Fysio in Beeld: Nathan Hutting

26 okt 2018
Bestuurslid Henk Jansen feliciteert Nathan Hutting met zijn nominatie voor Fysio in Beeld.

Interview: Nathan reageert op 5 steekwoorden.

Drijfveer
‘Mijn grootste drijfveer? We hebben een prachtig vak, waarmee we veel kunnen betekenen voor onze patiënten. Op verschillende niveaus wil ik eraan bijdragen dat fysiotherapeuten een zo hoog mogelijke kwaliteit blijven bieden.’

Trots
‘Op de combinatie. Ik ben op allerlei manieren bezig met ons vak. Ik ben maatschapslid, praktiserend fysiotherapeut en manueel therapeut. Daarnaast doe ik onderzoek bij het Lectoraat Arbeid & Gezondheid van de HAN. Momenteel ben ik bezig met diverse projecten, onder andere op het gebied van zelfmanagement, leefstijl, arbeid en gezondheid en fysiotherapie. Op deze manier geef ik ons vak impulsen en werk ik aan vernieuwing. Tot slot probeer ik als bestuurslid de beroepsgroep goed te positioneren en daarin een slag te maken. Of de combinatie met de praktijk een voorwaarde is mijn werk als onderzoeker en bestuurder goed te kunnen doen? Nee, dat hoor je mij niet zeggen. Wat wél zo is, is dat je als onderzoeker feeling moet hebben met de praktijk. Betrokkenheid is onontbeerlijk.’

‘Waar ik trouwens ook best een beetje trots op ben, is dat de onderwerpen waarmee ik me bezighoudt ook internationaal gezien aandacht krijgen. Op het Wereldcongres fysiotherapie heb ik vorig jaar een sessie georganiseerd over zelfmanagement, en komend jaar doe ik dat over de integratie van arbeid binnen de fysiotherapie. Het is leuk om te zien dat wij daarin dus echt internationaal voorop lopen.’

Mooi vak
‘Uiteindelijk gaat het er toch om de patiënt zo goed mogelijk te helpen. Het komt geregeld voor dat mensen behoorlijk somber binnenkomen. Vanwege hun beperkingen zien ze het allemaal niet meer zitten. Als zo iemand dan na een poosje weer lekker in z’n vel zit, denk ik: dáár doe ik het dus allemaal voor. Soms is dat na drie behandelingen al, en soms ben je – bijvoorbeeld in een revalidatietraject – een half jaar of langer onderweg.’

Winst
‘Op het gebied van samenwerken valt er – zowel in de dagelijks praktijk als op bestuursniveau – nog wel een verbeterslag te maken. We moeten samen werken aan de toekomst van de fysiotherapie, maar ook onderling beter samenwerken. Binnen één praktijk werken fysiotherapeuten meestal wel goed samen. Maar als het bijvoorbeeld gaat om doorverwijzing naar een andere praktijk, valt er winst te behalen. Als een fysiotherapeut een bepaalde expertise niet in huis heeft, moet hij tegen zijn patiënt durven zeggen: je kunt beter naar mijn collega gaan, die is gespecialiseerd op dit gebied. Dat is óók samenwerking.

Hetzelfde geldt op bestuursniveau en in de wetenschap. Verenigingen en onderzoekers zouden onderling beter kunnen samenwerken, alhoewel er zeker al stappen in de goede richting worden gezet. Onlangs zijn we een project gestart op het gebied van integratie van arbeid binnen de fysiotherapie. Onderzoek toont aan dat de reguliere fysiotherapeut vaak onvoldoende samenwerkt met de arbeids- en bedrijfsfysiotherapeut. Wij proberen die samenwerking te verbeteren. Daarbij is de patiënt het uitgangspunt; die staat altijd in het midden van de cirkel. Daaromheen staan, behalve de fysiotherapeut, ook de huisarts, de bedrijfsarts, arbeidsdeskundige, ergotherapeuten en oefentherapeuten. In de samenwerking rond die patiënt zie ik nog veel ruimte voor verbetering.’

Boodschap aan je collega’s
‘Ik werk hard omdat ik trots ben op ons vak. Dat is ook mijn boodschap aan collega’s: je mag trots zijn op wat je doet; we leveren allemaal onze eigen bijdrage. Met motivatie en inzet zorgen wij er iedere dag opnieuw voor dat patiënten met minder of zonder beperkingen de deur uitgaan. Wat dat betreft vind ik het een lastige, deze prijs. Fysiotherapeuten doen hun werk met veel inzet en bevlogenheid. Eigenlijk hebben we allemaal wel een prijs verdiend.’

Meer over Nathan  

Het juryoordeel

Opgeleid als fysiotherapeut, nadien in de Manuele therapie, en steeds nieuwsgierig naar nog meer kennis, meer achtergrond en verklaring opgeschoven naar de wetenschap. Zich realiserend dat wetenschap niet het eindpunt kan zijn, richtte hij zich weer op de praktische vertaling; de uitrol naar de dagelijkse praktijk. Onder andere op de rol van de FT in de arbeidsparticipatie van werknemers met een  musculoskeletale aandoening. Zich bewust van deze lastige wisselwerking heeft hij zich ingezet voor verbetering van dit proces door een taak op zich te nemen binnen de specialistenvereniging, ook internationaal. Daarnaast in zijn dagelijks werk nog steeds wetenschapper, bestuurder, adviseur op vele fronten en zeker nog fysiotherapeut.