maartje-kuijpens.jpg
21 oktober 2021

‘Begin zo klein mogelijk, bijvoorbeeld met een pilot.'

Maartje Kuijpens betrekt partners bij haar programma's, ook de gemeente.

‘Ik ben heel erg voor vitamine DEFG: Doen, Ervaren, Feedback en Groei’

Maartje Kuijpens is gepokt en gemazeld in het opzetten van programma’s en het betrekken van partners, zoals de gemeente. Waar begin je eigenlijk als je een programma wil starten? Hoe kom je aan partners? En heeft ze dé tip? We vroegen het Maartje.

Je werkt al jaren samen met de gemeente, in de wijk of stadsbreed. Stel, ik wil als praktijkhouder of netwerk ook gaan samenwerken met de gemeente. Waar begin ik?
'Er zit nog iets vóór die vraag, namelijk: waar wil je met jouw praktijk iets mee, waar word je blij van, waar wil je tijd in steken? Dat is mijn advies voor stap 1: ga iets doen wat jíj graag wil veranderen. Met alleen ‘Ik wil iets met de gemeente’ of ‘anders mis ik de boot’ kom je er niet, dan gaat het je uiteindelijk opbreken qua energie.”

Welke vragen stel je jezelf bij de start?
'Begin dus met de vragen ‘Wat wil ik veranderen?’, ‘Waar loop ik tegenaan?’. Je moet eerst voor jezelf een idee hebben hoe het eruit moet zien. Wat wil je precies veranderen? En hoe zou dan de ideale situatie zijn?

Als ik kijk naar het programma voor ouderen dat we 8 jaar geleden zijn gestart, dan is dat eigenlijk ontstaan uit ergernis. Dat was nog in de tijd dat programma’s voor bijvoorbeeld diabetes of hart- en vaatziekten uit de basiszorgverzekering werden vergoed. Het programma was dus gratis en de deelnemers konden elk jaar een paar maanden meedoen. Ik zag ze dan ook elk jaar weer terugkomen, maar de rest van het jaar deden ze niet veel. Daar kon ik me zo aan ergeren! Ik zag geen enkele bezieling bij die mensen om zelf iets te doen. Dat wilde ik niet meer, dat moest echt anders. Het programma moest uit die zorg, de mensen moesten zélf aan de slag. In plaats van een opgelegd programma volgen, moest de regie bij de mensen komen te liggen.

Ik wilde dat de mensen het zelf in de wijk gingen oplossen in plaats van bij zorgaanbieders. En toen realiseerde ik me dat ik de gemeente nodig had om in die wijk te komen. Ik heb contact opgenomen met Eerste Lijn Amsterdam en Almere (Elaa) en via een project in een andere wijk ben ik toen in contact gekomen met de gemeente. Er bleek bij de gemeente iemand te zijn die de opdracht had gekregen om een brug te slaan tussen zorg en sport, omdat ze ook tegen dezelfde problematiek aanliepen.'

Welke rol had de gemeente?
'Naast subsidiegever was de gemeente ook aanjager, trekker én heel betrokken in de uitvoering. Dat kwam zeker ook omdat iemand in de gemeente daar die rol had gekregen.'

Hoe zat de financiering in elkaar?
'Naast de bijdrage van de gemeente vroegen we aan deelnemers een bijdrage, een kleine, maar hoog genoeg om gemotiveerd te zijn. Later zouden ze tenslotte uitstromen en bij de sportaanbieders in de wijk moesten ze ook iets gaan betalen.'

Even terug naar ons stappenplan. Ik weet als fysiotherapeut nu welk vraagstuk ik wil aanpakken. Wat is stap 2?
'Zoek samenwerkingspartners. Kijk met wie je wil en kan samenwerken, in het sociaal domein en met andere zorgverleners. Er zijn zoveel organisaties in een wijk, stad of regio. In ons vakgebied denk ik ook vaak aan een eerstelijns ROS. Die kennen de gemeente, het sociaal domein én de zorg goed. Als ik nu blind zou moeten starten zou ik eerst met een ROS contact opnemen. Contacten zijn belangrijk. Het werken aan je contacten is echt een tijdrovend klusje, met veel bellen en soms met teleurstellingen. Het vergt veel doorzettingsvermogen.'

Ik heb een plan, ik heb mensen om me heen verzameld. En dan?
'Het is de vraag of je jouw plan direct op tafel moet leggen. Ik denk dat je vooral jouw dilemma of dat wat je wil oplossen op tafel moet leggen en vragen of de anderen dit herkennen, of ze er ook tegenaan lopen én of ze er ook iets mee willen. Daar begint het mee: ga eerst op zoek naar een gemeenschappelijk vraagstuk dat bij iedereen leeft en dat iedereen vanuit zijn hoek zou willen oplossen. Volgens mij is het grootste gevaar om meteen aan de slag te gaan met wie, wat en hoe, want dan leg je de ander je plan op en dat willen de meesten niet.

En wees streng: als het gemeenschappelijke er niet is, maar ook als de klik of de energie er niet is, zoek naar andere mensen, want dan ga je het daar niet vinden.'

Wat is de volgende stap?
'Dan ga je het vastleggen, in een convenant of een alliantie, hoe je het ook noemt met de vraag: Wat gaan we hier gezamenlijk mee doen? Wat kunnen we bedenken om dit op te lossen? Dit is ook hét moment om jouw concretere idee op tafel te leggen.'

En dan wordt het praktisch..
'Jazeker, dan wordt het heel praktisch. Vraag wel eerst ‘Is er geld voor?’. In Amsterdam hadden we voor het ouderenprogramma het geluk dat de gemeente er zelf ook iets mee wilde. Wat je vaak ziet is dat lokaal, in Amsterdam is dat op het niveau van een stadsdeel, makkelijker geld wordt gegeven dan stadsbreed. Want dan gaat het om veel andere bedragen en veel grotere belangen.'

Zeg je hiermee ook ‘Start klein’?
'Ja, dat denk ik wel. Begin zo klein mogelijk, bijvoorbeeld met een pilot. De contacten komen dan vanzelf en dan kan het vanzelf ook groter worden. Wel ligt het eraan wie organiseert. Ik organiseerde destijds als praktijk het beweegprogramma, maar nu zie je steeds meer corporaties in de regio en dan wordt een project vanzelf veel groter. Daar zit wel echt een verschil. Als je een programma als corporatie wil starten, dan wil je het groter, en moet het ook groter. Maar dan heb je ook makkelijker je contacten.'

Een laatste tip?
'Ik ben heel erg voor vitamine DEFG: Doen, Ervaren, Feedback en Groei. Laat je niet ontmoedigen als dingen niet meteen lopen, want dat gebeurt. En ga Doen, je kunt van tevoren niet dichttimmeren dat alles praktisch goed loopt, dat er nooit discussie is. Vertrouw op jezelf en blijf in een soort growth mindset, leer en pas aan, totdat het een programma wordt waar iedereen happy mee is.

En probeer zaken als missie en visie los te laten. Kijk naar zingeving, dat is veel wezenlijker. Wat wil je als zorgverlener? Wat is jouw zingeving? Waar kom jij ’s ochtends je bed voor uit als je gaat werken? Dat is zo stap 1! Want dan wordt het leuk.'

Over Maartje Kuijpens
Maartje Kuijpens is fysiotherapeut en medeoprichter en ontwikkelaar van de beweegprogramma’s Health Tour en Tour 66 in Amsterdam. Ze houdt zich bezig met de doorontwikkeling van de programma's, de organisatie en het netwerk Fit in West en coördineert in de Baarsjes beide programma’s. Ook coördineert ze GLI Amsterdam namens Elaa. Daarnaast is ze binnen het KNGF intervisiecoach en is ze opleider intervisiecoaches voor paramedici. Ook werkt ze als trainer voor het Bettery instituut dat organisaties helpt bij de omslag van ziekte en zorg naar gezondheid en gedrag. Vorig jaar verkocht Maartje haar fysiotherapiepraktijk Core Active.