Vergoeding fysiotherapie bij COPD: de minister beantwoordt vragen

6 feb 2020
Op 15 januari stelde PvdA Kamerlid Lilianne Ploumen vragen over de vergoeding van fysiotherapie bij COPD. Deze week heeft minister Bruins deze vragen beantwoord. In zijn antwoorden wekt de minister de indruk dat fysiotherapie bij patiënten met COPD niet (aangetoond) effectief zou zijn.

In strijd met wetenschappelijke evidentie

Dit is aantoonbaar onjuist. De suggestie van Bruins is in strijd met alle recente wetenschappelijke evidentie en ook in strijd met de adviezen van het Zorginstituut over de aanspraken fysiotherapie, die door de minister zelf zijn overgenomen. 

Op dit moment gaat de discussie met name over de aanspraken COPD na het eerste behandeljaar. Het antwoord van minister Bruins lost deze discussie nog niet op. Letterlijk luidde het antwoord van Bruins: 
‘COPD is een ziektebeeld dat veel fluctuaties in de ernst van de symptomen kan laten zien, vooral ten aanzien van frequentie en ernst van de longaanvallen. Er is geen directe relatie daarvan bekend met het ontvangen van fysio- of oefentherapie en de frequentie daarvan.
Een verslechtering bij een patiënt uit zich meestal in het optreden van longaanvallen, die soms zodanig ernstig zijn dat een ziekenhuisopname noodzakelijk is. Daarnaast kan de longcapaciteit geleidelijk afnemen en de ziektelast toenemen. Zoals gezegd, kunnen hier verschillende factoren aan ten grondslag liggen en zijn deze processen niet één op één te relateren aan het wel of niet ontvangen van fysio- of oefentherapie, noch aan de mate waarin een patiënt er zelf niet in slaagt een adequaat beweegniveau te bereiken of onderhouden. De stelling dat de mogelijke extra kosten niet opwegen tegen de besparing van minder fysiotherapie kan ik daarom niet onderschrijven…’

Schrijnend
Het antwoord van de minister is schrijnend: patiënten met ernstige COPD krijgen op dit moment niet altijd de fysiotherapie die zij nodig hebben. Op dit moment zijn de aanspraken fysiotherapie bij COPD op een ingewikkelde manier geformuleerd. Bij deze ziekte worden op basis van ziektelast en ziektestabiliteit vier categorieën (A-D) onderscheiden. Van het begin af aan zijn er problemen met patiënten die in categorie B vallen, bij wie meer behandelingen nodig zijn dan nu in de aanspraak is vastgelegd. Daarnaast loopt er op dit moment de discussie over de aanspraken fysiotherapie bij COPD vanaf het tweede behandeljaar. KNGF vindt dat patiënten in veel gevallen aanspraak zouden moeten hebben op meer behandelingen dan de nieuwe interpretatie van de aanspraken toestaat. De discussie daarover is nog niet afgerond. 

Het KNGF zet zich er voor in  dat verzekerden aanspraak kunnen maken op de zorg die zij nodig hebben – en zal dit blijven doen. We zijn hierover in overleg met het Zorginstituut, zorgverzekeraars en het ministerie. 


 

Trefwoorden: