Wat zijn de gevolgen van de coronacrisis voor studenten fysiotherapie? Een interview.

16 apr 2020
Studenten fysiotherapie leren het vak voor een deel in de praktijk. Hoe moet dat nu de praktijken vanwege de coronacrisis bijna allemaal dicht zijn? En hoe verloopt het online onderwijs momenteel op de hogescholen? Een interview met André an Haack, voorzitter SROF.

André an Haack:

‘Alle hogescholen verzorgen momenteel online onderwijs voor studenten. Deels vervangt dit het ‘normale’ onderwijs, maar opleidingen zijn zonder uitzondering allemaal op zoek naar oplossingen voor invulling van het praktijkonderwijs. Dat geldt zowel voor het diagnostische als voor het therapeutische proces.’

Betekent dit dat studenten fysiotherapie die stageliepen nu nietsdoen?
‘Nee, zeker niet. Het toepassen van theoretische basiskennis, het klinisch redeneren en het nemen van besluiten kun je allemaal simuleren op papier en ook communicatielessen vinden deels nog plaats. Op die manier proberen we met behulp van online-begeleiding, simulaties en video’s ervoor te zorgen dat studenten zo min mogelijk vertraging oplopen. Maar inderdaad: praktische handelingen kunnen nu gewoon niet. Daarin volgen we het beleid van ministerie en het KNGF. We kunnen niet anders dan afwachten totdat we allemaal weer wat dichterbij elkaar mogen komen.’

Met als consequentie? 
‘Op verzoek van de Vereniging Hogescholen heeft onlangs een inventarisatie plaatsgevonden. Daaruit blijkt dat op alle opleidingen de prognose is dat een deel van de studenten zullen vertragen. Door het anders te regelen, proberen we die vertraging zo veel mogelijk te beperken. Theorielessen en toetsen halen we – waar mogelijk – naar voren. Dankzij dit voorwerk kan het praktijkonderwijs straks prioriteit krijgen. Voor eerste-, tweede-, en derdejaars studenten proberen we het zo te regelen dat ze toch kunnen doorstromen naar het volgende jaar. Bijvoorbeeld door onderdelen die eigenlijk in het eerste studiejaar horen te verschuiven naar het tweede studiejaar.’

Maar hoe zit het dan met de studenten die dit jaar zouden afstuderen? 
‘Dat is onze grootste zorg. Stages en praktijkgericht onderzoek kunnen niet plaatsvinden. 
Hoe zorgen we ervoor dat er voor deze groep dan toch een redelijke doorstroom is? We hebben studenten gevraagd of ze bereid om de route – met vertraging – toch op de gebruikelijke manier te doorlopen. Dus dat betekent dat ze moeten wachten totdat ze – misschien pas in of na de zomer – alsnog stage kunnen lopen. Daarnaast zoeken we naar alternatieve opdrachten voor dingen die niet perse in de praktijk hoeven te gebeuren.’

Gaat dat niet ten koste van de kwaliteit van het onderwijs?
‘Nee. Sommige dingen kun je alleen leren in de praktijk. Daaraan doen we geen concessies. Maar studenten leren tijdens stage ook een aantal zaken waarvoor ze niet persé op het stageadres hoeven te zijn. Denk aan systemen voor de dossiervoering, telemonitoring en begeleiding op afstand. Dus die pakken we nu op.’

Verschillende de oplossingen per hogeschool? 
‘In de SROF vindt momenteel veel uitwisseling plaats tussen de opleidingen. Waar mogelijk proberen we gemeenschappelijke afspraken te maken.’

Is het mogelijk dat een groep fysiotherapiestudenten dit jaar niet kan afstuderen?
‘Jazeker, dat is mogelijk.’

Doen ze dan een jaar langer over hun studie?
‘Nee, nee, zo erg is het ook weer niet. Ik denk dat alles hooguit een paar maanden opschuift. Dat is ook afhankelijk van de stagebiedende instellingen.’ 

Wat bedoelt u daarmee?
‘Ik kan me voorstellen dat fysiotherapiepraktijken straks, als ze weer opengaan, denken: we wachten nog maar even met het aannemen van nieuwe stagiaires. Daardoor kunnen grote problemen ontstaan. Als de groep studenten die nu vertraging oploopt straks alsnog stage moet lopen en de nieuwe lichting stagiaires komt er alweer aan dan bestaat de kans dat de boel stagneert. Dus heb ik bijna de neiging om praktijkhouders op te roepen: denk aan stagiaires als je straks weer opengaat!’

Tot slot, hoe is de sfeer op de hogescholen?
‘Ik vind het zowel onder docenten als studenten ongelooflijk om te zien wat er op dit moment gebeurt. Studenten zijn tevreden, er is veel animo om online onderwijs te volgen. Om 9 uur ’s ochtends zitten ze bijna allemaal keurig klaar achter hun computer. Mijn bewondering voor docenten fysiotherapie is ook enorm groot. Binnen no time is iedereen aan de slag gegaan met online onderwijs. Zelfs oudere docenten die altijd hebben geroepen “Online onderwijs is niets voor mij” geven nu online les.’

Eigenlijk gaat het dus naar omstandigheden best goed.
Nou… Wij merken wel dat studenten en docenten elkaar erg missen. Fysiotherapie is een sociaal beroep. Dat kies je omdat je graag met mensen omgaat – en dat is nu net wat er eventjes niet in zit.’

In Nederland zijn dertien opleidingen waar je een opleiding kunt volgen tot fysiotherapeut. Deze opleidingen baseren hun eindtermen en curriculum op het beroepsprofiel (BP) van de fysiotherapeut. De meeste opleidingen hebben onderling overleg over uniformiteit en ontwikkelen gezamenlijk producten. Voorbeelden daarvan zijn een voortgangstoets, een Nationaal diplomasupplement en een visitatiemethodiek. Het SROF is het formele overlegorgaan vanuit de Vereniging Hogescholen. Normaal gesproken vindt zeven keer per jaar overleg plaats. Tijdens de coronacrisis vindt binnen de SROF extra overleg en afstemming plaats.

Trefwoorden: