fysiotherapie-suzan.jpg
28 augustus 2020

'Samen bieden we onze patiënten goede zorg'

In Ede en omstreken werken fysiotherapeuten al jaren intensief samen.

Binnen de Regionale Organisatie Fysiotherapeuten Gelderse Vallei - een vereniging waar bijna alle fysiotherapeuten in de regio lid van zijn - en met Ziekenhuis Gelderse Vallei.

Bij het ROF vinden de leden elkaar in om aandoeningen gecentreerde netwerken. De eerste ideeën voor een netwerk rondom heup-knie operaties ontstonden rond 2010. Ellen Oosting, fysiotherapeut en onderzoeker in Ziekenhuis Gelderse Vallei en bestuurslid ROF en Suzan de Vries, fysiotherapeut, zijn er vanaf het eerste moment bij.


Ellen: ‘Tien jaar geleden gingen we binnen het ziekenhuis meer onderzoek doen, onder meer naar pre- en postoperatieve fysiotherapie, en intensiever samenwerken met de orthopeden. En ook van fysiotherapeuten in de eerste lijn kregen de orthopeden verzoeken om samen te werken. Zo kwamen we met z’n allen om tafel, eerst rondom heup-knie operaties, in ons ziekenhuis de grootste groep. We begonnen met het omschrijven van wat wij doen en wat we van elkaar verwachten als een patiënt thuis verder gaat met fysiotherapie. We startten met het postoperatieve traject: een patiënt wordt aangemeld voor operatie en dan? Later kwam er het voortraject bij.’

Kwaliteit
Suzan: ‘Het mooie is dat we alle werkgroepen – na Heup-knie volgden de werkgroepen Voorstekruisband en Schouder- begonnen vanuit het oogpunt kwaliteit. We wilden samen onze patiënten goede kwaliteit van zorg bieden. We zijn niet gestart vanuit efficiency- of kosteneffectiviteitsoogpunt. Dat wérd het uiteindelijk wel, want doordat we selectiever doorverwijzen en selectiever de patiënt terug krijgen, zijn we veel kostenefficiënter bezig. Maar dat was in eerste instantie niet het doel. Wij waren ervan overtuigd dat door de zorg af te stemmen, we samen met de eerste lijn zeer goede zorg konden leveren. En dat bleek ook: landelijk stond voor fysiotherapie na een nieuwe heup of knie gemiddeld zo’n 30 verrichtingen. Daar zijn wij nooit aan gekomen.’

Vertrouwen
Ellen: ‘Het netwerk zit door alle lijnen heen. We maken makkelijker contact met elkaar als we een vraag hebben over een patiënt, met even een kort belletje als het niet lekker loopt. Dat werkt in het voordeel van de patiënt. Want patiënten merken ook dat we overleg hebben. Dat horen we ook terug: ‘De fysiotherapeut en orthopeed in het ziekenhuis vertelden precies hetzelfde als de fysiotherapeut in de buurt’. Dat geeft vertrouwen. We moeten steeds meer toe naar de juiste zorg op de juiste plek en zo veel mogelijk conservatief behandelen voordat er operatief iets gedaan wordt. Door de hele zorgketen goed in beeld te hebben en daar samen een goede transmurale werkwijze voor te maken ziet een orthopeed een patiënt pas als het echt nodig is.’ Suzan: ‘Het geeft ook onderling vertrouwen. Een orthopeed kan nu blindelings tegen een patiënt zeggen: ‘Als u naar iemand in het netwerk gaat, dan komt u goed terecht. Want dan weten we welke zorg er geleverd wordt.’

Lastig
Ellen: ‘Zeker in het begin hadden sommige fysiotherapeuten onderling, maar ook naar het ziekenhuis toe, het gevoel concurrent van elkaar te zijn. Fysiotherapeuten zijn afhankelijk van patiënten-toestroom.’ Suzan: ‘Voor praktijken in kleinere plaatsen is het lastiger. Als je in een kleine plaats werkt, dan wil je je niet specialiseren op één stukje, maar juist die algemene fysiotherapeutische zorg bieden. En dat is lastig, want past dat wel in een netwerk?’

Suzan: ‘Bij het werken in een netwerk merken we dat het zoeken is naar hoe je kwaliteit kan blijven waarborgen. Wanneer spreek je je collega-fysiotherapeut aan als hij of zij niet meer aan de criteria voldoet? Want er hangt geen kwaliteitsorgaan boven. Binnen het netwerk hebben we met elkaar afgesproken: dit vinden wij kwaliteit van zorg. Die kwaliteit hebben we beschreven in een werkwijze en we hebben ook beschreven wanneer je goed lid van een werkgroep bent. Zo moet je minimaal 2 bijeenkomsten volgen, je moet in een onderdeel van een werkgroep zitten en een x-aantal patiënten met die betreffende aandoening per jaar zien. Want als je 1 of 2 patiënten met bijvoorbeeld diabetes ziet per jaar kun je jezelf geen specialist noemen. Het mooie van het netwerk is dat je, door elkaar te kennen, een collega kent die wél specialist is. Zo kan je de patiënt verwijzen naar die collega. Dat begint nu een beetje te komen. Dat fysiotherapeuten durven zeggen; die aandoening behandel ik niet, dan moet je bij mijn ‘concurrent’ zijn. Maar het blijft wankel: bij een economische crisis ben je het weer kwijt.’

Tip
Ellen: ‘Wil je ook een netwerk beginnen, leer elkaar dan goed kennen, kom - vooral in het begin - regelmatig bij elkaar. Binnen ons netwerk helpt het ook dat we er enthousiaste orthopeden bij hebben. Waar we nu bij de deelwerkgroep heup-knie tegenaan lopen is dat die steeds groter wordt en daardoor minder werkbaar. Hoe zorg je dat de kwaliteit hoog blijft? Het is in het begin vooral belangrijk dat je afspreekt wat je van elkaar verwacht en dat je elkaar daar ook op aanspreekt. Het moet niet zo zijn dat er een grote groep in je netwerk zit die eigenlijk niet actief is. Je ziet wel dat praktijken die enthousiast en actief zijn, meer patiënten aantrekken dan praktijken die niet actief meedoen.’

Suzan: ‘Mijn tip? Begin klein, pak één onderwerp op en wil niet alles in een keer beschrijven. Bouw het netwerk steeds verder uit. Én, ga met mensen bij elkaar zitten die er zin in hebben! Het succes valt of staat met mensen die er voor willen gaan, die het leuk vinden, die durven te delen en het samen beter willen doen. Het opzetten van ons eerste netwerk gebeurde met mensen die niet naar hun boterham keken, die puur gingen voor de kwaliteit van zorg met de insteek: als we het kunnen waarborgen dan komt die boterham vanzelf.’

 
Suzan de Vries en Ellen Oosting
 

Wens voor de toekomst
Ellen: ‘Dat de zorgverzekeraar meedenkt. Dat je niet alleen betaald wordt voor elke patiënt die je ziet, maar dat deelname aan een netwerk er ook bij hoort.’ Suzan: ‘Ja, want nu betalen we het netwerk met elkaar en ergens moet dat terugverdiend worden. Het zou mooi zijn als een zorgverzekeraar deze patiëntketen beschouwt als goede zorg en dus als verzekerde zorg.’ Ellen: ‘In het netwerk maken we onderscheid tussen patiënten die weinig fysiotherapie nodig hebben en kwetsbare patiënten met een gecompliceerd herstel. Binnen verzekeringen wordt daar nog geen verschil gemaakt. Niet iedereen heeft standaard behandeling nodig. Nu we het preventieve en conservatieve traject samen steeds beter doen, hoop je dat er minder vaak een operatie nodig is. Dus alleen operatieve zorg als het nodig is. En ik wil laten zien dat onze werkwijze véél minder fysiotherapeutisch consumptie oplevert met een véél hogere tevredenheid en kwaliteit. Hoe krijg je dat nou écht op papier, dat is een uitdaging.’

Adam Swets, orthopedisch chirurg Ziekenhuis Gelderse Vallei: ‘Elk netwerk heeft zijn eigen bijdrage en functie. Zo ligt het zwaartepunt van bijvoorbeeld het Schoudernetwerk veel meer bij de eerste lijn en is het ziekenhuis het verlengde van deze zorg, terwijl het bij het netwerk rondom heup- en knieprothesen juist andersom is.
Voor ons is het heel fijn dat er duidelijkheid is voor de patiënt. Een patiënt komt in de eerste lijn in een ervaren setting als een soort verlengde van het ziekenhuis. De behandeling wordt meer een fluïde geheel, van begin tot eind. Dit geeft patiënten veel rust en duidelijkheid.

Het wordt steeds leuker om samen te werken: iedereen is enthousiast omdat we merken dat de zorg voor de mensen in onze regio steeds beter wordt. Werken in netwerken is een groot succes en een heel belangrijk stap.’

Barbara Findenegg, fysiotherapeut Fysiocentrum Wageningen: ‘In de eerste lijn krijgen wij beter inzicht in de technieken die orthopeden toepassen en eventuele gevolgen daarvan voor patiënten. Wij zijn op de hoogte van de werkwijze van  fysiotherapeuten in het ziekenhuis. Het werkt verhelderend voor de overdracht van de eerste naar de tweede lijn en vice versa en is heel concreet. De behandeling kan direct worden voortgezet.

Arjan Visscher, KNGF: 'Netwerken zials het orthopedie-netwerk van de ROF Gelderse Vallei zijn een goed voorbeeld van de subsistutie van zorg - van de tweede naar de eerste lijn. Je ziet dat er op gelijkwaardige voet wordt samengewerkt, op basis van ieders kennis en inhoud. Op dit moment wordt er op landelijk niveau onderzoek gedaan naar deze vormen samenwerking en sustitutie van zorg. Er wordt gezien dat het werkt.'

Binnen ROF Gelderse Vallei zijn groepen actief rondom
Diabetes Mellitus type 2
COPD
Heup- of knieartroplastiek
Voorstekruisbandreconstructie
Cardiovasculair Risicomanagement
Oncologie/Palliatieve zorg
Schouder

 

Tekst: Karen van Hameren
Foto’s: Ziekenhuis Gelderse Vallei