, terwijl beide groepen evenveel tijd aan de taak besteedden.

Freeman et al. (2005) stelden in hun systematische review naar typen door leerlingen met handschriftproblemen dat leerlingen ten minste net zo snel moeten kunnen typen als schrijven alvorens zij profijt hebben van het typen van teksten. Zij stelden dat voor het efficiënt leren typen een typcursus nodig is van 25-30 uur. Deze moet plaatsvinden aan het einde van de basisschool.

    • Abbott RD, Berninger VW. Structural Equation Modeling of Relationships among Developmental Skills and Writing Skills in Primary-Grade and Intermediate-Grade Writers. J Educ Psychol. 1993;85(3):478-508.
    • Adi-Japha E, Freeman NH. Development of differentiation between writing and drawing systems. Dev Psychol. 2001;37(1):101-14.
    • Alston J. A legibility index: Can handwriting be measured? Educ Rev. 1983;35:237-42.
    • Amundson S. Evaluation Tool of Children’s Handwriting problems. O.T. Kids Inc. Horner, Alaska; 1995.
    • Avi-Itzhak T, Obler DR. Clinical Value of the VMI Supplemental Tests: A modified Replication Study. Optom Vis Sci. 2008;85(10):1007-11.
    • Barnett A, Henderson SE, Scheib B, Schulz J. Detailed Assessment of Speed of Handwriting (DASH). Manual UK. Oxford: Harcourt Assessment; 2007.
    • Barnett A, Henderson SE, Scheib B, Schulz J. Development and standardization of a new handwriting speed test: The Detailed Assessment of Speed of Handwriting. Br J Educ Psychol. 2009;1(1):137-57.
    • Barnhardt C, Borsting E, Deland P, Pham N, Vu T. Relationship between visual-motor integration and spatial organization of written language and math. Optom Vis Sci. 2005;82(2):138-43.
    • Beery KE. The Beery-Buktenica developmental test of visual-motor integration (5th ed.). Minneapolis: NCS Pearson Inc; 2004.
    • Beknopte handleiding bij de Diagnostische Criteria van de DSM-IV-TR. Lisse: Swets & Zeitlinger; 2000.
    • Ben-Pazi H, Kukke S, Sanger TD. Poor penmanship in children correlates with abnormal rhythmic tapping: A broad functional temporal impairment. J Child Neurol. 2007;22(5):543-9.
    • Berninger VW, Abbott RD, Augsburger A, Garcia N. Comparison of pen and keyboard transcription modes in children with and without learning disabilities. Learn Disabil Q. 2009;32:123-41.
    • Berninger VW, Abbott RD, Jones J, Wolf BJ, Gould L, Anderson-Youngstrom M, Shimada S, Apel K. Early development of language by hand: composing, reading, listening, and speaking connections; three letter-writing modes; and fast mapping in spelling. Dev Neuropsychol. 2006a;29(1):61-92.
    • Berninger VW, Abbott RD, Whitaker D, Sylvester L, Nolen SB. Integrating Low- and High Level Skills in Instructional Protocols for Writing Disabilities. Learn Disabil Q. 1995;18(4):293-309.
    • Berninger VW, Colwell SO. Relationships between neurodevelopmental and educational findings in children aged 6 to 12 years. Pediatrics. 1985;75(4):697-702.
    • Berninger VW, Fuller F. Gender Differences in Orthographic, Verbal, and Compositional Fluency: Implications for Assessing Writing Disabilities in Primary Grade Children. J Sch Psychol. 1992a;30:363-82.
    • Berninger VW, Graham S. Language by Hand: A Synthesis of a Decade of Research on Handwriting. Handwriting Review. 1998;12:11-25.
    • Berninger VW, Mizokawa D, Bragg R. Theory-based diagnosis and remediation of writing. J Sch Psychol. 1991;29:57-9.
    • Berninger VW, Rutberg J. Relationship of finger function to beginning writing- Application to diagnosis of writing disabilities. Dev Med Child Neur. 1992b;34(3):198-215.
    • Berninger VW, Rutberg JE, Abbott RD, Garcia N, Anderson-Youngstrom M, Brooks A, Fulton C. Tier 1 and Tier 2 early intervention for handwriting and composing. J Sch Psychol. 2006b;44:3-30.
    • Berninger VW, Vaughan KB, Abbott RD, Abbott SP, Woodruff Rogan L, Brooks A, Reed E, Graham S. Treatment of handwriting problems in beginning writers: Transfer from handwriting to composition. J Educ Psychol. 1997;89:652-66.
    • Berninger VW, Yates C, Cartwright A, Rutberg J, Remy E, Abbott R. Lower-level developmental skills in beginning writing. Read Writ. 1992c;4:257-80.
    • Berninger VW, Yates C, Lester K. Multiple orthographic codes in acquisition of reading and writing skills. Read Writ. 1991;3:115-49.
    • Berninger VW. Process Assessment of the Learner test Battery for reading and writing (PAL-RW). San Antonio, Texas: Psychological Cooperation; 2001
    • Blank R, Miller V, Von Voss H, Von Kries R. Effects of age on distally and proximally generated movements: a kinematic analysis of school children and adults. Dev Med Child Neurol. 1999;41:592-86.
    • Blöte AW, Hamstra-Bletz L. A longitudinal study on the structure of handwriting. Percept Mot Skills. 1991;72:983-94.
    • Bo J, Bastian AJ, Kagerer FA, Contreras-Vidal JL, Clark JE. Temporal variability in continuous versus discontinuous drawing for children with Developmental Coordination Disorder. Neurosci Lett. 2008;431:215-20.
    • Bosga-Stork I, Overvelde A, Van Bommel-Rutgers I, Van Cauteren M, Halfwerk B, Nijhuis-van der Sanden R, Smits-Engelsman B. Inventarisatie van verwijzingspatroon, onderzoek en behandeling van kinderen met schrijfproblemen. Een digitale enquête. Ned Tijdschr Kinderfysiother. 2009a;21:14-8.
    • Bosga-Stork I, Overvelde A, Van Cauteren M, Van Bommel I, Halfwerk B, Smits-Engelsman B, Nijhuis-Van der Sanden R. Schrijfproblemen: kinderfysiotherapie als onderdeel van de ketenzorg. Ned Tijdschr Kinderfysiother. 2009b; 22:8-14.
    • Brown T, Unsworth C, Lyons C. An evaluation of the construct validity of the Developmental Test of Visual- Motor Integration using the Rasch Measurement Model. Aust Occup Ther J. 2009;56(6):393-402.
    • Bruininks RH, Bruininks BD. Bruininks-Oseretsky Test of Motor Proficiency, Second Edition (BOT-2), manual. AGS Publishing. Circle Pines, Minnesota.
    • Burton AW, Dancisak MJ. Grip form and Graphomotor Control in Preschool Children. Am J Occup Ther. 2000;54:9-17.
    • Cairney J, Missiuna C, Veldhuizen S, Wilson B. Evaluation of the psychometric properties of the developmental coordination disorder questionnaire for parents (DCD-Q): Results from a community based study of school-aged children. Hum Mov Sci. 2008;27(6):932-40,
    • Case-Smith J. Effectiveness of school-based occupational therapy intervention on handwriting. Am J Occup Ther. 2002;56:17-25.
    • Case-Smith J. The Relationships among Sensorimotor Components, Fine Motor Skill, and Functional Performance in Preschool Children. Am J Occup Ther. 1995;49(7):645-52.
    • Chang SH, Yu NY. Discriminant Validity of the Visual Motor Integration Test in Screening Children with Handwriting Dysfunction. Percept Mot Skills. 2009;109(3):770-82.
    • Chartrel E, Vinter A. The impact of spatio-temporal constraints on cursive letter handwriting in children. Learn Instruc. 2008;18:537-47.
    • Christensen CA. Relationship between orthographic-motor integration and computer use for the production of creative and well-structured written text. Br J Educ Psychol. 2004;74:551-64.
    • Civetta LR, Hillier SL. The Developmental Coordination Disorder Questionnaire and Movement Assessment Battery for Children as a Diagnostic Method in Australian Children. Pediatr Phys Ther. 2009;20(1):39-46.
    • Connelly V, Gee D, Walsh E. A comparison of keyboarded and handwritten compositions and the relationship with transcription speed. Br J Educ Psychol. 2007;77:479-92.
    • Cools W, De Martelaer K, Samaey C, Andries C. Movement skill assessment of typically developing preschool children: A review of seven movement skill assessment tools. J Sports Sci Med. 2008;8:154-68.
    • Copley J, Ziviani J. Kinesthetic sensitivity and handwriting ability in grade one children. Austr Occ Ther J. 1990;37:39-43.
    • Cornhill H, Case-Smith J. Factors that relate to good and poor handwriting. Am J Occup Ther. 1996;50(9):732-9.
    • Croce RV, Horvat M, McCarthy E. Reliability and concurrent validity of the Movement Assessment Battery for Children. Percept Mot Skills. 2001;93:275-80.
    • Crook C, Bennett L. Does using a computer disturb the organization of children`s writing? Br J Educ Psychol. 2007;25:313-21.
    • Cunningham AE, Stanovich KE. Early spelling acquisition: Writing beats the computer. J Educ Psychol. 1990; 82(1):159-62.
    • Daly CJ, Kelley GT, Krauss A. Relationship between visual-motor integration and handwriting skills of children in kindergarten: a modified replication study. Am J Occup Ther. 2003;57(4):459-62.
    • de Kloet A, Calame E, Reinders H, Smits-Engelsman BCM, Schoemaker M, Volman C. Vragenlijst gevoel van motorische competentie; ‘Hoe ik vind dat ik het doe?’. Interne publicatie. Den Haag: Sophia Revalidatie Den Haag. 2005.
    • Denckla MA. Development of Motor Co-ordination in normal children. Dev Med Child Neurol. 1974;16:129-741.
    • Dennis JL, Swinth Y. Pencil Grasp and Children’s Handwriting Legibility During Different-Length Writing Tasks. Am J Occup Ther. 2001;55(2):175-83.
    • Denton PL, Cope S, Moser C. The effects of sensorimotor-based intervention versus therapeutic practice on improving handwriting performance in 6- 11 year old children. Am J Occup Ther. 2006;60:16-25.
    • Di Brina C, Niels R, Overvelde A, Levi G, Hulstijn W. Dynamic Time Warping: A new method in the study of poor handwriting. Hum Mov Sci. 2008;26(2):242-55.
    • Dickerson-Mayes S, Calhoun SL. Comparison of scores on two recent editions of the developmental test of visual-motor integration. Percept Mot Skills. 1998;87:1324-6.
    • Diekema SM, Deitz J, Amundson SJ. Test-retest reliability of the Evaluation Tool of Children’s Handwriting - Manuscript. Am J Occup Ther. 1998;52:248-55.
    • Dunford C, Missiuna C, Street E, Sibert J. Children’s Perceptions of the Impact of Developmental Coordination Disorder on Activities of daily Living. Br J Occup Ther. 2005;68(5):207-14.
    • Dunford C, Missiuna C, Street E, Sibert J. Children`s perceptions of the impact of developmental coordination disorder on activities of daily living. Br J Occup Ther. 2005;68(5):207-14.
    • Engel-Yeger B, Nagauker-Yanuv L, Rosenblum S. Handwriting performance, self-reports, and perceived self-efficacy among children with dysgraphia. Am J Occup Ther. 2009;63:182-92.
    • Erez N, Parush S. The Hebrew Handwriting Evaluation (2nd ed.). School of Occupational Therapy. Jerusalem: Faculty of Medicine, Hebrew University of Jerusalem; 1999.
    • Exner CE. Clinical Interpretation of In Hand manipulation in young children: translation movements. Am J Occup Ther. 1997;51:729-32.
    • Exner CE. Intervention for children with hand skill problems. In: Handfunction in the Child: Foundation for remediation, Henderson A, Pehoski C, editors. St. Louis, Missouri: Mosby Elsevier; 2006.
    • Feder KP, Majnemer A, Bourbonnais D, Platt R, Blayney M, Synnes A. Handwriting performance in preterm children compared with term peers at age 6 to 7 years. Dev Med Child Neur. 2005;47:163-70.
    • Feder KP, Majnemer A, Bournonnais D, Blayney M, Morin I. Handwriting performance on the ETCH-M in Grade One Regular Education Program. Phys Occup Ther Pediatr. 2007a;27(2):43-62.
    • Feder KP, Majnemer A. Children`s Handwriting tools and their psychometric properties. Phys Occup Ther Pediatr. 2003;23(3):65-84.
    • Feder KP, Majnemer A. Handwriting development, competency, and intervention. Review. Dev Med Child Neurol. 2007b;49:312-7.
    • Fernandes DN, Chau T. Fractal dimensions of pacing and grip force in drawing and handwriting production. J Biomech. 2008;41(1):40-6.
    • Folio MK, Fewell R. Peabody Developmental Motor Scales, Second Edition (PDMS-2): Examininer`s Manual. 2000. Tex: PRO-ED, Inc. Austin.
    • Freeman A, MacKinnon JR, Miller LT. Keyboarding for Students with Handwriting Problems. Phys Occup Ther Pediatr. 2005;25(1):119-48.
    • Frijters MCT, Westenberg Y, Smits-Engelsman BCM. Vergelijking van de Movement-ABC-2 test en De Bayley Scales of Infant Development Motorische Schaal (BSID-II-NL-M) bij kinderen van 36 tot 43 maanden. Ned Tijdschr Kinderfysiother. 2010;22:14-5.
    • Gijzen R. De motorische competentiebeleving van kinderen met DCD. Betrouwbaarheid en validiteit van de vragenlijst ‘Hoe ik vind dat ik het doe?’ Afstudeerscriptie. Utrecht: Universiteit Utrecht, Faculteit Sociale Wetenschappen, Master Orthopedagogiek; 2008.
    • Gijzen R. De motorische competentiebeleving van kinderen met DCD. Betrouwbaarheid en validiteit van de vragenlijst ‘Hoe ik vind dat ik het doe?’. Afstudeerscriptie. Utrecht: Universiteit Utrecht, Faculteit Sociale Wetenschappen, Master Orthopedagogiek; 2008.
    • Gordon BH, Velkey AJ. Pencil lead diameter affects response sheet completion time. Percept Mot Skills. 2000;90:326-8.
    • Goyen TA, Duff S. Discriminant validity of the Developmental Test of Visual-Motor Integration in relation to children with handwriting dysfunction. Aust Occup Ther J. 2005;52(2):109-15.
    • Graham S, Berninger VW, Abbott, RD, Abbott SP, Whitaker D. Role of mechanics in composing of elementary school students. A new methodological approach. J Educ Psychol. 1997;89(1):170-82.
    • Graham S, Harris K, Mason L, Fink-Chorzempa B, Moran S, Saddler B. How do primary grade teachers teach handwriting? A national survey. Read Writ. 2008;21:49-69.
    • Graham S, Harris KR, Fink B. Is handwriting causally related to learning to write? Treatment of handwriting problems in beginning writers. J Educ Psychol. 2000;92(4):620-33.
    • Graham S, Harris KR. Improving the writing performance of young struggling writers: Theoretical and programmatic research from the center on accelerating student learning. J Spec Educ. 2005;39(1):19-33.
    • Graham S, Struck M, Santoro J, Berninger VW. Dimensions of good and poor handwriting legibility in first and second graders: motor programs, visual-spatial arrangement, and letter formation parameter setting. Dev Neuropsychol. 2006;29(1):43-60.
    • Graham S, Weintraub N, Berninger V, Schafer W. Development of Handwriting Speed and Legibility in Grades 1-9. J Educ Res. 1998;92(1):42-52.
    • Graham S, Weintraub N, Berninger V. Which Manuscript Letters Do Primary Grade Children Write Legibly? J Educ Psychol. 2001;93(3):488-97.
    • Graham S, Weintraub N. A review of handwriting research: progress and prospects from 1980 to 1994. Educ Psychol Rev. 1996;8(1):7-87.
    • Greer T, Lockman JJ. Using writing instruments: invariances in young children and adults. Child Dev. 1998;69(4):888-902.
    • Hagborg WJ, Aiello-Coultier M. The Developmental Test of Visual-Motor Integration – 3R and teachers` ratings of written language. Percept Mot Skills. 1994;79(1 Pt 2):371-4.
    • Hamstra-Bletz L, Blöte A. A longitudinal study on dysgraphic handwriting in primary school. J Learn Disab. 1993a;26:689-99.
    • Hamstra-Bletz L. Het kinderhandschrift: ontwikkeling en beoordeling (proefschrift). 1993b. Rijksuniversiteit Leiden; Leiden.
    • Hamstra-Bletz L, Blöte A. Development of handwriting in primary school: a longitudinal study. Percept Mot Skills. 1990;70:759-70.
    • Hamstra-Bletz L, De Bie J, Den Brinker BPLM. Beknopte beoordelingsmethode voor kinderhandschriften: Experimentele versie (Concise evaluation scale for children’s handwriting: Experimental version). Lisse: Swets & Zeitlinger; 1987.
    • Hartman A. No adverse effect of viscristine on handwriting in children after completion therapy. Pediatr Blood Cancer. 2007;49:841-5.
    • Hay J. Adequacy in and predilection for physical activity in children. Clin J Sport Med. 1992;2:192-201.
    • Henderson SE, Sugden DA, Barnett AL. Movement Assessment Battery for Children-2, Second Edition (Movement ABC-2)(Examiner’s Manual). Londen: Harcourt Assessment; 2007.
    • Henderson SE, Sugden DA. Movement Assessment Battery for Children. 1992. The Psychological Corporation, Londen, England.
    • Jelsma LD, Van Bergen-Verhoef LLJ, Niemeijer AS, Smits-Engelsman BCM. Overeenstemming tussen de Movement Assessment Battery for Children second edition en de Bruininks-Oseretsky Test of Motor Profiency second edition bij kinderen van 7-11 jaar. Ned Tijdschr Kinderfysiother. 2010;22:16-7.
    • Jones D, Christensen CA. Relationship between automaticity in handwriting and students’ ability to generate written text. J Educ Psychol. 1999;91(1):44-9.
    • Jongmans M, Linthorst-Bakker E, Westenberg Y, Smits-Engelsman BCM. Use of a task-oriented self-instruction method to support children in primary school with poor handwriting quality and speed. Hum Mov Sci. 2003;22:549-66.
    • Kaiser ML, Albaret JM, Doudin PA. Relationship between Visual-Motor Integration, Eye-Hand Coordination, and Quality of Handwriting. J Occup Ther. 2009; 2:87-95.
    • Kandel S, Hérault L, Grosjacques G, Lambert E, Fayol M. Orthographic vs. phonologic syllables in handwriting production. Cognition. 2009;110(3):440-4.
    • Kandel S, Soler O, Valdois S, Gros C. Graphemes as motor units in the acquisition of writing skills. Read Writ. 2006a;19:313-37.
    • Kandel S, Valdois S. Syllables as functional units in a copying task. Lang Cogn Process. 2006b;21(4):432-52.
    • Karlsdottir R, Stefansson T. Predicting performance in primary school subjects. Percept Mot Skills. 2003;97:1058-60.
    • Karlsdottir R, Stefansson T. Problems in developing functional handwriting. Percept Mot Skills. 2002;94:623-62.
    • Karlsdottir R. Comparison of cursive models for handwriting instruction. Percept Mot Skills. 1997;85:1171-84.
    • Karlsdottir R. Development of cursive handwriting. Percept Mot Skills. 1996a;82:659-73.
    • Karlsdottir R. Print-script as Initial Handwriting Style I: effects on the development of handwriting. Scand J Educ Res. 1996b;40(2):161-74.
    • Kharraz-Tavakol OD, Eggert T, Mai N, Straube A. Learning to write letters: transfer in automated movements indicates modularity of motor programs in human subjects. Neurosci Lett. 2000;282:33-6.
    • Koziatek SM, Powell NJ. Pencil Grips, Legibility, and Speed of Fourth-Graders’ Writing in Cursive. Am J Occup Ther. 2003;57(3):284-8.
    • Kwaliteitsinstituut voor de Gezondheidszorg CBO. Richtlijn Pijnmeting en Behandeling van pijn bij Kinderen. Nederlandse Vereniging voor Kindergeneeskunde. 2007. Beschikbaar viahttp://www.pallialine.nl; geraadpleegd op 1 november 2010.
    • Kwaliteitsinstituut voor de Gezondheidszorg Centraal BeleidsOrgaan (CBO). Evidence-based Richtlijnontwikkeling. Handleiding voor werkgroepleden. Utrecht; 2007.
    • Largo RH, Caflisch JA, Hug F, Muggli K, Molnar AA, Molinari L, Sheehy A, Gasser T. Neuromotor development from 5 to 18 years. Part 1: timed performance. Dev Med Child Neurol. 2001;43:436-43.
    • Leemrijse C, Meijer OG, Vermeer A, Lambregts B, Adèr HJ. Detecting individual change in children with mild to moderate motor impairment: the standard error of measurement of the Movement ABC. Clin Rehabil. 1999;13(5):420-9.
    • Longcamp M, Anton JL, Roth M, Velay JL. Visual presentation of single letters activates a premotor area involved in writing. NeuroImage. 2003;19:1492-1500.
    • Longcamp M, Boucard C, Gilhodes JC, Anton JL, Roth M, Nazarian B, Velay JL. Learning through Hand- or Typewriting Influences Visual Recognition of New Graphic Shapes: Behavioral and Functional Imaging Evidence. J Cogn Neurosci. 2008;20(5):802-15.
    • Longcamp M, Boucard C, Gilhodes JC, Velay JL. Remembering the orientation of newly learned characters depends on the associated writing knowledge: A comparison between handwriting and typing. Hum Mov Sci. 2006a;25:646-56.
    • Longcamp M, Tanskanen T, Hari R. The imprint of action: Motor cortex involvement in visual perception of handwritten letters. NeuroImage. 2006b; 33:681-8.
    • Longcamp M, Zerbato-Poudou MT, Velay JL. The influence of writing practice on letter recognition in preschool children: A comparison between handwriting and typing. Acta Psychol. 2005;119:67-79.
    • Lord R, Hulme C. Kinaesthetic sensitivity of normal and clumsy children. Dev Med Child Neur. 1987;29(6):720-5.
    • Maeland AF. Handwriting and perceptual-motor skills in clumsy, dysgraphic, and `normal` children. Percept Mot Skills. 1992;75(3Pt2):1207-17.
    • Maki HS, Voeten MJM, Vauras MMS, Poskiparta EH. Predicting writing skill development with word recognition and preschool readiness skills. Read Writ. 2001;14:643-72
    • Malloy-Miller T, Polatajko H, Anstett B. Handwriting error patterns of children with mild motor difficulties. Can J Occup Ther. 1995;62(5):258-67.
    • Marr D, Cermak C, Cohn ES, Henderson A. Fine Motor Activities in Head Start and Kindergarten Classrooms. Am J Occup Ther. 2003;57(5):550-7.
    • Marr D, Cermak C. Consistency of Handwriting in Early Elementary Students. Am J Occup Ther. 2002a;57:161-7.
    • Marr D, Cermak C. Predicting handwriting performance of early elementary students with the developmental test of visual-motor integration. Percept Mot Skill. 2002b;95:661-9.
    • Marr D, Dimeo SB. Outcomes associated with a summer handwriting course for elementary students. Am J Occup Ther. 2006;60:10-5.
    • Marr D, Windsor MM, Cermak S. Handwriting Readiness:: Locatives and Visuomotor Skills in the Kindergarten Year. Early Child Res Pract. 2001;Spring:1-6.
    • McHale K, Cermak SA. Fine motor activities in elementary school: Preliminary findings and provisional implications for children with the fine motor problems. Am J Occup Ther. 1992;46:898-2.
    • Meulenbroek RGJ, Van Galen GP. Movement Analysis of Repetitive writing behaviour of first, second and third grade primary school children. In Graphonomics: Contemporary Research in Handwriting Kao HSR, Van Galen GP, & Hoosain R, editors. Nederland: Elsevier Science; 1986.
    • Meulenbroek RGJ, Van Galen GP. Perceptual-Motor Complexity of Printed and Cursive Letters. J Exp Educ. 1990;58(2):95-110.
    • Missiuna C, Pollock N, Law M, Walter S, Cavey N. Examination of the Perceived Efficacy and Goal Setting System (PEGS) with children with disabilities, their parents, and teachers. Am J Occup Ther. 2006;60:204-14.
    • Missiuna C, Pollock N, Law M. The Perceived Efficacy and Goal setting System (PEGS). 2004. TX: Psych Corp; San Antonio, Texas.
    • Miyahara M, Piek JP, Barrett NC. Effect of postural instability on drawing errors in children: A synchronized kinematic analysis of hand drawing and body motion. Hum Mov Sci. 2008;27:705-13.
    • Nagi SZ. Some conceptual issues in disability and rehabilitation. In: Sociology and rehabilitation, Sussman MD, editors. , Washington: Am Sociological Association; 1965, pp. 100-113.
    • Naider-Steinhart S, Katz-Leurer M. Analysis of proximal and distal muscle activity during handwriting tasks. Am J Occup Ther. 2007;61(4):392-8.
    • Naka M. Repeated writing facilitates children`s memory for pseudocharacters and foreign letters. Mem Cognit. 1998;26(4):804-9.
    • Niemeijer AS. Neuromotor Task Training: physiotherapy for children with developmental coordination disorder (proefschrift). Groningen: Rijksuniversiteit Groningen; 2007.
    • Oehler E, Dekrey H, Eadry E, Fogo J, Lewis E, Maher C, Schilling A. The effect of pencil size and shape on the pre-writing skills of kindergartners. Phys Occ Ther Ped. 2000;19(3/4):53-60.
    • Olive T, Favart M, Beauvais C, Beauvais L. Children’s cognitive effort and fluency in writing: Effects of genre and of handwriting automatisation. Learn Instruc. 2009;19:299-308.
    • Olive T, Kellogg RT. Concurrent activation of high- and low-level production processes in written composition. Mem Cognit. 2002;30(4):594-600.
    • O`Mahony P, Dempsey M, Killeen H. Handwriting speed: duration of testing period and relation to socio-economic disadvantage and handedness. Occup Ther Int. 2008;15(3):165-77.
    • Overvelde A, Bosga-Stork I, Nijhuis-van der Sanden R.(2009). Een schrijfprobleem: niet altijd een kinderfysiotherapeutisch probleem. Ned Tijdschr Kinderfysiother. 2009;21:15-20.
    • Overvelde A, Van Bommel-Rutgers I, Bosga-Stork I, Smits-Engelsman B, Nijhuis-Van der Sanden R. Is er een relatie tussen fijne motoriek en schrijven? Een systematische review. Ned Tijdschr Kinderfysiother. 2010;22:42-7.
    • Parush S, Levanon-Erez N, Weintraub N. Ergonomic factors influencing handwriting performance. Work. 1998a;11:295-305.
    • Parush S, Pindak V, Hahn-Markowitz J, Mazor-Karsenty T. Does fatigue influence children`s handwriting performance? Work. 1998b;11:307-13.
    • Pehoski C, Henderson A, Tickle-Degnen L. In-hand manipulation in young children: Rotation of an object in the fingers. Am J Occup Ther. 1997a;51:544-52.
    • Pehoski C, Henderson A, Tickle-Degnen L. In-hand manipulation in young children: Translation movements. Am J Occup Ther. 1997b;51:719-28.
    • Peters M. Incidence of left-handed writers and the inverted writing position in a sample of 2194 German elementary school children. Neuropsychologia. 1986;24(3):429-33.
    • Peterson CQ, Nelson AL. Effect of an occupational intervention on printing in children with economic disadvantages. Am J Occup Ther. 2003;57:152-60.
    • Peverly ST, Ramaswamy V, Brown C, Sumowski J, Alidoost M, Garner J. What Predicts Skill in Lecture Note Taking? J Educ Psych. 2007;99(1):167-80.
    • Peverly ST. The Importance of Handwriting Speed in Adult Writing. Dev Neuropsychol. 2006;29(1):197-16.
    • Pont K, Wallen M, Bundy A. Conceptualising a modified system for classification of in-hand manipulation. Austr Occ Ther J. 2009;56:2-15.
    • Preminger F, Weiss PL, Weintraub N. Predicting occupational performance: handwriting versus keyboarding. Am J Occup Ther. 2004;58(2):193-201.
    • Read JC. A study of the usability of handwriting recognition for text entry by children. Sci Direct Interact Comp. 2007;19:57-69.
    • Ritchey KD. The building blocks of writing: Learning to write letters and spell words. Read Writ. 2008;21:27-47.
    • Rogers J, Case-Smith J. Relationships between handwriting and keyboarding performance of sixth-grade students. Am J Occup Ther. 2002; 56(1):34-9.
    • Rosenblum S, Dvorkin AY, Weiss PL. Automatic segmentation as a tool for examining the handwriting process of children with dysgraphic and proficient handwriting. Hum Mov Sci. 2006a;25(4-5):608-21.
    • Rosenblum S, Goldstand S, Parush S. Relationships among Biomechanical Factors, Handwriting Product Quality, Handwriting Efficiency, and Computerized Handwriting Process Measures in Children with and without Handwriting Difficulties. Am J Occup Ther. 2006b;60(1):28-39.
    • Rosenblum S, Livneh-Zirinski M. Handwriting process and product characteristics of children diagnosed with developmental coordination disorder. Hum Mov Sci. 2008a;27:200-214.
    • Rosenblum S, Parush S, Weiss P. The in air phenomenon: temporal and spatial correlates of the handwriting process. Percept Mot Skills. 2003a;96:933-54.
    • Rosenblum S, Weiss P L, Parush S. Product and process evaluation of handwriting difficulties. Educ Psychol Rev. 2003b;15(1):41-81.
    • Rosenblum S, Weiss PL, Parush S. Handwriting evaluation for developmental dysgraphia: Process versus product. Read Writ. 2004;17:433-58.
    • Rosenblum S. Development, reliability, and Validity of the Handwriting Profiency Screening Questionnaire (HPSQ). Am J Occup Ther. 2008b;62(3):298-307.
    • Rosenblum S. Using the Alphabet Task to differentiate between proficient and nonproficient handwriters. Percept Mot Skills. 2005;100:629-39.
    • Rothstein JM, Echternach JL, Riddle DL. The Hypothesis-Oriented Algorithm for Clinicians II (HOAC II): A guide for patient management. Phys Ther. 2003;83:455-70.
    • Rubin N, Henderson SE. Two sides of the same coin: Variation in teaching methods and failure to learn to write. Spec Educ. 1982;9:17-24.
    • Rueckriegel SM, Blankenburg F, Burghardt R, Ehrlich S, Henze G, Mergl R, Driever PH. Influence of age and mobement complexity on kinematic hand mobement parameters in childhood and adolescence. Int J Neurscience.2008;26:655-63.
    • Schenkman M, Deutsch JE, Gill-Body KM. An Integrated Framework for Decision Making in Neurologic Physical Therapist Practice. Phys Ther. 2006; 86(12):1681-702.
    • Schneck CM, Henderson A. Descriptive Analysis of the Developmental Progression of Grip Position for Pencil and Crayon Control in Nondysfunctional Children. Am J Occup Ther. 1990;44(10):893-900.
    • Schneck CM. Comparison of Pencil Grip Patterns in First graders with Good and Poor Writing Skills. Am J Occup Ther. 1991;45(8):701-6.
    • Schoemaker MM, Flapper B, Verheij NP, Wilson BN, Reinders-Messelink HA, Kloet de A. Evaluation of the developmental coordination disorder questionnaire as a screening instrument. Dev Med Child Neurol. 2006;48(8);668-73.
    • Schoemaker MM, Flapper BCT, Reinders-Messelink HA, Kloet de A. Validity of the motor observation questionnaire for teachers as a screening instrument for children at risk for developmental coordination disorder. Hum Mov Sci. 2008;27:190-9.
    • Schoemaker MM, Reinders-Messelink HA, Kloet AJ. Coördinatievragenlijst Voor Ouders (vertaling van de DCD-Questionnaire van BN Wilson, december 2007). Interne publicatie. Groningen: Rijksuniversiteit Groningen; 2007.
    • Schoemaker MM, Smits-Engelsman BCM, Jongmans MJ. Psychometric properties of the M-ABC Checklist as a screenings instrument for children with developmental coordination disorder. Br J Educ Psychol. 2003a;73:425-41.
    • Schoemaker MM. Handleiding Groninger Motoriek Observatieschaal (GMO). Interne publicatie. Groningen: Rijksuniversiteit Groningen; 2007.
    • Schulz J, Henderson SE, Sugden DA, Barnett AL. Structural validity of the Movement ABC-2 test: Factor structure comparisons across three age groups. ResDevDisabil. 2011 Feb 15. doi:10.1016/j.ridd.2011.01.032
    • Shumway- Cook A, Woollacott MH. (Eds.) Motor Control and Theories. Philadelphia: Lippincott Williams & Wilkins; 2007, pp. 3-20.
    • Simons J, Defourny V. Overeenkomst tussen het oordeel van de leerkrachten en het resultaat op de Beknopte Beoordelingsmethode voor Kinderhandschriften bij Vlaamse kinderen. Ned Tijdschr Kinderfysiother. 2005;16:6-13.
    • Smith-Zuzovsky N, Exner CE. The Effect of Seated Positioning Quality on Typical 6- and 7- Year-Old Children’s Object Manipulations Skills. Am J Occup Ther. 2004;58:380-8.
    • Smits-Engelsman B, Vrenken I, Stevens M, Van Hagen A.Systematische opsporing Schrijfproblemen (SOS): een hulpmiddel voor leerkrachten bij het signaleren van motorische schrijfproblemen van leerlingen in primair onderwijs. Breda: Avans plus; 1999.
    • Smits-Engelsman BCM, Fiers MJ, Henderson SE, Henderson L. Interrater reliability of the Movement Assessment Battery for Children. Phys Ther. 2008;88:286-94.
    • Smits-Engelsman BCM, Niemeijer AS, Van Galen GP. Fine motor deficiencies in children diagnosed as DCD on poor grapho-motor ability. Hum Mov Sci. 2001;20(1-2):161-82.
    • Smits-Engelsman BCM, Niemeijer AS. Movement Assessment Battery for Children, tweede editie (Movement ABC-2). Ned Tijdschr Kinderfysiother. 2010a;22:9-13.
    • Smits-Engelsman BCM, Nijhuis-van der Sanden MWG. Motorische schrijfproblemen. In: Van Empelen R, Nijhuis-van der Sanden R, Hartman A, editors. Kinderfysiotherapie. Maarssen: Elsevier Gezondheidszorg; 2006, pp. 709-25.
    • Smits-Engelsman BCM, Schoemaker MM, Jansen MPHT, Niemeijer A.S. Fysiotherapie bij schrijfproblemen. Een effectevaluatie. Ned Tijdschr Fysiother. 1996;106:156-66.
    • Smits-Engelsman BCM, Schoemaker MM. The School Questionnaire for Teachers (SQT), in press.
    • Smits-Engelsman BCM, Stevens M, Frenken I, Hagen van A. Systematische Opsporing Schrijfproblemen (SOS): een hulpmiddel voor leerkrachten bij het signaleren van motorische schrijfproblemen van leerlingen in het Basis en Speciaal Onderwijs. Ned Tijdschr Kinderfysiother. 2005;17:16-21.
    • Smits-Engelsman BCM, Van Galen GP, Michels CGJ. De leerkracht beoordeeld: Inschatting van schrijfvaardigheidsproblemen en motorische achterstand bij basisschool leerlingen. Tijdschr Onderwijsresearch. 1995a;20:285-99.
    • Smits-Engelsman BCM, Van Galen GP. Dysgraphia in children: Lasting psychomotor deficiency or transient developmental delay? J Exp Child Psych. 1997;67:164-84.
    • Smits-Engelsman BCM, Wilson PH, Westenberg Y, Duysens J. Fine motor deficiencies in children with developmental coordination disorder and learning disabilities: An underlying open-loop control deficit. Hum Mov Sci. 2003;22:495-513.
    • Smits-Engelsman BCM. Nederlandse Bewerking van de Movement Assessment Battery for Children. Handleiding. Lisse: Swets en Zeitlinger; 1998.
    • Smits-Engelsman BCM. Nederlandse bewerking van de Movement Assessment Battery for children -2. Handleiding. Amsterdam: Pearson; 2010b.
    • Smits-Engelsman BCM. Theory-based diagnosis of fine motor-coordination development and deficiencies using handwriting tasks. PhD Thesis. Nijmegen: University of Nijmegen, 1995b .
    • Stefansson T, Karlsdottir R. Formative evaluation of handwriting quality. Percept Mot Skills. 2003;97(3):1231-64.
    • Ste-Marie DM, Clark SE, Findlay LC, Latimer AE. High levels of contextual interference enhance handwriting skill acquisition. J Mot Behav. 2004;36(1):115-26.
    • Sudsawad P, Trombly CA, Henderson A, Tickle-Degnen L. Testing the Effect of Kinesthetic Training on Handwriting Performance in First-Grade Students. Am J Occup Ther. 2002;56(1):26-33.
    • Sudsawad P, Trombly CA, Henderson A, Tickle-Degnen L. The relationship between the Evaluation Tool of Children’s Handwriting and teachers’ perceptions of handwriting legibility. Am J Occup Ther. 2001;55:518-23.
    • Taylor-Kulp M, Mazzola-Sortor J. Clinical Value of the Beery Visual-Motor Integration Supplemental Tests of Visual Perception and Motor Coordination. Optom Vis Sci. 2003;80(4):312-15.
    • Tseng MH, Murray EA. Differences in perceptual-motor measures in children with good and poor handwriting. Occ Ther J Res. 1994;14:19-36.
    • Tseng, M., Cermak, S. The Influence of Ergonomic Factors and Perceptual-Motor Abilities on Handwriting Performance. Am J Occ Ther. 1993;47(10):919-26.
    • van Beek I, Booij JC, Niemeijer AS, Smits-Engelsman BMC. De Movement ABC-2 Test en de Korperkoordinations test für Kinder vergeleken bij 11-16-jarigen. Ned Tijdschr Kinderfysiother. 2010;22:18.
    • van Bommel-Rutgers I, Overvelde A, Bosga-Stork I, Nijhuis-Van der Sanden R. Casus: ‘Ik kan niet mooi schrijven en ik ben ook nog onhandig.’ Een frequent voorkomend schrijfprobleem. Ned Tijdschr Kinderfysiother. 2010;22:48-55.
    • van Bommel-Rutgers I, Smits-Engelsman BCM. Is de SOSr een valide meetinstrument om motorische schrijfproblemen op te sporen? Stimulus. 2005;24(4):222-32.
    • van Dellen T, Kalverboer AF. Groninger Motoriek Observatielijst (GMO). 1990. In: De Nieuwe Buitenbeentjes onder redactie van A.F. Kalverboer. Rotterdam: Lemniscaat; 1996.
    • van der Schoot F, Bechger T. Balans van handschriftkwaliteit in het primair onderwijs. Uitkomsten van de peilingen in 1999. Periodieke Peiling van het Onderwijsniveau (PPON) reeks nr. 22. 2003. Citogroep.
    • van Galen GP, Portier SJ, Smits-Engelsman BCM, Schomaker LRB. Neuromotor noise and poor handwriting in children. Acta Psychol. 1993;82:161-78.
    • van Galen GP. Handwriting: issues for a psychomotor theory. Hum Mov Sci. 1991;10:165-91.
    • van Hartingsveldt MJ, Cup EHC, Corstens-Mignot MAAMG. Korte Observatie Ergotherapie Kleuters, theorie, observatie en advies. Nijmegen: Ergoboek, Nijmegen; 2006.
    • van Hartingsveldt MJ, Cup EHC, Oostendorp RAB. Reliability and validity of the fine motor scale of the Peabody Developmental Motor Scales-2. Occup Ther Int. 2005;12(1):1-13.
    • van Ravensberg DD, Van Riet AM, Visser JJW, Berkel DM van. Kinderfysiotherapie in de eerste lijn: indicaties en behandeling. Amersfoort: Nederlands Paramedisch Instituut; 2004.
    • van Rossum JHA, Vermeer A. Supplement CBSK – Competentiebelevingsschaal voor kinderen – Motorische Competentie-Zelfbeoordeling. Lisse: Swets & Zeitlinger; 2000.
    • van Waelvelde H, De Mey B, Smits-Engelsman BCM. Handleiding SOS, Systematische opsporing van schrijfmotorische problemen. Versie november 2008. Publicatie Revalidatie wetenschappen en kinesitherapie; Gent: Belgium. Beschikbaar via http://www.revaki.ugent.be/files/research/SOS-handleiding.pdf
    • van Waelvelde H, Weerdt W de, Cock P de, Smits-Engelsman BMC. Aspects of the validity of the Movement Assessment Battery for Children. Hum Mov Sci. 2004;23:49-60.
    • van Waelvelde H, Peersman W, Lenoir M, Smits-Engelsman BCM. The reliability of the Movement Assessment Battery for Children for preschool children with mild to moderate motor impairment. Clin Rehabil. 2007;21(5):465-70.
    • Van Waelvelde H, Hellinckx T, Peersman W, Smits-Engelsman BC. SOS: a screening instrument to identify children with handwriting impairments, Phys Occup Ther Pediatr. 2012 Aug;32(3):306-19
    • Vanderheyden V. Vlaamse schrijfsnelheidstest: evaluatie van de schrijfsnelheid. 2003. België. (e-mail:v.vanderheyden@scarlet.be" ;; target="_blank">v.vanderheyden@scarlet.be )
    • Vercoulen JHMM, Alberts M, Bleijenberg G. De Checklist Individual Strength (CIS). Gedragstherapie. 1999;32:131-6.
    • Vinter A, Chartrel E. Effects of different types of learning on handwriting movements in young children. Learn Instr. 2010;20:476-86.
    • Vinter A, Chartrel E. Visual and proprioceptive recognition of cursive letters in young children. Acta Psychol. 2008;129:147-56.
    • Vlachos F, Bonoti F. Explaining age and sex differences in children`s handwriting: A neurobiological approach. Eur J Dev Psychol. 2006;3(2):113-23.
    • Vlachos F, Bonoti F. Handedness and Writing Performance. Percept Mot Skills. 2004;98:815-24.
    • Vles JSH, Kroes M, Feron FJM. Maastrichtse Motoriek Test. Leiden: Pits; 2004.
    • Volman MJM, Van Schendel BM, Jongmans MJ. Handwriting difficulties in primary school children: a search for underlying mechanisms. Am J Occup Ther. 2006;60(4):451-60.
    • Wann JP, Jones JG. Space-time invariance in handwriting: contrasts between primary school children displaying advanced or retarded handwriting acquisition. Hum Mov Sci. 1986;5:275-96.
    • Wann JP, Kardirkamanathan M. Variability in Childrens` Handwriting: Computer diagnosis of writing difficulties. In: The Development of Graphic Skills. Wann JP, Wing AM, Sovik N (Eds). London: Academic Press, 1991.
    • Wann JP. Trends in the refinement and optimization of fine-motor trajectories: Observations from an analysis of the handwriting of primary school children. J Mot Behav. 1987;19:13-37.
    • Weil MJ, Amundson SJ. Relationship between visuomotor and handwriting skills of children in kindergarten. Am J Occup Ther. 1994;48(11):982-8.
    • Weintraub N, Graham S. The contribution of gender, orthographic, finger function, and visual- motor processes to the prediction of handwriting status. Occup Ther J Res. 2000;20(2):121-40.
    • Weintraub N, Yinon M, Bar-Effrat Hirsch I, Parush S. Effectiveness of sensorimotor and task-oriented handwriting intervention in elementary school-aged students with handwriting difficulties. OTJR. 2009;29:125-34.
    • Williams J, Zolten AJ, Rickert VI, Spence GT, Ashcraft EW. Use of nonverbal tests to screen for writing dysfluency in school-age children. Percept Mot Skills. 1993;76(3):803-9.
    • Wilson BN, Crawford SG, Green D, Roberts G, Aylott A, Kaplan BJ. Psychometric Properties of the Revised Developmental Coordination Disorder Questionnaire. Phys Occup Ther Pediatr. 2009;29(2):182-202.
    • Wilson BN, Kaplan BJ, Crawford S, Campbell A, Dewey D. Reliability and validity of a parent questionnaire on childhood motor skills. Am J Occup Ther. 2000;54:484-93.
    • Wilson BN, Kaplan BJ, Crawford SG, Roberts G. Developmental Coordination Disorder Questionnaire 2007. http://www.dcdq.ca.
    • Windsor M-M. Clinical Interpretation of ‘Grip Form and Grafomotor Control in Preschool Children’. Am J Occup Ther. 2000;54(1):18-9.
    • World Health Organization. International Classification of Functioning, Disability and Health for Children and Youth (ICF-CY). Geneva, Switzerland, 2007. Beschikbaar via http://www.rivm.nl/who-fic/icf-cy.htm.
    • Ziviani J, Wallen M. The Development of Graphomotor Skills. In: Handfunction in the Child: Foundation for remediation. Henderson A, Pehoski C, editors. St. Louis, Missouri: Mosby Elsevier; 2006.
    • Ziviani J. Qualitative changes in dynamic tripod grip between seven and 14 years of age. Dev Med Child Neur. 1983;25(6):778-82.
    • Ziviani J. Use of modern cursive handwriting and handwriting speed for children ages 7 to 14 years. Percept Mot Skills. 1996;82(1):282.
    • Zwicker J, Hadwin A. Cognitive versus multisensory approaches to handwriting intervention: a randomized controlled trial. OTJR. 2009;29:40-8.