Continuïteitsbijdrage verder geanalyseerd

19 mei 2020
Er zijn op dit moment veel vragen over de continuïteitsbijdrage. Graag willen wij fysiotherapeuten helpen bij het duiden van de verschillende regelingen.

Analyse

Deze nadere analyse borduurt voort op onze eerste duiding van vrijdag jl. en is bedoeld om fysiotherapeuten op weg te helpen. Praktijkhouders zullen zelf hun afweging moeten maken, op basis van hun eigen situatie en de voorwaarden die in de continuïteitsbijdrage en de rijksregelingen vermeld staan. Aan deze analyse kunnen geen rechten worden ontleend. Wij aanvaarden geen aansprakelijkheid voor eventuele fouten, onjuistheden of onvolledigheden. De keuzes die je moet maken in het kader van de continuïteitsbijdrage en overige regelingen hebben grote financiële consequenties. Wij adviseren een financieel deskundige, zoals je accountant of fiscalist, te raadplegen voordat je een keuze maakt.

In het overleg met Zorgverzekeraars Nederland van maandag 18 mei bleven nog steeds zaken onduidelijk. Daarom zijn de aandachtspunten in het stuk hieronder nog algemeen. Om specifieker te kunnen zijn hebben we advocatenkantoor Eldermans & Geerts gevraagd met ons mee te denken. Eind deze week zullen we met hen een vervolganalyse naar buiten brengen afgestemd op onze beroepsgroep. Hieronder vind je alvast  punten  die je mogelijk nu al helpen.

Doel van de regeling
Zorgverzekeraars Nederland benadrukt dat deze regeling bedoeld is om zorgaanbieders overeind te houden tijdens de crisis die is ontstaan als gevolg van de uitbraak van de coronavirus. In onze optiek voorziet deze regeling daarin. Het is een goede zaak dat gezamenlijke zorgverzekeraars op deze manier proberen om zoveel mogelijk zorgaanbieders – waaronder fysiotherapeuten - door de crisis te loodsen.

De normomzet
De normomzet wordt berekend door de jaaromzet van 2019 (uitsluitend verzekerde zorg) te delen door twaalf. De normomzet is gebaseerd op de omzet vanuit verzekerde zorg uit de basis en aanvullende verzekering. De jaaromzet wordt geïndexeerd op basis van de zorgkosteninflatie van 2019 - 2020. Omdat de normomzet gebaseerd is op de jaaromzet van 2019 wordt deze daarnaast door Vektis per verzekeraar gecorrigeerd voor de verzekerdenmutatie van 2019 - 2020. De exacte hoogte van de indexatie en het effect van de correctie voor verzekerdenmutatie is ook na ons overleg met ZN nog niet duidelijk. Daarover vindt nog overleg plaats tussen de zorgverzekeraars.

In de afgelopen weken hebben ons veel voorbeelden bereikt waarin de omzet van 2019 niet representatief is voor 2020. Praktijkovernames, fusies of veranderingen van AGB code kunnen in de aanmeldprocedure worden meegenomen. Andere uitzonderingsgevallen, door bijvoorbeeld autonome groei, extra investeringen of uitval in 2019 kunnen via de geschillenregeling kenbaar gemaakt worden. ZN heeft echter benadrukt dat de continuïteitsregeling een generieke regeling is en dat er door de grote hoeveelheid verwachte aanvragen maar beperkt maatwerk mogelijk is.

De continuïteitsbijdrage
De continuïteitsbijdrage is 86% van het omzetverlies (normomzet-gerealiseerde omzet). De continuïteitsbijdrage samen met de gerealiseerde omzet bepaalt je omzet voor de maanden waarop de regeling van toepassing is. Vooralsnog is dit van 1 maart t/m 30 juni. Of en onder welke omstandigheden deze regeling verlengd wordt, is nog niet duidelijk. Er is nog geen einddatum voor de aanvraag bekend. Zorgverzekeraars Nederland maakt deze datum nog bekend.

Een rekenvoorbeeld met daarin meer inzicht in de berekening, uitbetaling en verrekening van de continuïteitsbijdrage vind je op de website van ZN.

De inhaalzorg
De hoogte van de normomzet bepaalt zowel de hoogte van de continuïteitsbijdrage als de omzet waar vanaf de inhaalcorrectie van toepassing is. Het aangepaste inhaaltarief is voor de fysiotherapie vastgesteld op 45%. Dit betekent dat vanaf juli t/m december 2020 je op de omzet boven de normomzet een tariefkorting van 55% krijgt. Deze korting loopt tot januari 2021 óf totdat de totale inhaalkorting gelijk is aan de totale continuïteitsbijdrage die je van de betreffende verzekeraar hebt gekregen. Zowel de continuïteitsbijdrage als de inhaalzorg worden namelijk per verzekeraar afzonderlijk berekend. In dat laatste geval betaal je dus de continuïteitsbijdrage van de betreffende verzekeraar helemaal terug met de korting die je krijgt op de omzet boven de normomzet. De inhaalkorting wordt maandelijks afgerekend. Omzet onder de normomzet bij de ene verzekeraar wordt in die maanden niet verrekend met omzet boven de normomzet bij een andere verzekeraar.

Dit aspect is met name relevant voor prakijken die groeiend zijn omdat bij hen de normomzet vermoedelijk te laag is vastgesteld. Er wordt in veel gevallen door de continuïteitsbijdrage geen onderscheid gemaakt tussen omzet door groei en omzet door inhaalzorg. Het is goed om daar rekening mee te houden bij de afweging.

Voorwaarden en uitzonderingen
Zoals wij eerder ook meldden is het belangrijk om alle voorwaarden goed door te nemen. Jouw specifieke situatie bepaalt welke voorwaarden voor jou relevant zijn. ZN houdt zich het recht voor om de continuïteitsbijdrage ook later terug te vorderen als blijkt dat aan de voorwaarden niet voldaan is. Er vindt medio 2021 een eindafrekening plaats waarbij ook gekeken wordt naar de samenhang met andere regelingen. De website van Eldermans en Geerts geeft een overzicht van relevante voorwaarden en aandachtspunten.

Daarnaast is het belangrijk te weten dat je tenminste 5% van de totale jaaromzet per verzekeraar moet hebben gehaald in januari t/m maart. Ook hier kan in een uitzonderingsgeval via de geschillenregeling bezwaar tegen gemaakt worden. Onze indruk is nogmaals dat hier maar beperkt rekening mee gehouden zal kunnen worden, gelet op de veelheid aan aanvragen.

Combinatie met de rijksregelingen
Een van de belangrijkste vragen die we op dit moment hebben is of de NOW kan worden gebruikt in plaats van de continuïteitsbijdrage. Hierop is door ZN, VWS en de NZA nog geen bevestigend antwoord op gegeven. Wij kunnen deze vraag dan ook nog niet met zekerheid beantwoorden, maar ons bereiken steeds meer signalen dat tussen beide regelingen – continuïteitsbijdrage en NOW – een keuze mogelijk is.

Dat zou logisch zijn omdat je de continuïteitsbijdrage ook kan combineren met andere regelingen als je hiermee aan de voorwaarden van andere regelingen voldoet. Dit geldt dan voor het omzetdeel dat resteert na aanvraag van de continuïteitsbijdrage. Zoals wij eerder aangaven is dit met name van toepassing voor praktijken die ook inkomsten hebben uit niet-verzekerde zorg of fitness. De ontvangen / te ontvangen continuïteitsbijdrage moet dan wel bij de NOW als omzet opgegeven worden.

Hieronder zetten we enkele aspecten en overwegingen uiteen voor verschillende praktijkvormen.

Verschillende praktijkvormen
Er zijn veel vragen gekomen over de continuïteitsregeling in samenhang met de NOW. Veel is afhankelijk van de specifieke situatie waarin jouw praktijk verkeert. Maar ondanks alle verschillen in omvang, inkomsten en kosten willen we toch enkele algemene richtlijnen meegeven:

  • Hebt je substantieel omzetverlies over maart-juni, gaat het om verzekerde zorg (BV/AV) via contracten met zorgverzekeraars en ben je niet sterk gegroeid t.o.v. 2019 / zal dat in de tweede helft van 2020 niet het geval zijn? Dan is de continuïteitsbijdrage waarschijnlijk een goede regeling.
  • Heb je veel personeel in loondienst en daarnaast veel omzet uit niet-verzekerde zorg? Dan is het verstandig om ook goed naar de NOW regeling te kijken. Voor het omzetverlies dat resteert na de continuïteitsbijdrage kun je NOW aanvragen (mits je hiervoor in aanmerking komt). Let wel op: de NOW vergoedt alleen loonkosten. Verder kan je de aanspraak op de NOW verliezen als de omzetderving na ontvangst van de continuïteitsbijdrage over de gekozen referentieperiode van de NOW minder dan 20% is. Voor deze situatie is een zorgvuldige afweging zondermeer vereist.
  • Verwacht je een veel grotere omzet in 2020 dan in 2019, bijvoorbeeld omdat je gestart bent of omdat je (veel) extra personeel in dienst hebt genomen? Dan is ook een zorgvuldige afweging vereist. Kijk dan goed in hoeverre de continuïteitsbijdrage nodig is voor het voortbestaan van je praktijk. Als met deze groei geen rekening wordt gehouden betaal je mogelijk een groot deel van de ontvangen continuïteitsbijdrage terug via de inhaalzorgcorrectie, terwijl je als gevolg van de ontvangen continuïteitsbijdrage mogelijk ook een eventueel beroep op de NOW verliest.

Ook hierover lees je op de website van Eldermans en Geerts meer informatie.

Niet-gecontracteerden
Je kunt de continuïteitsbijdrage ook aanvragen voor niet-gecontracteerde fysiotherapeutische zorg. Deze regeling is dan wel een stuk ingewikkelder. In de regeling wordt uitgegaan van een berekening waarbij maximaal het gemiddeld contracteerde tarief in plaats van het in 2019 uitgekeerde tarief als uitgangspunt wordt genomen. Voorts lijkt dan te gelden dat in 2020 ook niet meer dan maximaal het gemiddeld gecontracteerd tarief vergoed zal worden. In onze analyse met Eldermans en Geerts zullen we hier nog op terugkomen.   

Trefwoorden: